INLEIDING - DE CULTUUR VAN HET MODERNE

    INLEIDING  CULTUUR VAN HET MODERNE
1 / 25
next
Slide 1: Slide
KUAMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5,6

This lesson contains 25 slides, with text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 15 min

Items in this lesson

    INLEIDING  CULTUUR VAN HET MODERNE

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Filmpje!
Het volgende filmpje gaat over moderne kunst.


Let op! Het laatste deel van het filmpje gaat over de periode die na het Modernisme komt. 
Wat is het verschil zien? En is dat zichtbaar?

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Slide 3 - Video

This item has no instructions

CULTUUR VAN HET MODERNE
-
BEELDENDE KUNST

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Piet Mondriaan, Tableau I, 1921                                                                   Marcel Duchamp, Bicycle Wheel, 1913

Slide 5 - Slide

Mondriaan een van de grondleggers van abstracte kunst. 1917 de Stijl opgericht. Abstractie als universele beeldtaal. Kunst herleiden tot de essentie, basis van alles: geometrische vormen en primaire kleuren. Mondriaan zoekt voortdurend naar evenwicht tussen kleur. lijn en vorm

Marcel Duchamp eerste kunstenaar die ready made invoert. Stelt ter discussie wat kunst is. Idee is belangrijker dan een ambachtelijk gemaakt kunstwerk. Voorloper van Dada die bewust de kunstwereld op zijn kop zetten door antikunst te maken. Ze omarmen toeval en gevonden voorwerpen.
George Braque, Vrouw met Mandoline, 1910                             Henri Matisse, Portret van Madame Matisse       
                                                                                                                                        

Slide 6 - Slide

samen met Picasso het Kubisme vormgegeven. Verschillende standpunten tegelijk afbeelden, loslaten perspectief= analytisch kubisme. Vormen uit elkaar halen en opnieuw in elkaar zetten verschil voorgrond achtergrond verdwijnt en beperkte kleuren. 

Matisse is een fauvist. Kleur als een expressiemiddel. Vlak, kleur en verftoets benadrukken. Decoratief. Beïnvloed door van Gogh en Gauguin. Fauvisten hebben geen theorie, zeer individueel. 
Pablo Picasso, Guernica, 1937

Slide 7 - Slide

Picasso is grondlegger van kubisme. Mixt hier met expressionisme omdat er een verhaal/ boodschap achter het werk schuilt. De fragmentatie en beperkte kleuren passen heel goed bij het gruwelijke onderwerp: bombardement
CULTUUR VAN HET MODERNE
-
BOUWKUNST

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Rudolf Steiner - het tweede Goetheanum - 1928

Slide 9 - Slide

antroposofie= wijsheid over mensen (ipv godsdienst)
het geestelijke van de mens verbinden met het geestelijke in kosmos.
Internationaal centrum voor antroposofie in 1920 Dornach (Zwitserland)
houten koepels met schilderingen mens. evolutie.
glas in loodramen vanwege gekleurd licht
1922 oudejaarsavond brand eerste versie af
2e versie van beton (brandveilig) af in 1928 Steiner al in 1925 gestorven
organische en expressionistische architectuur
Michiel de Klerk en Piet Kramer - De Dageraad - 1923    Gerrit Rietveld, Rietveld Schoderhuis in Utrecht, 1923-24

Slide 10 - Slide

begin 20e eeuw zet architectuur zich af tegen gedetailleerde, decoratieve bouwkunst
Zoals te zien bij de Stijl rechts
Links Amsterdamse school borduurt juist wel voort op organische en decoratieve bouwkunst uit 19e eeuw (jugendstil)
Maar ze willen net als modernisten betere woon en leefomstandigheden voor arbeiders
appartementencomplex de dageraad
Rietveld Schroderhuis is particuliere opdracht
Het verheffen van de massa met een heldere stakke functionele bouwstijl
Variabele ruimtes, interieur ook door Rietveld. 
Invloed Frank Lloyd Wright
Walter Gropius, Bauhaus in Desdau, 1925-26,                     Le Corbusier, Unite d’habitation in Marseille, Frankrijk, 1952

Slide 11 - Slide

Gropius is oprichter Bauhaus. 
Gebaseerd op middeleeuwse bouwloge. Kunstenaars en leerlingen werken samen aan totaalconcept. Interieur, Exterieur, kunst en design. 
Functioneel zonder decoratie en met moderen materialen in massaproductie
Mond uit in de Internationale Stijl (rechts)
Moderne stad van woontorens met veel groen en voorzieningen op de begane grond en dak (zwembad, bioscoop)
CULTUUR VAN HET MODERNE
-
MUZIEK

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Schonberg, Pierrot Lunaire, 1912

Slide 13 - Slide

Polytonale of atonale muziek. Er is geen melodie meer als bepalend uitgangspunt. Meerder toonsoorten door elkaar.
In dit stuk hoor je ook Sprechgesang. , zingspreken. Gebaseerd op gedichten over een maanzieke Pierot ( (geestesziek). Nachtmerrieachtig.
Was geen succes bij het publiek. Ze begrepen er niets van.
Igor Stravinski, Ragtime, 1918                                                      Anton Webern, 6 Bagatellen, 1922

