26-2-2021 herhaling hoofdstuk 3

Lezen en woordenschat
Lezen: samenhang in tekst. Signaalwoorden, opsomming, tegenstelling.

Woordenschat: leer de woorden en uitdrukkingen (zie lijst die je op It's Learning hebt ingeleverd).
1 / 12
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolmavoLeerjaar 2

This lesson contains 12 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Lezen en woordenschat
Lezen: samenhang in tekst. Signaalwoorden, opsomming, tegenstelling.

Woordenschat: leer de woorden en uitdrukkingen (zie lijst die je op It's Learning hebt ingeleverd).

Slide 1 - Slide

Lijdend voorwerp, welke vraag hoort hierbij?

Slide 2 - Open question

Lijdend voorwerp
Wie of wat + gezegde + onderwerp

Ik heb dat boek uitgelezen.

Pv = heb, ow = ik, gez = heb uitgelezen.

Wie of wat heb ik uitgelezen? > het boek

Slide 3 - Slide

Wat is het lijdend voorwerp?
Ik ben op vakantie gegaan.

Slide 4 - Open question

Wat is het lijdend voorwerp?
Gisteren heb ik tien kledingstukken besteld via internet.

Slide 5 - Open question

Verwijswoorden
Zie overzicht op blz. 82 (leer dit uit je hoofd!)


Slide 6 - Slide


A
deze
B
dit
C
hem
D
haar

Slide 7 - Quiz

Voltooid deelwoord
Persoonsvorm is zijn, hebben of worden, vaak staat het voltooid deelwoord aan het einde van de zin.

Ik heb hem heel hard uitgelachen.

't ex-kofschip > hele werkwoord, -en, laatste letter erin = t
laatste letter en niet in = d

Slide 8 - Slide

Wanneer ... (worden - tt) de container weer ... (legen - vd)?

Slide 9 - Open question

Wie ... (bepalen) eigenlijk of je ... (zijn) ... (slagen)?

Slide 10 - Open question

Ik ... (hebben) alle boodschappen ... (pinnen).

Slide 11 - Open question

Vragen?
Over de stof?

Slide 12 - Slide