4 introductieles Schrijvaardigheid K & GL les 6

3BB introductieles
4 Schrijfvaardigheid
Welkom
ga rustig zitten
Etui/pen op tafel
timer
24:00
1 / 26
next
Slide 1: Slide
NederlandsVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 3Leerroute 4

This lesson contains 26 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 40 min

Items in this lesson

3BB introductieles
4 Schrijfvaardigheid
Welkom
ga rustig zitten
Etui/pen op tafel
timer
24:00

Slide 1 - Slide

3BB introductieles
Vandaag
  • Laatste vragen over het SE
  • Laatste oefening voor het SE (mag in tweetallen)










  • Oefenen zoals op het SE met schrijven
timer
15:00

Slide 2 - Slide

3BB introductieles
Waar moet je aan denken / wat viel mij op?
Een opmerking vooraf

- Lees de opdracht
- De meeste informatie staat in de tekst en de opdracht.
- Wat heb je uit de hele tekst nog nodig aan info?
- Dat wat er niet in staat, mag je zelf bedenken.

- Bedenk een goede onderwerpzin :
   Klacht over product/aanmelden werdstrijd/interviewverzoek
- Tel op het einde het aantal woorden!





Slide 3 - Slide

3BB introductieles
Waar moet je aan denken / wat viel mij op?
Bij de laatste oefening!

Hou de juiste volgorde aan:
  • Aanhef
  • Inleiding
  • Kern 
  • Slot
  • Afsluiting + voor- en achternaam

👉 Schrijf elke stap in een nieuwe alinea met witregel. 





Slide 4 - Slide

3BB introductieles
Waar moet je aan denken / wat viel mij op?
Bij de aanhef

  • Aanhef (bovenaan)               Gebruik een nette, zakelijke aanhef.

✔️ Goed:                                        Beste meneer K. Reep,
                                                         Geachte mevrouw M. Nagel,
                                                         Geachte meneer Reep,

❌ Niet goed:                               Beste dhr. Reep
                                                         Beste Mirjam Nagel
                                                         Geachte Kees
                                                         Hallo

📌 LET OP:  Na de aanhef komt een komma en daarna een witregel. 





Slide 5 - Slide

3BB introductieles
Waar moet je aan denken / wat viel mij op?
Bij de inleiding

  • In de inleiding:                    - stel je jezelf voor
                                                     - vertel je waarom je schrijft
                                                     - noem je kort wat er is gebeurd/aan de hand is
                                                       (en eventueel wanneer en met je wie je daar was.)
  • ✔️ Voorbeeldzinnen:
            - Mijn naam is ……… en ik ben leerling op ………
            - Ik schrijf u deze e-mail, omdat ik mij wil aanmelden/een klacht/verzoek heb
               over ...........
            - Tijdens de lessen Nederlands hebben wij het gehad over  ............ 

  • 📌 Tip:    De inleiding is kort (2–4 zinnen)

Slide 6 - Slide

3BB introductieles
Waar moet je aan denken / wat viel mij op?
Bij de kern (6 punten te verdienen!)

In de kern:     - noem je meningen / ideeën / klachten / geef je meer uitleg over....
                         - geef je bij elke onderdeel een toelichting/argument/voorbeelden

✍️ Handige volgorde:
Voorbeeld 1    - Ik ben ontevreden over ………(uitleg). Dit vond ik vervelend omdat ………
                           (toelichting).    Hiervoor verwacht ik ……… (oplossing)

Voorbeeld 2    - Daarnaast vind ik dat  ……… (mening), want  ……… (toelichting).
                             Dit zou kunnen helpen bij  ……… (oplossing) 

📌 Tip:
Begin elke meningen / ideeën / klachten / meer uitleg in een nieuwe alinea.


















Slide 7 - Slide

3BB introductieles
Waar moet je aan denken / wat viel mij op?
Bij de kern (6 punten te verdienen!)

✔️ Voorbeeldzinnen:
           - Ik wil met mijn ideeen lezen weer populair maken onder jongeren.
           - Graag zou ik u willen uitnodigen voor een interview.
           - Ik zou graag mijn geld terug willen en een gratis artikel krijgen.
           - Zelf probeer ik zo goed mogelijk bij te dragen aan duurzaamheid.
           - Een rondleiding door de werkplaats zou bij een nog beter beeld geven.
           - Ik verwacht hiervoor een passende vergoeding.
 
📌 Tip:
Begin elke meningen / ideeën / klachten / meer uitleg in een nieuwe alinea.


















