oefentoets Hoofdstuk 5: Eerste hulp bij overige letsels

Hoofdstuk 5 
Eerste hulp bij overige letsels
1 / 22
next
Slide 1: Slide
EHBOMiddelbare schoolvmbo b, k, tLeerjaar 4

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 90 min

Items in this lesson

Hoofdstuk 5 
Eerste hulp bij overige letsels

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Doelstellingen
Aan het eind van dit hoofdstuk weet je:
• hoe je eerste hulp verleent bij verschillende soorten wonden;
• wat tetanus betekent en hoe je dit kunt voorkomen;
• welke soorten verbanden er zijn;
• het verschil tussen een kneuzing en verstuiking;
• hoe te handelen bij een botbreuk;
• welke eerste hulp je verleent bij een bloedneus en een vuiltje in het oog.


Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Wanneer moet iemand een tetanusprik halen.
Meerdere antwoorden zijn mogelijk.
A
Als het langer dan 10 jaar geleden is
B
Als het langer dan 15 jaar geleden is
C
Als het om een open wond gaat die mogelijk in contact is geweest met straatvuil
D
iedereen krijgt deze prik bij de inentingen als klein kind dus NOOIT meer

Slide 3 - Quiz

ook met diepe prikwonden, of beten of bij brandwonden 2e en 3e graads word het aangeraden. 
Weke wonden mag je als EHBO-er zelf behandelen?
A
ernstige brandwond
B
oppervlakkige snijwond
C
schotwond
D
steekwond

Slide 4 - Quiz

This item has no instructions

Wat te doen bij grote schaafwond?
Zet op volgorde.
1
2
3
4
Adviseer huisarts ivm infectie
Steriel afdekken met gaasje of pleister
schoonspoelen
voorzichtig droogdeppen

Slide 5 - Drag question

This item has no instructions

Wanneer kan je een gewone pleister gebruiken?
A
Actieve bloeding
B
bloedneus
C
klein wondje
D
open botbreuk

Slide 6 - Quiz

This item has no instructions

Wat zie je bij een kneuzing?
A
Een zwelling en de huid kleurt rood
B
Geen zwelling, het slachtoffer heeft veel pijn
C
Geen zwelling, de huid kleurt blauw
D
Meestal blauw, een zwelling van de huid en pijn bij belasting

Slide 7 - Quiz

This item has no instructions

Wat is het verschil tussen een open en gesloten botbreuk?
A
niets, ziet er hetzelfde uit
B
het bot is bij beiden gebroken maar bij open steekt er een gedeelte van het bot uit
C
bij beide is bod gebroken maar bij gesloten kun je nog lopen.
D
bij open herstelt het vanzelf

Slide 8 - Quiz

This item has no instructions

Hoe lang moet je koelen bij een brandwond?
A
5 minuten
B
10 minuten
C
20 minuten
D
30 minuten

Slide 9 - Quiz

This item has no instructions

Mark is met de fiets gevallen op de grond. Hij heeft een schaafwond. Hoe kun je een infectie zoveel mogelijk beperken?
A
een pleister op de wond plakken
B
De wond onder lauw stromend water houden en evt afdekken met steriel gaasje
C
Jodium/dettol/... erop doen
D
zo snel mogelijk een snelverband er omheen

Slide 10 - Quiz

Altijd eerst de wond schoon spoelen. Daarna maak je de omgeving van de wond voorzichtig droog en als het nodig is, dan kan er een verbande op met een gaas eronder zodat het niet vast plakt. Het is beter om de wond aan de lucht te laten drogen. Let erop dat je werkt met handschoenen i.v.m. infecties.

Is deze brandwond
A
1e graads?
B
2e graads?
C
3e graads?
D
Dit is geen brandwond maar zonnebrand

Slide 11 - Quiz

This item has no instructions

Dit is een.......................... brandwond
A
eerste graads
B
tweede graads
C
derde graads
D
vierde graads

Slide 12 - Quiz

This item has no instructions

Wat moet je doen met iemand die brandwonden heeft?
A
Het slachtoffer in een blusdeken wikkelen.
B
Niets doen en wachten op hulp.
C
Even koelen met water en dan warm inpakken.
D
Direct onder lauw water koelen.

Slide 13 - Quiz

This item has no instructions

Een kneuzing en een verstuiking is hetzelfde
A
Waar
B
Niet waar

Slide 14 - Quiz

This item has no instructions

Waarom wordt bij een botbreuk een gipsverband aangelegd?
A
Om de bothelften in de goede stand te houden
B
Om inwendige bloedingen tegen te gaan
C
Om de pijn te verminderen

Slide 15 - Quiz

This item has no instructions

Wat is het verschil tussen een open en gesloten botbreuk?
A
niets, ziet er hetzelfde uit
B
bij open steekt er een gedeelte van het bot uit
C
bij open kun je nog gewoon lopen
D
bij open herstelt het vanzelf

Slide 16 - Quiz

This item has no instructions

wat kan je doen bij iemand met splinter in het oog?
A
adviseer zonnebril om blindheid te voorkomen
B
verwijderen met pincet
C
verwijzen naar huisarts of eerste hulp
D
met gaasje splinter uit het oog wrijven

Slide 17 - Quiz

This item has no instructions


Is deze brandwond
A
1e graads
B
2e graads
C
3e graads

Slide 18 - Quiz

This item has no instructions

Wat kan er gebeurd zijn met je broer?
A
Hij is gevallen terwijl hij verhuisde.
B
Hij is de verkeerde kant op gelopen.
C
Hij heeft de kabel gerepareerd.
D
Hij is aan het gamen.

Slide 19 - Quiz

This item has no instructions

Wat is de funtie van een ideaal zwachtel?
A
uitwendig bloedverlies stoppen
B
vocht opnemen en zwelling beperken
C
ziektekiemen tegenhouden
D
zwelling beperken en rust en steun geven

Slide 20 - Quiz

This item has no instructions

Wat doe je als iemand een klap tegen het hoofd heeft gekregen en daardoor een bloedneus heeft?
A
iemand zijn neus laten snuiten
B
iemand niet zijn neus laten snuiten
C
De neus dichtknijpen zodat er geen bloed meer uit kan
D
meteen 112 bellen

Slide 21 - Quiz

This item has no instructions

zet de eerste hulphandelingen voor bloedneus op de goede volgorde.
1

2
3
4
iets voorovergebogen laten zitten
blijft het bloeden dan naar huisarts sturen
met duim en wijsvingen neus dichtknijpen bij neus tussenschot
één keer goed neus laten snuiten.

Slide 22 - Drag question

This item has no instructions