Les 3: Persoonlijk Profileren (Waarden)

1 / 25
next
Slide 1: Slide
HandelMBOStudiejaar 1

This lesson contains 25 slides, with text slides and 1 video.

Report this lesson

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Doel van vandaag
Je weet welke waarden en normen jij belangrijk vindt

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Agenda

Normen en waarden
Voorstel Does goed

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Inhoud
*Inleiding: welkom 
-Doel, planning, materiaal, opbouw vak
-Succescriteria en toetsing

*Kern:
-Wat hoort bij BEROEPSHOUDING?

*Afronding
-Huiswerk
KERN: Keuzedeel Persoonlijk Profileren

  • Duur: 2 periodes.

  • Doel: 
-Zicht op individuele ontwikkeling, talenten en drijfveren. 
-Kwaliteiten beter en bewuster kunnen inzetten. 
-Kunnen delen en overtuigen van ideeen.
-Met kennis en kunde kunnen bijdragen aan de maatschappij.

  • Inhoud: 3 werkprocessen
1) D1-K1-W1: Onderzoekt zichzelf.
2)D1-K1-W2: Verkent de ontwikkelingen in de wereld waar hij deel van uitmaakt en 
                       zoekt daarin zijn mogelijkheden.
3)D1-K1-W3: Levert een bijdrage aan de wereld en zijn directe leefomgeving.













Slide 4 - Slide

Wie ben ik? Wat maakt mij anders dan anderen en daarmee uniek?
Het is best moeilijk om hier een antwoord op te geven, maar het is belangrijk om te weten. Als je deze vraag voor jezelf beantwoordt, kun je laten zien wat je leuk vindt, wat voor jou belangrijk is en waar je goed in bent: je passies en talenten. De opdrachten helpen je om een beter beeld van jezelf te krijgen.
Personal BrandKey

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Eindopdracht w1.1:
1. Wie ben ik? En waarom ben ik zoals ik ben?
2. Wat is mijn persoonlijkheid en welke waarden vind ik belangrijk? 
3. Wat wil ik? Wat zijn mijn passies, talenten, dromen en verlangens?
4. Wat heb ik te bieden? Waar ligt mijn kracht en hoe kan ik deze optimaal benutten?
5. Wat is mijn kern? En wat maakt mij uniek ten opzichte van anderen?
6. Pitchen en verwerken van feedback

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Schoolopdrachten

Voorblad 
Nette opbouw -> kopjes per week en per opdracht
1 lettertype
Inhoudsopgave
Paginanummers

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Opdrachten week 2 & 3
Week 2
1. Story of my life
2. Wie ben ik?
Week 3
1. Opdracht Big Five Persoonlijkheidstheorie
2. Kwaliteitenspel
3. Opdracht kernkwaliteit
4. STARR

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Persoonlijkheid
verwijst naar het unieke patroon van gedachten, gevoelens en gedragingen die een persoon kenmerken. 
Het beschrijft hoe iemand geneigd is te reageren in diverse situaties en hoe hij of zij zich aanpast aan de omgeving

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Welke versie ben jij?
🏠 Thuis
🏫 Op school
💼 Op stage/werk
👯 Met vrienden
❤️ Bij familie
🌎 Bij onbekenden
Waarom ben je in de ene situatie anders dan in de andere?

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Wat maakt jou...jou!
“Als ik jullie nu zou vragen om 5 dingen te noemen die jou typeren… wat zou je dan zeggen?

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Opdracht 1 Persoonlijkheid
Mijn Top 5" (Snel inzicht krijgen in wat jou typeert)
🔹 Doel: In korte tijd belangrijke aspecten van jezelf herkennen.
Stappen:
Geef voor elk van deze categorieën jouw top 5 antwoorden. Maak deze opdracht individueel. Je krijgt hier 15 minuten de tijd voor 
5 dingen waar ik blij van word
5 dingen waar ik niet tegen kan
5 woorden die mij omschrijven
5 dingen die ik belangrijk vind in mijn toekomst
5 mensen (bekenden of beroemdheden) die mij inspireren

Reflecteer in groepsverband. Je krijgt hier weer 15 minuten de tijd voor
Wat valt op? Zit er een rode draad in je antwoorden?
Welke van deze dingen bepalen écht wie jij bent?
timer
15:00

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Normen en Waarden

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Waarden in Conflict" (15-20 minuten)
Groepsopdracht
* Je komt 10 minuten te laat op school, maar de docent is er nog niet. Geen probleem toch?
* Je beste vriend(in) vertelt je iets in vertrouwen. Je mag dat aan niemand vertellen.
* Iemand maakt een grap over een klasgenoot die er niet bij is. Als iedereen lacht, is het oké.
* Als iemand jou helpt, hoor je iets terug te doen.
* Je moet altijd eerlijk zijn, ook als de waarheid iemand kan kwetsen.
* Als je iets vindt wat duidelijk van iemand anders is, moet je het teruggeven.
* Iedereen verdient respect, ook als je het totaal niet met iemand eens bent.

