Nederlands klas 3 - Hoofdstuk 1 - formulieren invullen

         Fase 2                                                        
Nederlands klas 3

Schrijven

Formulieren invullen
1 / 34
next
Slide 1: Slide
NederlandsPraktijkonderwijsLeerjaar 3

This lesson contains 34 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

         Fase 2                                                        
Nederlands klas 3

Schrijven

Formulieren invullen

Slide 1 - Slide

Lesdoel:

Ik kan formulieren op de goede manier invullen

Slide 2 - Slide

Welke soorten formulieren ken je?

Slide 3 - Mind map

Soorten formulieren
Voorbeelden:

- Inschrijfformulier voor sportclub / huisarts 
- Verhuisformulier

- Sollicitatieformulier

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

Hoe krijg je een sollicitatieformulier?

Slide 8 - Mind map

Hoe krijg je een sollicitatieformulier?
Een sollicitatieformulier kun je in het bedrijf krijgen, maar vaak ook via de website van het bedrijf. 

Slide 9 - Slide

Wat moet je invullen op een sollicitatieformulier?

Slide 10 - Mind map

Wat staat er op een sollicitatieformulier?

- Voornaam
- Achternaam
- Adres (straat, huisnummer, woonplaats, postcode)
- Telefoonnummer 
- E-mailadres
- Geboortedatum (dd-mm-jjjj) / leeftijd 
- Geboorteplaats




Slide 11 - Slide

Wat vul je niet in bij 'adres'?
A
Straatnaam
B
Woonplaats
C
Huisnummer
D
Telefoonnummer

Slide 12 - Quiz

Wat is de juiste schrijfwijze van een geboortedatum?
A
2004-07-13
B
13 juli 04
C
13-07-2004
D
13-juli-2004

Slide 13 - Quiz

Weet jij nog andere dingen die op een sollicitatieformulier worden gevraagd?

Slide 14 - Open question

Wat kunnen ze nog meer vragen?
- Nationaliteit
-  Burgerlijke staat
- Opleiding / diploma's 
- Beschikbare tijden
- Motivatie 
- Referenties 

Slide 15 - Slide

Wat is 'nationaliteit'?
A
De reden waarom je ergens wil werken
B
De school waar je op zit
C
De plek waar je bent geboren
D
Je straatnaam en huisnummer

Slide 16 - Quiz

Wat zou je kunnen invullen bij 'Burgerlijke staat'
A
Kind
B
Alleenstaand
C
Leerling
D
Samenwonend met mijn ouders

Slide 17 - Quiz

Welke tijd zou jij kunnen invullen bij 'beschikbare tijden'?
A
Maandag 09.00 - 12.00
B
Dinsdag 09.00 - 17.00
C
Woensdag 20.00 - 22.00
D
Vrijdag 15.00 - 17.00

Slide 18 - Quiz

Waar of niet waar.
Bij referentie mag je jouw ouders invullen
A
Waar
B
Niet waar

Slide 19 - Quiz

Waar of niet waar.
Bij diploma's vul je ook het zwemdiploma in
A
Waar
B
Niet waar

Slide 20 - Quiz

Wat zou een goede motivatie op een sollicitatieformulier zijn?
A
Ik wil deze baan, omdat het van mijn ouders moet
B
Ik wil deze baan, omdat ik graag geld wil verdienen voor later
C
Ik wil deze baan, omdat mijn beste vriend hier ook werkt
D
Ik wil deze baan, omdat ik graag meer wil leren

Slide 21 - Quiz

Formulieren invullen

We gaan straks een aantal formulieren zelf invullen. 

Eerst een aantal goede / slechte voorbeelden..... 

Slide 22 - Slide

Wat valt jullie op?

Slide 23 - Slide

Wat viel je op bij het formulier? Was dit een goed of slecht voorbeeld? Leg uit!

Slide 24 - Open question

Wat valt jullie op?

Slide 25 - Slide

Wat viel je op bij het formulier? Was dit een goed of slecht voorbeeld? Leg uit!

Slide 26 - Open question

Wat valt jullie op?

Slide 27 - Slide

Wat viel je op bij het formulier? Was dit een goed of slecht voorbeeld? Leg uit!

Slide 28 - Open question

Stel.. Je krijgt deze 3 formulieren binnen als werkgever.. Wie nodig je uit voor een gesprek? Waarom?

Slide 29 - Open question

Waar moet je aan denken als je een formulier gaat invullen?

Slide 30 - Mind map

Waar moet je aan denken als je een formulier gaat invullen?

- Met pen schrijven
- In blokletters schrijven
- Hoofdletters
- Netjes / leesbaar schrijven
- Blaadje netjes en ongekreukt houden
- Niet goed gegaan? Opnieuw / typex .. Niet doorstrepen.. 

Slide 31 - Slide

Zelf een formulier invullen
We gaan dadelijk zelf verschillende formulieren invullen. Deze staan in het werkboekje 

Vandaag afmaken hoofdstuk 1. Klaar? Iets voor jezelf.

DENK AAN: netjes werken, schrijven met pen, blokletters, hoofdletters, niet doorstrepen, blaadje niet kreuken!

Slide 32 - Slide

Wat heb je deze les geleerd?

Slide 33 - Open question

Einde

Slide 34 - Slide