1 SPQR tekst

SPQR les 1 tekst: Flumen
1 / 25
next
Slide 1: Slide
LatijnMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1

This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes and text slides.

Report this lesson

Items in this lesson

SPQR les 1 tekst: Flumen

Slide 1 - Slide

Het rijtje...
Voordat we beginnen, schrijf je het rijtje nog eens in je schrift. Pak een LEGE bladzijde. Probeer eens hoe ver je komt uit je hoofd?

Slide 2 - Slide

Hoe zat het ook al weer na de dood van koning Proca (vader van Amulius en Numitor)?
A
Numitor was koning, Amulius had de rijkdom.
B
Amulius was koning, Numitor had de rijkdom.
C
Numitor had de macht en de rijkdom.
D
Amulius werd koning toen zijn vader stierf.

Slide 3 - Quiz

Wat gebeurde daarna?
A
Amulius doodde Numitor en werd koning
B
Numitor doodde Amulius en bleef koning
C
Numitor verjoeg Amulius en werd rijk
D
Amulius verdreef Numitor en werd koning

Slide 4 - Quiz

Hoe zat het ook al weer?
De dochter van Numitor heette:
A
Rhea Silvius
B
Silva Rhea
C
Rhea Silvia
D
Rhea Silva

Slide 5 - Quiz

Hoe zat het ook al weer?
Rhea Silvia moest:
A
het land verlaten
B
priesteres van de godin Vesta worden
C
in het paleis opgesloten worden
D
gedood worden

Slide 6 - Quiz

Waarom moest Rhea Silvia priesteres worden van Vesta?
A
Dan kon ze geen kinderen krijgen.
B
Dan kon ze zich nergens mee bemoeien
C
Dan kon ze haar vader niet helpen.
D
Dan wist Amulius altijd wat ze deed

Slide 7 - Quiz

Welke god maakte Rhea Silvia zwanger van twee zoontjes?
A
Jupiter
B
Apollo
C
Neptunus
D
Mars

Slide 8 - Quiz

Vertaling nakijken
Pak nu je schrift erbij, kijk je vertaling van tekst 1 na én verbeter die als je het niet juist had vertaald.
Houd ook de Latijnse tekst in OneNote erbij.

Slide 9 - Slide

Vertaling nakijken (r. 1-6)
De koning roept de/een slaaf.
De slaaf komt.
Hij hoort baby's.
Hij ziet een mandje. 
In het mandje liggen twee jongens.
De jongens schreeuwen en (ze) huilen.
verbeter je fouten met een andere kleur

Slide 10 - Slide

Vertaling nakijken (r. 7-11)
De koning beveelt de slaaf om de jongens te doden.
De slaaf is bang voor/vreest de koning. 
Daarom weigert hij de opdracht niet.
Toch doodt hij de jongens niet.
De slaaf tilt het mandje op en draagt de jongens naar een rivier.
verbeter je fouten met een andere kleur

Slide 11 - Slide

In r. 7-11 staat in elke zin wel een lijdend voorwerp. Sleep alle woorden die lijdend voorwerp zijn naar dit vak. De andere woorden laat je staan.
r. 7 rex
r. 7 servum
r. 7 pueros
r. 8 servus
r. 8 regem
r. 9 mandatum
r. 10 pueros
r. 11 servus
r. 11 corbem
r. 11 pueros
r. 11 flumen

Slide 12 - Drag question

Welke woordsoort waren alle woorden uit de vorige vraag? (je mag even een slide terug kijken)
A
werkwoord
B
zelfstandig naamwoord
C
bijwoord
D
bijvoeglijk naamwoord

Slide 13 - Quiz

Uitleg OW en LV
OW: onderwerp (doet de actie) - in het Latijn: nominativus 
LV: lijdend voorwerp (ondergaat de actie) - in het Latijn: accusativus

Voorbeeld: de koning draagt de jongen
                        Rex (OW) puerum (LV) portat.

nominativus= 1e van het rijtje => US en I
accusativus= 4e van het rijtje => UM en OS

neem dit over in je schrift

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Slide

Toepassen
Hieronder volgen enkele vragen over OW, LV en PV (persoonsvorm) in de laatste 4 regels van de tekst. Daarna kijk je de laatste 4 regels na.

Slide 16 - Slide

Corbem in flumen imponit.
Wie of wat is het onderwerp van imponit?
A
het mandje
B
de rivier
C
de slaaf (uit de vorige zin)
D
de jongens (uit de vorige zin)

Slide 17 - Quiz

Corbis natat.
Wat is het lijdend voorwerp?
A
het mandje
B
de rivier
C
dat is er niet
D
de jongens (uit het voorafgaande)

Slide 18 - Quiz

Flumen corbem portat ad locum,

Welk woord staat in de nominativus?
A
flumen
B
corbem
C
portat
D
locum

Slide 19 - Quiz

ubi aqua inter arbores fluit.

Welk woord staat in de accusativus?
A
ubi
B
aqua
C
inter
D
arbores

Slide 20 - Quiz

Ibi corbis haeret.

Wat is de persoonsvorm?
A
ibi
B
corbis
C
haeret
D
dat is er niet

Slide 21 - Quiz

Vertaling nakijken (r. 12-15)
Hij plaatst het mandje in de rivier. Het mandje drijft.
De rivier brengt/draagt het mandje naar een/de plek,
waar het water tussen (de) bomen stroomt.
Daar blijft het mandje steken. 

(vervolg van wat er met Romulus en Remus gebeurt in tekst 2)
verbeter je fouten met een rode pen

Slide 22 - Slide

Wat is het belangrijkste wat jij hebt geleerd over hoe je moet vertalen bij tekst 1?

Slide 23 - Open question

FINIS
Finis is "einde" in het Latijn.
Welk engels woord is daarvan afgeleid? En welk franse woord?
Misschien weet je nog een woord dat afgeleid is van finis in een andere taal.
Als je er één weet mag je naar voren lopen en het op het bord schrijven.

Je hebt tekst 1 nu nagekeken. Leg je laptop weg en pak je hulpboek erbij.
Ga aan de slag met huiswerk: mandata bij les 1 op p. 65 mandatum 3 en 4

Slide 24 - Slide

HW ma 14 sept
 - leer nomaals de woordjes van les 1!!!
- maak mandatum 3 en 4 van les 1 op p. 65 van je hulpboek
- leer het rijtje van "- us" uit je hoofd door het vaak hardop op te zeggen en uit je hoofd op te schrijven

Slide 25 - Slide