Arthrologie & Syndesmologie

Sportmassage

"Develop a passion for learning.
if you do, you will never cease to grow"

- Anthony J. D'Angelo
1 / 54
next
Slide 1: Slide
AnatomieBeroepsopleiding

This lesson contains 54 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.

time-iconLesson duration is: 120 min

Items in this lesson

Sportmassage

"Develop a passion for learning.
if you do, you will never cease to grow"

- Anthony J. D'Angelo

Slide 1 - Slide

Synarthrosen

  • Syndesmose
  • Synchondrose
  • Synostose

Diarthrosen

  • Amfi-arthrose
  • Articuli

Slide 2 - Slide

Syndesmose

  • Naadverbindingen
  • Membraanverbindingen
  • Bandverbindingen
  • Gomfosis

Slide 3 - Slide

(krimpende) naadverbinding: Satura
Bandverbinding (ligament)
Membraamverbinding: Membrana interossea
Lijmachtige verbinding tussen kaak en tanden/kiezen: Gomfosis

Slide 4 - Slide

Synchondrose

  • Epifysairschijf
  • Meniscus
  • Discus intervertebralis
  • Costo-sternale overgang
  • Symfyse
Symfyse: kraakbeenverbinding

Schaambeenvoeg

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

Synostose
  • Geen beweging
  • Verbeende verbinding
  • Epifysairschijf
  • Os coxae
  • Os sacrum
  • Satura

Slide 8 - Slide

Wat is geen syndesmose
A
Ligament
B
Gomfosis
C
Membraanverbinding
D
Symfyse

Slide 9 - Quiz

De Satura is een vorm van...?
A
Syndesmoste
B
Synostose
C
Synchondrose
D
Synverzinose

Slide 10 - Quiz

Een anteflexie beweging vindt plaats in welk vlak?
A
Frontaal vlak
B
Transversaal vlak
C
Sagittaal vlak
D
Longitudinaal vlak

Slide 11 - Quiz

Slide 12 - Slide

Synovium: gewricht is gevuld met vocht. Dit is een eiwit achtige substantie genaamd synovium (synoviaal vocht)
Tunica of membrana fibrosa: Dit is de buitenstelaag van het gewirchtskapsel en is een stevige bindweefsel voortzetting van het periost (beenvlies)
Capsula articularis: Het gewrichtskapsel, bestaande uit de membrana fibrosa en synovialis
Tunica of membrana synovialis: Dit is de binnenste laag van het gewrichtskapsel en is een dunnere en kwetsbaardere laag dan de fibrosa. Deze laag is verantwoordelijk voor het aanmaken van synovium (gewrichtssmeer)
Hyalien
Hyalien kraakbeen: het gewrichtskraakbeen. Glazuurachtige stevige vorm van kraakbeen. Zorgt samen met het synovium voor een soepele beweging.
Cavum
Cavum (kom)
Caput
Caput (kop)

Slide 13 - Slide

Wat is de functie van synovium?
A
Smering van het gewricht
B
Stevigheid van het gewricht
C
Verbinding van kraakbeen
D
Gewricht passend maken

Slide 14 - Quiz

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Slide

Wat is een inversie?
A
Plantairflexie, adductie en supinatie
B
Dorsaalflexie, abductie en pronatie
C
Endorotatie, anteflexie en circumductie
D
Palmairflexie, radiaaldeviatie en endorotatie

Slide 17 - Quiz

Arthrokinematica
Leer van de beweging van gewrichten
Indelingen:
  • Assen
  • Samenkomende gewrichtsvlakken
  • Aantal botstukken
  • "Uiterlijk / functie" --> Kogel, scharnier

  • Ei en zadelgewrichten: Betere aansluiting op vervolgstudies

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Video

Slide 21 - Slide

Slide 22 - Slide

Remming en limitering
  • Benige limitering
  • Ligamenteuze limitering
  • Remming door weke delen
  • Passieve insufficiëntie
  • Actieve insufficiëntie

Slide 23 - Slide

Articuli
  • Art. humeri
  • Art. Cubiti
  • Art. radiocarpea
  • Art. Digiti
  • Art. coxae
  • Art. genus
  • Art. Talocruralis & talotarsalis

Slide 24 - Slide

Labrum: Gewrichtslip die de kom (cavum) vergroot

Slide 25 - Slide

Slide 26 - Slide

Slide 27 - Slide

Trochlea
Trochlea = Katrol --> structuren die op een katrol lijken.

