Sociaal Maatschappelijk integratie les 2

Integratie
1 / 16
next
Slide 1: Slide
BurgerschapMBOStudiejaar 1

This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

Items in this lesson

Integratie

Slide 1 - Slide

Leerdoelen
Kennis 
De student: 
- kan enkele motieven voor migratie noemen;  
- weet (ongeveer) welk percentage van de Nederlandse bevolking een migratieachtergrond heeft; 
- kan uitleggen waarom integratie van migranten belangrijk is voor de hele samenleving; 
- kan uitleggen waarom het integratieproces langzaam en moeizaam verloopt; 
- kan een aantal oorzaken noemen van spanningen in de samenleving die samenhangen met de komst van migranten; 
- kan een voorbeeld geven van een norm, waarde of gewoonte van een groep migranten die botst met een norm, waarde of gewoonte van (een groep) burgers met een Nederlandse achtergrond; 
- kan enkele voorbeelden geven van standpunten van politieke partijen over migratie en integratie; 
- kan de kernbegrippen uit dit thema uitleggen. 

Slide 2 - Slide



Vaardigheden
De student: 
- kan beargumenteren bij welke politieke partij zijn/haar opvatting over integratiebeleid het meest aansluit; 
- kan beargumenteren in hoeverre nieuwkomers zich volgens hem/haar moeten aanpassen aan de Nederlandse samenleving; 
- kan verschillen in normen, waarden en opvattingen verklaren vanuit de culturele achtergrond van mensen. 

Houding 
De student: 
- probeert het gedrag en de opvattingen van anderen te begrijpen door zich te verplaatsen in hun culturele achtergrond; 
- wil iedereen gelijk behandelen, ook als de ander een andere culturele achtergrond heeft.  

Slide 3 - Slide

Wat betekent het begrip accepteren?
A
Je probeert iets te aanvaarden en begrijpen.
B
Je vindt iets normaal

Slide 4 - Quiz

Sociale cohesie is?
A
Accepteren dat iemand zich anders gedraagt
B
Het gevoel verbonden te zijn met een ander

Slide 5 - Quiz

Wat betekent het begrip norm?
A
Regels die niet in de wet staan maar vanzelfsprekend zijn
B
gedragsregel die algemeen geaccpteerd is

Slide 6 - Quiz

Wat betekent het begrip solidariteit?
A
Bereidheid om voor een ander op te komen
B
manier om met verschillen om te gaan

Slide 7 - Quiz

Slide 8 - Video

Belangrijke begrippen
  • Asiel: bescherming in een ander land, voor iemand die gevlucht is.
  • Migrant: persoon die in een ander land gaat wonen.
  • Migratieachtergrond: als een persoon zelf of als ten minste één van zijn of haar ouders in het buitenland is geboren.
  • Integratie: proces van wederzijdse aanpassing waarbij nieuwkomers deel gaan uitmaken van de samenleving.
  • Naturalisatie: het verkrijgen van de nationaliteit van het land waar iemand naartoe is gemigreerd.

Slide 9 - Slide

  • Discriminatie: ongelijk behandelen van mensen op basis van een kenmerk dat er in die   situatie niet toe doet.
  • Pluriforme samenleving: land waarin mensen wonen met uiteenlopende culturen en levensstijlen.
  • Radicalisering: proces waarbij gedachten en/of gedrag van een persoon of groep extremer worden en ingaan tegen de normen en waarden in een democratische rechtsstaat.
  • Vluchteling: iemand die vlucht voor oorlogsgeweld of omdat hij vervolgd wordt vanwege zijn geloof, politieke overtuiging of seksuele geaardheid.
  • Vooroordeel: mening over iemand of een groep mensen, zonder dat je die goed kent.

Slide 10 - Slide

Zelf, of één of beide ouders in het buitenland geboren
A
Ja
B
Nee

Slide 11 - Quiz

Mijn ouder zijn beide in Nederland geboren?
A
Ja
B
Nee

Slide 12 - Quiz

Wat is integratie?
De verschillende culturen in Nederland beïnvloeden elkaar en vermengen zich.

voorbeeld:
anders eten dan voorheen 

Slide 13 - Slide

Hoe krijg je de Nederlandse nationaliteit?

Slide 14 - Open question

Spanningen rondom migratie en integratie
  • geweld en intimidatie
  • kerk, moskee, synagoge 
  • culturele en religieuze tradities (bv Nikab, sinterklaas)
  • verschillen van mening binnen de politiek
  • radicalisering

Slide 15 - Slide

Wat betekent radicalisering voor jou?

Slide 16 - Mind map