Frans source D

Frans
1 / 13
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

This lesson contains 13 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Frans

Slide 1 - Slide

Source D
Als het Franse voorzetsel à (= in, naar, op, bij.....) in een zin wordt gevolgd door le of les dan wordt het samengevat tot één woord.
à+ le -> au

à+les -> aux 
Je suis au club de foot. -> Ik ben bij de voetbalclub.

Il va aux matchs. -> Hij gaat naar de wedstrijden.


Slide 2 - Slide

Nous allons ........ matchs d'hockey.

Slide 3 - Open question

Nous sommes ........ cinéma.

Slide 4 - Open question

Als à wordt gevolgd door la of l' dan blijft het à la of à l'.
à + la= à la
à + l'= à l'
Je vais à la mer. -> Ik ga naar de zee.

On est à l'école. -> Wij zijn op school.
Of je au, à la, à l' of aux gebruikt, hangt af van het woord dat erachter komt.

Slide 5 - Slide

Je vais ...... Pays-Bas.
Je vais  ....... Canada.
Je travaille ..... école
Je travaille ....... Utrecht.
aux
au
à
à l'

Slide 6 - Drag question

de + een bepaald lidwoord
Als het Franse voorzetsel de (=van) in een zin wordt gevolgd door le of les dan wordt het samengevoegd tot één woord.
C'est l'entrée du collège. -> Het is de ingang van de school.
C'est la robe de Nathalie la plus jolie. -> Het is de jurk van Nathalie dat het mooiste is.
C'est le chien des voisins. -> Het is de hond van de buren.
de + le -> du

de + les -> des

Slide 7 - Slide

Elle a essayé ...... jolies robes.
A
aux
B
du
C
de
D
des

Slide 8 - Quiz

Avez-vous ....... Wifi?
A
des
B
du
C
de
D
au

Slide 9 - Quiz

Als de wordt gevolgd door la of l' dan blijft het de la of de l'.
C'est la robe de la fille. -> Het is de jurk van het meisje.

C'est le jeu de l'enfant. -> Het is het spel van het kind.
de + la=de la
de + l'= de l'

Slide 10 - Slide

Ce n'est pas ...... café, c'est ...... bière.
A
de la, du
B
du, de la
C
du, au
D
de la, aux

Slide 11 - Quiz

Kleine hulpmiddel:
Du: mannelijk woord met een medeklinker;
Du pain, du sucre.
De la: vrouwelijk woord met een medeklinker.
De la viande, de la crème.
De l': voor een vrouwelijk of mannelijk woord met een klinker.
De l'alcool, de l'orge.
Des: voor een mannelijk of vrouwelijk woord in het meervoud.
Des fruits, des boissons.



Slide 12 - Slide

Quiz :)

Slide 13 - Slide