Slide 8 - Slide

3BB introductieles
Waar moet je aan denken / wat viel mij op?
Bij het slot (afronden)

  • In het slot:                  - bedank je de lezer
                                           - vraag om een reactie binnen hoeveel dagen/weken


✔️ Voorbeeldzinnen:   - Ik hoop dat u mijn klacht/verzoek serieus neemt.
                                           - Ik ontvang graag binnen drie dagen een reactie.
                                           - Alvast hartelijk dank voor uw tijd.

📌 Tip:
Geen nieuwe klachten of andere zaken meer in het slot! 









Slide 9 - Slide

3BB introductieles
Waar moet je aan denken / wat viel mij op?
Bij de afsluiting

  • Gebruik altijd een vaste afsluiting. 

  • ✔️ Goed:                             Met vriendelijke groet,
                                                    Voor- en Achternaam 

  • ❌ Niet goed:                    Groetjes 
                                                   Doei 
                                                   Gr.








Slide 10 - Slide

3BB introductieles
Waar moet je aan denken /
Taal- en schrijfregels

✔️ Begin elke zin met een hoofdletter
✔️ Eindig elke zin met een punt
✔️ Zet een komma vóór: omdat, maar, want, dus, doordat enz.
✔️ Schrijf getallen in woorden (behalve datum en geld)
✔️ De dagen en de maanden schrijf je met kleine letters.




Slide 11 - Slide

3BB introductieles
Waar moet je aan denken /
Taal- en schrijfregels

✔️Let op de werkwoorden:
      - ik vind, hij/zij/het/u vindt (pv TT)
      - ik vond, hij/zij/het/u vond (pv VT)
      - Voltooid deelwoord: t of d? Langer maken, dan hoor je het
         ->het is gebeurd (want: gebeurde),
         -> ik had verwacht (want: verwachte)
 
📌 Tip:
Twijfel je? → schrijf de zin korter of gebruik makkelijkere woorden. Gebruik ook de woorden die in de situatiebeschrijving staan. Daar staat al de goede spelling van een woord.




Slide 12 - Slide

3BB introductieles
Voorbeeld klachtenmail

Onderwerp: Klacht over producten en behandeling

Beste meneer K. Reep,
 
Mijn naam is Sam Jansen en ik ben leerling op Yuverta Madestein. Ik schrijf u deze e-mail omdat ik een klacht heb over mijn bezoek aan uw supermarkt.
 
Afgelopen zaterdag ben ik samen met mijn zus bij u in de supermarkt geweest. Wij hebben boodschappen gedaan voor een diner bij ons thuis.
 
Ik ben ontevreden omdat er in één van de verpakkingen met kip een halve muis zat. Dit vond ik erg vies en onhygiënisch. Hiervoor verwacht ik een passende vergoeding. Daarnaast waren de garnalen over de datum. Ook hierover ben ik ontevreden, omdat dit gevaarlijk kan zijn voor de gezondheid. Ik vind dat deze producten vergoed moeten worden.
 
Ik hoop dat u mijn klacht serieus neemt. Ik ontvang graag binnen drie dagen een reactie.
Alvast hartelijk dank voor uw tijd.
 
Met vriendelijke groet,
Sam Jansen 






Slide 13 - Slide

3BB introductieles
Vandaag
  • Ga zo zitten dat je rustig kan werken

Slide 14 - Slide

3BB introductieles
Vandaag
  • Ga zo zitten dat je rustig kan werken

Slide 15 - Slide

3BB introductieles
Wat viel mij op bij de afgelopen e-mails
  • Voegwoorden en komma's op verkeerde plek
  • Wel of geen komma
  • Hele lange zinnen
  • Meerdere of verkeerde voegwoorden in een zin

  • Daarom even oefenen hiermee

Slide 16 - Slide

3BB introductieles
4 introductieles - PTA LJR4 Nederlands

Slide 17 - Slide

3BB introductieles
Even vooraf 
  • Volgende SE03 is Schrijfvaardigheid (zakelijke e-mail)
      Is ook onderdeel van het Centraal Examen
      (e-mail, brief, samenvatting, arikel)
  • Voor SE04 (De podcast) zijn groepjes gemaakt, boekkeuze
      gemaakt en digitale boeken gedeeld.
      Wie heeft nog niet ontvangen?
  • Leesvaardigheid blijven we oefenen.
     Is geen SE, maar wel heel belangrijk voor het Centraal Examen.

Slide 18 - Slide

3BB introductieles
Vandaag - in het diepe duiken!
  • Je krijgt een opdracht voor het schrijven van een zakelijke e-mail. Op het SE krijg je een soortgelijke opdracht.
  • Wat weet je nog en wat weet je niet meer?
  • Hoe pak je dit handig aan?
  • Je maakt de e-mail op papier 
  • Aan het einde van de les lever je jouw zakelijke e-mail in. Deze ga ik nakijken, en de volgende les bespreken.
  • Wat ging goed, en wat moet nog beter!
  • Einde van de les niets gedaan, dan HV in Magister

Slide 19 - Slide

3BB introductieles
4  Leesvaardigheid
Leesvaardigheid wordt getoetst op het Centraal Examen (CE). Je moet een aantal teksten lezen en daarover krijg je vragen.