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Slide 15 - Video

This item has no instructions

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Normen
Normen zijn algemene gedragsregels of standaarden die binnen een bepaalde samenleving, groep of cultuur worden verwacht of als gepast worden beschouwd. Ze geven aan wat als acceptabel of gewenst gedrag wordt gezien en helpen mensen om te weten hoe ze zich moeten gedragen in sociale situaties.

Voorbeelden van normen:
Sociale normen: Het zeggen van "dank je wel" wanneer iemand je helpt, of het niet doorbreken van iemand in een gesprek.
Juridische normen: Verkeersregels, zoals stoppen voor een rood licht.
Morele normen: Het respecteren van anderen of eerlijkheid in omgang.
Normen kunnen variëren tussen verschillende culturen, landen of gemeenschappen en kunnen formeel (vastgelegd in wetten of regels) of informeel (ongeschreven regels) zijn.

Slide 18 - Slide

Het socialisatieproces begint al bij je geboorte. Dan zijn je ouders je grootste voorbeeld en van hen leer je de belangrijkste dingen. Bijvoorbeeld hoe je je hoort te gedragen. Dit doen ze met woorden en uitleg, met liefde of een beloning, met straf of door dreiging van straf. Hierdoor leer je onder andere wat goed of slecht is en wat je wel of niet mag: de normen.
Waarden
Waarden zijn de diepere overtuigingen en idealen die een individu, groep of samenleving belangrijk vindt en die richting geven aan hun gedrag en keuzes. Ze vormen de basis voor normen (de gedragsregels) en bepalen wat mensen als goed, juist, of wenselijk beschouwen.

Voorbeelden van waarden:
Eerlijkheid: De overtuiging dat mensen altijd de waarheid moeten spreken en transparant moeten zijn.
Respect: Het belangrijk vinden om anderen te waarderen en hun rechten en gevoelens te erkennen.
Vrijheid: De overtuiging dat iedereen het recht heeft om zijn of haar eigen keuzes te maken.

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Verschil normen en waarden
Waarde = wat jij belangrijk vindt.
→ bijvoorbeeld: eerlijkheid, respect, vrijheid, vriendschap.
Norm = de regel/het gedrag dat bij die waarde hoort.
→ Ik vind eerlijkheid belangrijk → daarom lieg ik niet.

“Je persoonlijkheid gaat over wie je bent. Je waarden zeggen iets over wat jij belangrijk vindt. Samen beïnvloeden ze hoe jij keuzes maakt en hoe anderen jou ervaren.

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Opdracht 2 normen en waarden

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

1. Kies 5 waarden
2. Schrijf uit:
Waarom vind je deze waarden belangrijk?
Hoe beïnvloeden deze waarden jouw dagelijkse gedrag?
*Per waarde minimaal 30 woorden*
Eerlijkheid
Respect
Vrijheid
Vertrouwen
Rechtvaardigheid
Loyaliteit
Duurzaamheid
Gelijkheid
Creativiteit
Zorgzaamheid
Tolerantie

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Stap 2
* Welke overeenkomsten en verschillen zien jullie in elkaars waarden en normen?

* Hebben jullie ooit situaties meegemaakt waarin jullie normen en waarden werden uitgedaagd?

* Hoe ga je om met mensen die andere normen of waarden hebben dan jij?

Verwerk bovenstaande vragen in je verslag

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Individuele terugblik
Verwerk ook onderstaande vragen in je verslag:

  • Wat heb je geleerd over je eigen normen en waarden?
  • Heb je nieuwe perspectieven ontdekt in de gesprekken met je medestudenten?
  • Hoe kunnen deze inzichten je helpen bij het omgaan met verschillende mensen en situaties in de toekomst?

Slide 24 - Slide

Breng de hele groep samen en bespreek wat er gebeurt als normen en waarden botsen. Je kunt enkele casussen presenteren waarin conflicten ontstaan door verschillende waarden. Laat de studenten hierover nadenken en debatteren:
Opdrachten week 4
Opdracht 1 Persoonlijkheid
Opdracht 2 Normen en waarden

Slide 25 - Slide

This item has no instructions