H8.3 en H8.4

Maatschappijleer DT 3
WERK 
H8.3  Hoe kom je aan werk? 
H8.4 Met werk kom je verder
1 / 38
next
Slide 1: Slide
MaatschappijleerMiddelbare schoolvmbo b, t, mavoLeerjaar 3

This lesson contains 38 slides, with interactive quizzes, text slides and 6 videos.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Maatschappijleer DT 3
WERK 
H8.3  Hoe kom je aan werk? 
H8.4 Met werk kom je verder

Slide 1 - Slide

Leerdoelen H8.3 en H8.4
H8. 3
Je weet op welke manieren je kan solliciteren
Weet je wat er in een arbeidscontract staat.
Weet je het verschil tussen, en kent de voor- en nadelen van  zwart en wit werken
Weet je wat een CAO is.
H8. 4
Je kunt beroepen op maatschappelijke ladder plaatsen.
Je kunt uitleggen dat sociale mobiliteit mogelijk maakt dat je stijgt en daalt op maatschappelijke ladder
Je weet dat sociale ongelijkheid nu kleiner is dan vroeger.

Slide 2 - Slide

Wat is de eerste behoefte volgens Maslow?
A
Veiligheid
B
Levensbehoefte
C
Waardering
D
Erbij horen

Slide 3 - Quiz

Zorgen dat het dak niet lekt.
Bij welke behoefte uit de piramide van Maslow past dit?
A
Waardering
B
Levensbehoefte
C
Ergens goed in worden
D
Zekerheid

Slide 4 - Quiz

Trainen om profvoetballer te worden is een voorbeeld van welke behoefte?
A
Waardering
B
Erbij horen
C
Ergens goed in worden
D
Zekerheid

Slide 5 - Quiz

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

Werk
Er zijn vijf manieren om een baan te vinden:
  1. Zelf zoeken naar vacatures
  2. Open sollicitatie sturen (dus zelf een bedrijf benaderen).
  3. Aanmelden bij een uitzendbureau
  4. Gebruik maken van je netwerk (Social Media/ Linked In of vrienden/familie)
  5. Via de overheid. Hiervoor ga je naar het UWV

Slide 9 - Slide

Solliciteren 
  • Wanneer je gaat solliciteren doe je dit meestal door per e-mail een sollicitatiebrief te sturen.
  • Eventueel kun je ook een sollicitatiefilmpje maken.
  • Ook stuur je een  cv (curriculum vitae) mee met daarin je persoonlijke gegevens, opleiding en werkervaring.

Als jouw sollicitatiebrief eruit gekozen wordt, word je uitgenodigd voor een sollicitatiegesprek. 

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Video

Je bent aangenomen! 
Een van de eerste dingen die dan volgt is het arbeidscontract tekenen => Contract met de afspraken tussen werkgever (baas) en werknemer,  die we arbeidsvoorwaarden noemen.  Hierin staat o.a.: 
  • je functie.
  • de werktijden.
  • het loon.
  • het aantal vrije dagen.
  • de proeftijd.

Slide 12 - Slide

Wit of Zwart?
  • Wit werken: je werkt met een contract en betaalt belasting.
  • Zwart werken: zonder contract en geen belasting betalen.

Voordeel zwart werken = > goedkoper


Nadeel: je hebt geen enkel recht, niet op vakantie, geen ziektegeld,  geen verzekering. Daarnaast is het verboden.

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Video

CAO's 
CAO => Een collectieve arbeidsovereenkomst die geldt voor een hele bedrijfstak, zoals de horeca, bouw en zorg.

Werknemers en werkgevers hebben verschillende belangen. Om te voorkomen dat je zelf met je baas moet onderhandelen, doen vakbonden dat voor jou.


Slide 15 - Slide

Slide 16 - Video

maken 
Par 8.3 ( wb.150 t/m 152)
samenvatting 8.3 (wb. 163)

Slide 17 - Slide

8.4 Met werk kom je verder
De maatschappelijke ladder en sociale status 

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Slide

Slide 21 - Slide

Slide 22 - Video

Welke 3 factoren bepalen welke positie iemand heeft op de maatschappelijke ladder?

Slide 23 - Open question

Slide 24 - Slide

Slide 25 - Slide

Slide 26 - Slide

Klimmen op de ladder
Maatschappelijke ladder => alle maatschappelijke 
posities van hoog naar laag.

Je maatschappelijke positie wordt onder andere 
bepaald door: 
  • je kennis of vaardigheden (leerling staat lager dan meester)
  • hoeveel macht of verantwoordelijkheid je hebt (werkgever staat boven werknemer) 
  • je inkomen (chirurg heeft een hogere status dan een schooldirecteur) 

Maar dit telt niet voor iedereen: Wie staat hoger op de ladder:  Messi of Rutte? 



Slide 27 - Slide

Slide 28 - Video

0

Slide 29 - Video

Sociale ongelijkheid 
Sociale ongelijkheid => macht, kennis en geld zijn niet eerlijk over de mensen verdeeld.  Men zegt wel: De rijken worden rijker en 

  • Dit was vroeger erger dan nu, overheid probeert tegenwoordig in te grijpen.

Sociale mobiliteit: mogelijkheid te stijgen op de ladder. 
  • Opleiding en inzet belangrijker dan beroep ouders.

Toch hebben mensen ouders met weinig geld minder vaak een hoge opleiding, mensen met een migratieachtergrond hebben het zwaarder...

Slide 30 - Slide

Welke drie dingen bepalen je maatschappelijke positie?

Slide 31 - Open question

Een vuilnisman heeft staat hoger op de maatschappelijke ladder dan een chef kok.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 32 - Quiz

Sociale mobiliteit betekent:
A
Je kunt klimmen op de maatschappelijke ladder
B
Macht, kennis en geld zijn niet gelijk verdeeld over de samenleving.
C
Alle maatschappelijke posities van hoog naar laag
D
Je kunt bewegen, zoals dansen, waardoor je een betere positie hebt.

Slide 33 - Quiz

Waarom is een opleiding belangrijk?

Slide 34 - Mind map

Welk van de volgende woorden is een waarde?
A
Opstaan voor ouderen in de bus
B
Niet discrimineren
C
Niet wildplassen
D
Gelijkheid

Slide 35 - Quiz

Arbowet is:
A
Wet dat werkomgeving veilig moet zijn
B
Regel dat overheid werk moet regelen
C
Wet dat iedereen werk met armen moet doen
D
Wet dat je sollicitatieplicht hebt

Slide 36 - Quiz

Geef een nadeel van zwart werken.

Slide 37 - Open question

maken
8.4 (wb. 153 t/m 155) 
samenvatting 8.4 (wb 163)

Slide 38 - Slide