Dit jaar is er geen SE Leesvaardigheid, maar we oefenen het wel het hele jaar door. Hiervoor gebruiken we teksten uit eerdere examens, maar ook teksten uit je werkboek.

Slide 20 - Slide

3BB introductieles
4 Leesvaardigheid - blz. 11
Veel vragen in het CE zijn meerkeuzevragen. Je moet dan kiezen uit een aantal antwoorden, meestal vier.
Zo pak je dat aan.
  1. Lees de vraag.
  2. Lees het gedeelte van de tekst waar de vraag over gaat.
  3. Bedenk zelf het antwoord. Kijk daarna of jouw antwoord bij de antwoorden staat.
  4. Staat jouw antwoord er niet bij? Kies dan het antwoord dat er het meest op lijkt.
  5. Twijfel je over een antwoord? Streep dan de antwoorden weg die zeker fout zijn. Kies het beste van de andere antwoorden.
  6. Twijfel je nog steeds? Kies het antwoord dat het eerst bij je opkwam.
  7. Weet je het antwoord echt niet? Ga dan verder met de volgende vragen. Beantwoord aan het eind de vragen die je hebt overgeslagen.
  8. Vul altijd een antwoord in. Als je niets invult, is je antwoord zeker fout.

Slide 21 - Slide

3BB introductieles
4 Leesvaardigheid - blz. 11
In het CE maak je soms ook andere soorten vragen:

  • Bij sommige vragen moet je een tabel invullen. Zorg dat je bij elk onderdeel een vakje invult. Je krijgt het punt alleen als je alle vakjes juist hebt ingevuld.
  • Bij sommige vragen moet je een zin uit de leestekst aanklikken. De zinnen waaruit je kunt kiezen, zijn gekleurd in de tekst. 
  • Sommige vragen zijn open vragen. Dan moet je een antwoord geven in je eigen woorden of je moet een zin uit de tekst letterlijk overnemen.

Slide 22 - Slide

3BB introductieles
4 Leesvaardigheid - het onderwerp
Even herhalen.

  • Met het onderwerp van een tekst bedoelen we: waar gaat de hele tekst over
  • Het onderwerp is vaak te vinden in de titel en/of de inleiding.

Slide 23 - Slide

3BB introductieles
4 Leesvaardigheid - de Hoofdgedachte
Even herhalen.
  • De hoofdgedachte is de belangrijkste boodschap van een tekst, samengevat in één of twee zinnen. Het is het antwoord op de vraag: "Wat is het belangrijkste dat de schrijver over het onderwerp wil vertellen?". Je vindt de hoofdgedachte vaak in de inleiding of slotparagraaf.
  • Hoe vind je de hoofdgedachte?
  • Stel de juiste vragen: Vraag jezelf af: "Wat is het onderwerp van de tekst?" en "Wat wordt er over dat onderwerp gezegd?".
  • Lees de eerste en laatste alinea: Hierin staat vaak de kern van de boodschap. Soms moet je de informatie uit beide alinea's combineren.
  • Kijk naar de titel: Soms is (een deel van) de hoofdgedachte al in de titel te vinden.
  • Formuleer in één zin: Een goede hoofdgedachte is een volledige, duidelijke zin. 
  • Tip: De hoofdgedachte is nooit een vraag. 

Slide 24 - Slide

3BB introductieles
Leesvaardigheid Tekstdoelen - blz 75
     Even herhalen
Tekstdoelen
tekstsoort
doel van de schrijver
Informeren
informatieve tekst
- de lezer informatie geven
- de lezer instructie geven
Overtuigen
overtuigende tekst
de lezer overtuigen van zijn mening
Activeren
activerende tekst
de lezer overhalen om iets te doen
Amuseren
amuserende tekst
de lezer vermaken

Slide 25 - Slide

3BB introductieles
Aan de slag
Maak zelfstandig in je werkboek of op je laptop/Ipad:
  • 1.1 Opdracht 6, 7 en 8 blz. 11-13
  • 1.2 Opdracht 1, 2 , 3 en 4 blz. 15-17

  • Nog niet aangemeld in Max Talent. 
    Ga naar Magister->Leermiddelen-> Talent Online -> Profiel (rechtsboven)
    -> klascode= 976724 -> Lesstof -> Module lezen 

Slide 26 - Slide