2kader 2.3 Lezen

Welkom                                  2.3 Lezen
Pak al je spullen
boek/laptop
schrift
etui
leesboek

Tip!
1 / 23
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 2

This lesson contains 23 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Welkom                                  2.3 Lezen
Pak al je spullen
boek/laptop
schrift
etui
leesboek

Tip!

Slide 1 - Slide

2.3 Lezen 
Welke lesdoelen komen aan de orde?

Slide 2 - Slide

Tekstdoelen, de schrijver wil:
informeren:        informatie geven over een onderwerp
amuseren:          dat de lezer zich vermaakt bij het lezen
overtuigen:        dat de lezer zijn mening overneemt
activeren:            dat de lezer in actie komt, iets gaat doen
2.3 Aantekeningen Lezen
Een schrijver kan ook twee tekstdoelen hebben. Voorbeeld?

Slide 3 - Slide

Opdrachten 1 t/m 5

Let op: filmpje en dan opdracht 6
      
timer
1:00
2.3 Aan de slag 

Slide 4 - Slide

Tekstdelen:
inleiding:        
kort, geeft onderwerp van de tekst aan. 
kern:          
langer, beschrijft deelonderwerpen (5W1H)
slot:        
samenvatting of conclusie, geen nieuwe informatie

2.3 Aantekeningen Lezen
Een nieuwsbericht heeft maar 2 delen, geen slot.

Slide 5 - Slide

Huiswerk: 1 t/m 4 en  6 
7 t/m 10 en 12

Slide 6 - Slide

Welkom                      2.3 Lezen 
Pak al je spullen
boek/laptop
schrift
etui 
leesboek

start met lezen. 

Slide 7 - Slide

Welkom 2-kader, Lesdoelen vandaag:

*Je kunt het tekstdoel benoemen: Wat wil de schrijver? 
*Je herkent de tekstdelen 
*Je kunt verwijswoorden vinden en de verwijzing benoemen. 
*Je kunt signaalwoorden benoemen van:
           opsomming, tegenstelling, volgorde en voorbeeld.








Leertekst of lesstof!!

Slide 8 - Slide

2.3 Signaalwoorden aantekeningen
tekstverband
signaalwoorden
opsomming
als eerste, bovendien, verder, daarnaast, ook, tot slot
tijdsvolgorde
voordat, terwijl, tijdens, alvast, later
tegenstelling
maar, daarentegen, toch, echter, integendeel
voorbeeld
bijvoorbeeld, zo, zoals, ter illustratie, ..een voorbeeld hiervan is...
reden
want, omdat, daarom, vanwege, namelijk, immers

Slide 9 - Slide

Signaalwoorden oefenen
De toets zou best pittig worden, maar bijna iedereen had een voldoende.

Noteer het signaalwoord en om welke tegenstelling gaat het?
Mijn vader eet graag Italiaans, zo heeft hij vandaag cannelloni gegeten. 

Noteer het signaalwoord en noteer het voorbeeld.

Slide 10 - Slide

2.3 Verwijswoorden aantekeningen
Verwijswoorden kunnen verwijzen naar:
- 1 woord
- een paar woorden
- een hele zin
Je stelt de vraag die begint met: 
Wie; Wat; Waar; Welke....?

Slide 11 - Slide

  • Nabespreken 7-8-9
  • Samen opdracht 10 
  • Zelfstandig opdracht 11, 12, 13, 14, 15

tekstverband
signaalwoorden
opsomming
als eerste, bovendien, verder, daarnaast, ook, tot slot
tijdsvolgorde
voordat, terwijl, tijdens, alvast, later
tegenstelling
maar, echter, toch, daarentegen, integendeel
voorbeeld
bijvoorbeeld, zo, zoals, ter illustratie, ..een voorbeeld hiervan is...
reden
want, omdat, daarom, vanwege, namelijk, immers
2.3

Slide 12 - Slide

2.3 Aan de slag en hulp
Tekst 3 en 4 
Opdracht:  7, 8, 9, 10, 11 en 12 
Klaar? aantekeningen maken 

Slide 13 - Slide

2.3 Signaalwoorden
tekstverband
signaalwoorden
opsomming
als eerste, bovendien, verder, daarnaast, ook, tot slot
tijdsvolgorde
voordat, terwijl, tijdens, alvast, later
tegenstelling
maar, daarentegen, toch, echter, integendeel
voorbeeld
bijvoorbeeld, zo, zoals, ter illustratie, ..een voorbeeld hiervan is...
reden
want, omdat, daarom, vanwege, namelijk, immers

Slide 14 - Slide

Verwijswoorden:
Voorbeeld: 
naar 1 woord:
naar meer woorden:
naar hele zin: 

2.3 Aantekeningen Lezen

Slide 15 - Slide

Aan de slag!
Je herhaalt/leert
Benoemen van de tekstdoelen
Verwijswoorden 
Inleiding, kern, slot van een tekst
Signaalwoorden 
Klaar?
2.4 leertekst nieuwsbericht en opdr. 3 

Slide 16 - Slide

2.3 Signaalwoorden
verband
signaalwoorden
opsomming
als eerste, bovendien, verder, daarnaast, ook, tot slot
tijdsvolgorde
voordat, terwijl, tijdens, alvast, later
tegenstelling
maar, daarentegen, toch, echter, integendeel
voorbeeld
bijvoorbeeld, zo, zoals, ter illustratie, ..een voorbeeld hiervan is...

Slide 17 - Slide

Beoordelen van jouw leestaak: 25 punten
Vraag 18:  3 punten voor a-b-d
Vraag 19:  4 punten
Vraag 20: 4 punten
Vraag 21:  4 punten
Vraag 22: 4 punten
Vraag 23a: 2 punten
Vraag 23b: 1 punt
Vraag 24;   3 punten
     19-25        14-18      <14
Klaar?
2.4 leertekst nieuwsbericht en opdr. 3 

Slide 18 - Slide

Oefenen Begrijpend lezen
1. Nabespreken toets grammatica/spelling 
2.
  • Huiswerk extra taak, we kijken na
  • Vervolgens werk je in NUMO aan "Lezen". 

Slide 19 - Slide

SO Lezen
Klaar?
2.4 leertekst nieuwsbericht en opdr. 3 
of
Leesboek

Slide 20 - Slide

huiswerk dinsdag 24 nov.
Leer:  tekstdoelen
           verwijswoorden
           signaalwoorden 
We maken dan de leestaak en kijken of onze voortgang is verbeterd? 

Slide 21 - Slide

Huiswerk schrijven 2.4 
Dinsdag 1 december
Leertekst Nieuwsbericht en opdracht 3 



Slide 22 - Slide

Wat goed
ging............

Volgende
keer beter..........

over lesstof en werkhouding

Slide 23 - Slide