inleiding euthanasie

Euthanasie 
1 / 15
next
Slide 1: Slide
GodsdienstMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Euthanasie 

Slide 1 - Slide

Leerdoelen
Je weet wat het woord euthanasie betekent.
Je kent het verschil tussen euthanasie en palliatieve sedatie.
Je kunt andere vormen van zelfdoding herkennen.
Je neemt kennis  van de zorgvuldigheidseisen rondom euthanasie.

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Video

Euthanasie

Slide 4 - Mind map

Actief: door toedoen van een arts.
1
Passief: abstinentie-beleid.
2
Nederland eerste land waar euthanasie is toegestaan. (2002)
3
Leeftijd: 12-16 jaar in overleg met ouders.
Leeftijd: 1-12 toegestaan sinds 2022.
4
Vanaf 16 mag iedereen die wilsbekwaam is zelf beslissen.
5
Euthanasie (goede dood)

Slide 5 - Slide

Zwitserland; hulp bij zelfdoding wel. (euthanasie niet)
Dit heeft gezorgd voor verdubbeling van zelfmoordtoerisme in 3 jaar. (2014: 611 mensen uit 31 landen)
Landen waren euthanasie is toegestaan.
België, Nederland, Spanje, Luxemburg, (waardig sterven) , Canada en Colombia.
1
Duitsland (arts informeert de patiënt en levert medicijnen)
2

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Video

Andere vormen van het beëindigen van het leven.

  • Zelfdoding met hulp van arts   (reikt de middelen aan)
  • Auto-euthanasie (zonder arts, met naasten)
  • Suïcide
  • Suicide d.m.v "laatstewilpil"
       (Voltooid leven)


Slide 8 - Slide

 Palliatieve sedatie. 

  • Persoon wordt in een soort coma (slaap) gehouden door een grote hoeveelheid slaapmiddel of morfine.
  • Proces duurt een aantal dagen.

  • Heeft niet als hoofddoel de dood, maar pijnbestrijding.
  

Slide 9 - Slide

Wat houdt het abstinentiebeleid niet in?
A
De arts stopt de behandeling
B
De arts besluit dat behandelen geen zin meer heeft.
C
De arts start geen behandeling.
D
De arts zorgt er voor dat de patiënt palliatieve zorg ontvangt.

Slide 10 - Quiz

Euthanasie
  • Persoon wordt eerst in     
       slaap gebracht.
  • Spierverslapper is ingespoten of ingenomen.

  • De dood is het doel.

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Video

levensbeëindiging of hulp bij zelfdoding op medisch zorgvuldige wijze uitvoeren.
6
tenminste één andere, onafhankelijke arts raadplegen, (scenarts)
5
met de patiënt tot de overtuiging komen dat er voor de situatie waarin deze zich bevindt geen redelijke andere oplossing is;

4
de patiënt informeren over de situatie waarin deze zich bevindt en over diens vooruitzichten;
3
ervan overtuigd zijn dat er sprake is van uitzichtloos en ondraaglijk lijden van de patiënt;
2
ervan overtuigd zijn dat er sprake is van een vrijwillig en weloverwogen verzoek van de patiënt;
1
Zorgvuldigheidseisen: De arts moet

Slide 13 - Slide

Wat is niet nodig volgens de Euthanasiewet?
A
Een vrijwillig verzoek
B
Ondraaglijk en Uitzichtloos lijden
C
Consultatie van onafhankelijke arts
D
Communicatie mogelijk tot overlijden

Slide 14 - Quiz

Zijn de leerdoelen behaald?
Ik weet wat het woord euthanasie betekent.
Ik ken het verschil tussen euthanasie en palliatieve sedatie.
Ik kan andere vormen van zelfdoding benoemen.
Ik heb kennis genomen van de zorgvuldigheidseisen rondom euthanasie.

Slide 15 - Slide