This lesson contains 36 slides, with interactive quizzes, text slides and 4 videos.
Lesson duration is: 90 min
Items in this lesson
Goedemorgen!
This is the place to Bio
Slide 1 - Slide
Bij de mens komt een recessief niet-X-chromosomaal allel voor een ziekte voor. Ongeveer een op de 10.000 is drager voor deze eigenschap in Nederland. Martin heeft zelf de aandoening niet en zijn ouders ook niet, maar hij heeft wel een aangedane broer. Martins vrouw (niet verwant) is gezond. Hoe groot is de kans dat hun kind de aandoening heeft?
Slide 2 - Open question
Hiernaast staat een stamboom. De personen die met grijs aangegeven zijn, hebben een
ziekte. De rode personen zijn gezond. De ziekte wordt veroorzaakt door één gen dat X-chromosomaal is. Vrouw 7 is in verwachting van kind 11. De baby blijkt een meisje te zijn. Hoe groot is de kans dat meisje 11 de ziekte heeft?
Slide 3 - Open question
oefenopgave X-chromosomaal
Slide 4 - Slide
X-chromosomaal
P
F1
F2
?
_____________
Slide 5 - Slide
Slide 6 - Video
Slide 7 - Slide
Slide 8 - Slide
Slide 9 - Slide
breed vrouw: smal vrouw: breed man: smal man
2:0:1:1
Slide 10 - Slide
Thema 3:
Genetica
BS 5:
Dihybride kruisingen
VWO Stof
Slide 11 - Slide
Leerdoelen
Je kunt kruisingsschema's maken voor dihybride kruisingen met onafhankelijke overerving.
Uit deze kruisingen kun je de frequentie van genotypen en fenotypen van de nakomelingen afleiden.
Slide 12 - Slide
WAT
*lezen, maken, nakijken 3.5
** testjezelfs 3.4 +3.5
*** www.biologiepagina.nl > T3>oefenen> Opgaven en Uitleg erfelijkheid
HOE
zacht overleg
in tweetal
je blijft zitten
HULP NODIG
goed lezen: de vraag, maar ook de tekst
vraag degene die naast je zit
ga door met volgende opdracht
als docent langsloopt kan je een vraag stellen
actie - MET ZACHT OVERLEG
Slide 13 - Slide
dihybride kruisingen
Slide 14 - Slide
Dihybride kruising
overerving van twee
eigenschappen
op 1 chromosoom = gekoppeld
op verschillende chromosomen = niet gekoppeld = onafhankelijke
Slide 15 - Slide
Slide 16 - Slide
Dihybride kruising
Bij een dihybride kruising kijken we naar twee eigenschappen die overerven.
Bijvoorbeeid bij Mendels erwten:
Geel (A) is dominant over groen (a) en een gladde huid (B) is dominant over een gekreukte huid (b)
Slide 17 - Slide
Geslachtscellen bij dihybride kruisingen
Een individu met het genotype AaBb heeft 4 mogelijke geslachtscellen:
AB;
aB;
Ab;
ab
Slide 18 - Slide
Dihybride kruisingen
Zwarte effen koe x roodbonte stier
Slide 19 - Slide
Opstellen van een dihybride kruising
A = zwarte haarkleur
a = rode haarkleur
B = effen vacht
b = gevlekte vacht
Slide 20 - Slide
P: AABB x aabb
mogelijke geslachtscellen: AB, AB, AB, AB ab, ab, ab, ab
F1
AaBb x AaBb
mogelijke geslachtscellen AB, Ab, aB, ab AB, Ab, aB, ab
F2
AB
AB
ab
AaBb
AaBb
ab
AaBb
AaBb
Slide 21 - Slide
Kansberekenen in een dihybride kruising
AaBb x AaBb
A = zwart, a = rood
B = effen, b = gevlekt
Kans op AABB?
Kans op AA = 1/4 (25%)
Kans op BB = 1/4 (25%)
Dus kans op AABB = 1/4 x 1/4 = 1/16 (6,25%)
Slide 22 - Slide
Kansberekenen in een dihybride kruising
AaBb x AaBb
A = zwart, a = rood
B = effen, b = gevlekt
Kans op Aabb?
Kans op Aa = 1/2 (25%)
Kans op bb = 1/4 (25%)
Dus kans op AAbb = 1/2 x 1/4 = 1/8 (12,5%)
Slide 23 - Slide
Kansberekenen in een dihybride kruising
AaBb x AaBb
A = zwart, a = rood
B = effen, b = gevlekt
Kans op zwart effen?
Kans op zwart = 3/4 (75%)
Kans effen = 3/4 (75%)
Dus kans op zwart effen = 3/4 x 3/4 = 9/16 (56,25%)
Slide 24 - Slide
Genotypen van ouders bepalen in een dihybride kruising
A = zwarte vacht
a = bruine vacht
B = normale oren
b = hangoren
Wat zijn de genotypen van de ouders?
Slide 25 - Slide
Genotypen ouders bepalen in een dihybride kruising
AA x AA = 100% dominant fenotype (AA)
aa x aa = 100% recessief fenotype (aa)
AA x aa = 100% dominant fenotype (Aa)
Aa x aa = 50% dominant (Aa) en 50% recessief fenotype (aa)
Aa x Aa = 75% dominant (AA en Aa) en 25% recessief fenotype (aa)
Slide 26 - Slide
Genotypen van ouders bepalen in een dihybride kruising
A = zwarte vacht
a = bruine vacht
B = normale oren
b = hangoren
Wat zijn de genotypen van de ouders?
10 zwart en 11 bruin = 1:1 = Aa x aa
16 recht en 5 hangoor = 3:1 = Bb x Bb
Conclusie: AaBb x aaBb (zwart en recht x bruin en recht)
Slide 27 - Slide
Een plant heeft het genotype QqRr. De betrokken genen zijn niet gekoppeld.
Hoe groot is de kans dat een stuifmeelkorrel van deze plant tegelijkertijd het allel q en het allel R bevat?
A
25%
B
50%
C
75%
D
100%
Slide 28 - Quiz
Van een dihybride kruising met 2 cavia's: AABB x aabb (A = zwart, a = wit, B = ruw, b = glad) worden de F1 dieren onderling gekruist.
In de F2 is het gedeelte dat zwart en ruwharig is:
A
1/16
B
3/16
C
9/16
D
3/4
Slide 29 - Quiz
Bij de vorming van de haarkleur bij ratten zijn twee allelenparen betrokken, die onafhankelijk overerven. Wanneer van die allelenparen uitsluitend recessieve allelen voorkomen (ppqq), is de haarkleur wit. Wanneer van één van beide paren een dominant allel voorkomt, is de haarkleur geel. Wanneer van ieder allelenpaar tenminste één dominant allel voorkomt, is de haarkleur bruin.
Een bruin en wit dier worden gekruist. Een van de nakomelingen is wit.
Wat is het genotype van het bruine ouderdier?
A
ppQQ
B
PpQQ
C
PpQq
D
ppQq
Slide 30 - Quiz
Twee zwarte ruigharige cavia's paren verscheidene keren met elkaar. Onder hun nakomelingen bevinden zich een wit ruigharig dier en een wit gladharig dier.
Wat zal theoretisch de verhouding zijn tussen witte ruigharige en witte gladharige dieren van deze nakomelingenschap?