Slide 14 - Slide

ragged timing=kapot ritme. Melodie gaat tegen het ritme in, soms voouitlopend dan er weer achteraan. Jazzmuziek in bars en bordelen in New Orleans
Maar wordt snel populair in Europa (dansbaar) en beïnvloed zo klassieke muziek
Stravinsky maakt klas. versie, heeft nooit echte jazz gehoord. Hij was erg in ritme geïnteresseerd.  Maakt ook gebruik van volksmuziek en muziek van primitieve volken. 
 6 Bagatellen, door student van Schonberg, met diens twaalftonentechniek. Elke toon wordt een maal gebruikt, en als ze alle twaalf geweest zijn, begint dat weer opnieuw.
Basis voor seriële muziek. Omdat muziek nu volgens regels wordt gecomponeerd is het rationeel en niet expressionistisch.
Billy Holliday, Strange Fruit, 1939                                                    Luigo Russolo, Intonarumori, 1913

Slide 15 - Slide

grootste jazz-zangeres allertijden. Ze improviseert en experimenteert met tempo en melodie.
Bitter fruit gaat over haar jeugdomgeving waarin zwarte mensen gelyncht worden om een kleinigheid.
Luigi Russolo is een futurist die vind dat muziekinstrumenten niet voldoen aan klankbehoefte moderne mens.
Hij maakt basisgeluiden: Sissen, brommen, kraken, ontploffen enz. Dit worden akoestische geluidsgeneratoren waarmee hij composities kan maken
CULTUUR VAN HET MODERNE
-
DANS/DRAMA/THEATER

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Bojangles Robinson, tapdans, 1934                                                               Martha Graham, Lamentation, 1943
This video is no longer available
Welke video was dit?

Slide 17 - Slide

wordt populair in clubs tijdens de drooglegging. 
Zwarte artiesten treden op voor blank publiek. Ritmische dansen op de ritmische muziek.
Hollywood neemt het zelfs over in films maar met blanke dansers. Bojangles gebruikt alleen zijn benen, bovenlijf is stil.

Moderne dans, expressief, gebruik maken van zwaartekracht. Aards en lichamelijk (tegenhanger romantische ballet)
Spannen en loslaten (Contraction and release). Ritme bepaald door ademhalen.
Lamentation is een rouwdans, mensen die hun emoties tonen na een catastrofe.
Triadisch Ballet, Oskar Schlemmer, het Tradisch Ballet, 1922,      Vsevolod Meyerhold, biomechnica, 1920

Slide 18 - Slide

triadisch ballet, van Schlemmer die theaterafdeling Bauhaus leidt. Rationele benadering/ inzet van vorm, kleur en licht. Leidt tot abstracte, mechanische bewegingsspelen. Acteur dansen is puur een vormgevend element.
Trias staat voor drieëenheid vorm, kleur, beweging, drie delen gedanst door drie dansers (machines). De kostuums bepalen de beweging van de dansers.
Meyerhold. constructivistisch acteren. Biomechanica. Theater niet puur ontspanning maar ter ondersteuning van arbeidsproces. Acteurs zijn werknemers, ze gaan ritmisch te werk en maken aangeleerde bewegingen. Bij elke emotie hoort een aangeleerde houding. Karakters zijn stereotiep, decors constructies en kostuums uniformachtig.
Musicalfilm The Wizzard of Oz, 1939 geregisseerd door Fleming, met Judy Garland 

Slide 19 - Slide

17 jarige Garland als kindster begonnen. De Wizard is eerste grote musicalfilm. Komst van geluid sinds 1927 heeft alles op zijn kop gezet. Kleur is net nieuw en wordt optimaal gebruikt (rode schoenen, gele weg). Dorothy komt in kleurenwereld terug door tornado.
CULTUUR VAN HET MODERNE
-
FILM/FOTOGRAFIE

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Stranger on the third floor, Boris Ingster, film noir, 1940.       Das Cabinet des Dr. Caligari van Robert Wienes, 1920

Slide 21 - Slide

Film noir, die voortkomt uit expressionistisch film. is een misdaad genre. Zwart-wit films met veel licht donker contrasten met name schaduwen (voor spanning) en lage camerastandpunten. Voice over Menselijke normen stellen weinig voor (nihilistische wereld), corrupte politie, genadeloze misdadigers, een femme fatale en een geharde held. Niet het positieve van Hollywood.
Hier moet iemand zijn ons

Kabinet dr Caligari uit 1920, geen hoek is recht geen standpunt normaal. Vertekening van de werkelijkheid ook in decors en het verhaal (niets is wat het lijkt te zijn). Groot contrast met de populaire slapstickfilms uit Amerika.
eerste horrorfilm. Verhaal over dokter die zijn bediende in slaaptoestand laat moorden, maar uiteindelijk blijkt dit een droom van een patiënt in het gesticht van Calagari.
Luis Bunuel & Salvador Dali, Un Chien Andalou, 1929.         Edwin S. Porter, The Great Train Robbery, 1903

Slide 22 - Slide

Bunuel hoort bij surrealisme, maakt de film samen met Dali, maar die distantieert zich. Het zijn losse, droomachtige scenes die associatief gemonteerd zijn zonder logica of verhaal.

The great train robbery bevat eerste achtervolging. Eerste gemonteerde film.  Spel met ordening beelden om verhaal te vertellen. 12 minuten duurt de film. Afwisseling in locaties om bijvoorbeeld parallele verhaallijn te tonen en close up. Porter claimt zijn vondsten niet en worden later door anderen heruitgezonden.
Alexander Rodtsjenko, Trappen, 1930

Slide 23 - Slide

constructivisme in Rusland. Nieuwe kunst voor nieuwe communistische staat. Nieuwe technieken zoals fotografie worden omarmd. Rodtsjenko legt zich hier helemaal op toe. Foto's waarin lijnen en vlakken belangrijk zijn en ongebruikelijke standpunten . Sluit aan bij abstracte kunst.

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Slide 25 - Link

This item has no instructions