"Aldus creëert de vereniging van het trochlea van humerus en ulna een scharniergewricht zodat de onderarm kan bewegen, maar in een vlak dat bestaat uit voorwaarts en achterwaarts. Het deel van de ulna dat in verbinding staat met dit deel van de humerus wordt de trochleaire inkeping genoemd. Het gaat ook door andere termen, zoals de trochleaire inkeping van ulna, de semilunaire inkeping en de grotere signmoïde holte.

Het trochlea van de humerus zelf kan het best worden omschreven als een diepe depressie aan de onderkant van de humerus. Het bevindt zich direct onder de coronoïde fossa. Dit is een depressie die het circulaire coronoid proces van de ulna draagt ​​voor de flexie van de onderarm. "

Capitulum
Capitulum = hoofdje (dit is het kopje aan het einde van de humurus (radius kant)) dat contact maakt met de kop van de radius (caput radii)

Slide 28 - Slide

Wat is manus?
A
Voet
B
Enkel
C
Pols
D
Hand

Slide 29 - Quiz

Slide 30 - Slide

Slide 31 - Slide

Alle vingers bestaan uit 3 phalanges?
A
Ja
B
Nee

Slide 32 - Quiz

Slide 33 - Slide

Slide 34 - Slide

Slide 35 - Slide

Slide 36 - Slide

Waardoor is de dorsaal flexie beweging thoracaal beperkt?
A
Spieren
B
Dwars uitsteeksel
C
Doornuitsteeksels
D
Is niet beperkt

Slide 37 - Quiz

Hoe heet de kom van de heup?
A
Glenoid
B
Acetabulum
C
Cavum coxa
D
Cavitas femoris

Slide 38 - Quiz

Slide 39 - Slide

Slide 40 - Video

Slide 41 - Slide

Slide 42 - Slide

Slide 43 - Slide

Slide 44 - Slide

1

Slide 45 - Video

00:11
Wat is het ligamentum cruciatum anterius?
A
Voorste kruisband
B
Achterste kruisband
C
Bovenste kruisband
D
Onderste kruisband

Slide 46 - Quiz

mediaal
Mediale meniscus: Halvemaanvormig EN vergroeit met het kapsel en mediale knieband (lig. collaterale mediale tibiale). Deze mediale meniscus is het beste in het opvangen van axiaal werkende krachten. Axiaal is de neerwaartse kracht op de meniscus.

de menisci functioneren dus als schokdempers in de knie. Wanneer er gewicht op het been gezet wordt, kunnen de beiden menisci naar buiten uitwijken. Hierdoor wordt de neerwaartse (axiale) kracht naar buiten omgezet. Denk hierbij aan een zachte bal, wanneer je hier met je voet op staat zal de bal platter worden en wijkt het naar buiten uit. Met als gevolg dat een deel van de krachten die naar beneden gericht zijn, naar buiten worden omgezet.
Lateraal
Laterale meniscus: Deze is ronder en kleiner dan de mediale meniscus en is ook niet vergroeid met het kapsel of het bandapparaat.

Hoewel deze meniscus ook functioneert als axiaal opvanger is hij geschikter voor het juist begeleiden van de beweging van het femur in de knie.

Slide 47 - Slide

Slide 48 - Slide

Slide 49 - Slide

Slide 50 - Slide

Os ilium is?
A
Zitbeen
B
Darmbeen
C
Heupbeen
D
Schaambeen

Slide 51 - Quiz

Wat is sleutelbeen?
A
Scapula
B
Sleutula
C
Acromion
D
Clavicula

Slide 52 - Quiz

Wat is rib?
A
Vertebra
B
thorax
C
Costa
D
Digitus

Slide 53 - Quiz

Een beweging om de sagittale as is een beweging in welk vlak?
A
Frontale vlak
B
Sagittale vlak
C
Transversale vlak
D
Longitudinaal vlak

Slide 54 - Quiz