10 februari

Wat doen we vandaag?
  • Vragen grammatica?
  • Bespreken blz. 84, opdr. 1 t/m 4 
  • Nieuwe grammatica
  • Erga en opdrachten











 
1 / 23
next
Slide 1: Slide
GrieksMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

This lesson contains 23 slides, with interactive quiz and text slides.

time-iconLesson duration is: 80 min

Items in this lesson

Wat doen we vandaag?
  • Vragen grammatica?
  • Bespreken blz. 84, opdr. 1 t/m 4 
  • Nieuwe grammatica
  • Erga en opdrachten











 

Slide 1 - Slide

Vragen Grammatica?

Slide 2 - Open question

Geen vragen (meer)?
  • Pak maar een blaadje...

Slide 3 - Slide


Blz. 154.

Ergon 4 en 6.





Slide 4 - Slide

Symbiosis



Blz. 84, 
opdr. 1 t/m 4

Slide 5 - Slide

Opdracht 1

  • De binnenplaats zorgde, naast voor frisse lucht, ook voor lichtinval in de vertrekken die naar de binnenplaats gericht waren./ De binnenplaats kon ook gebruikt worden om eten klaar te maken op verplaatsbare fornuizen.

Slide 6 - Slide

Opdracht 2

  • a. Je moest een vrije, volwassen man zijn boven 18 jaar en beide ouders moesten van Atheense komaf zijn.
  • b. Mannen, slaven, metoiken, vrouwen van metoiken, vrouwen van burgers.

Slide 7 - Slide

Opdracht 3a

  • a. 1 Burgers klaagden zelf aan en hadden het recht zich te verdedigen (de rechtsgang stond voor iedereen open)
  • 2 Burgers zaten in de jury (recht was voor iedereen en werd niet bepaald door 1 persoon) 
  • 3 De jury bestond uit een oneven aantal juryleden (zo voorkwam men het staken van de stemmen) 
  • 4 Het lot bepaalde de samenstelling van de jury (men wist niet wie er in de jury zou zitten en kon dus niemand omkopen) 
  • 5 Een klepsydra werd gebruikt ( aanklager en aangeklaagde had even veel spreektijd
  • 6 De wetten waren vastgelegd en gepubliceerd (iedereen kon kennis nemen van de inhoud) 7 De stemming was geheim (men kon elkaar niet beïnvloeden of achteraf aanspreken op diens stem)

Slide 8 - Slide

Opdracht 3b

  • b. Voorbeeld kritische nuanceringen:
  • Bij 1: niet iedereen kon zichzelf goed verdedigen of een logograaf betalen; 
  • bij 2: mensen die geen verstand van zaken hadden mochten wel beslissen; 
  • bij 3: sommige rechtbanken bestonden wel uit heel veel juryleden en overleg koste heel veel tijd;
  • bij 6: niet iedereen kon lezen wat er in de wetten was vastgelegd.

Slide 9 - Slide

Opdracht 4

  • ἦθος: positief/negatief karakter of eigenschappen: 4, 5
  • λόγος: argumentatie op basis van logische argumenten: 1 
  • πάθος: inspelen op emotie: 2, 3, 6

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Slide

Slide 21 - Slide

Opdracht 40

  • a.De

Slide 22 - Slide

Aan het werk.
  • Leer de grammatica van Thema 1 en 2. 
  • Lees blz. 154
  • Maak erga 8-9-10. 

Dit is ook huiswerk!


Slide 23 - Slide