Th 1: B1 Verbranding en ademhaling MAX

Thema 1: Basisstof 1
  Verbranding

1 / 47
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolvmbo k, g, t, mavoLeerjaar 2

This lesson contains 47 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Thema 1: Basisstof 1
  Verbranding

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

kenniskaart thema 1

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Leerdoelen

- Je weet dat voor verbranding zuurstof nodig is en dat er
    koolstofdioxide ontstaat.

- Je kunt koolstofdioxide aantonen met een indicator. 

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Practica 1: Verbranding bij een kaars



  • Zet het waxinelichtje op het schoteltje en steek het aan 
  •  Zet de jampot over het brandende waxinelichtje
  • Beantwoord de vragen op blz. 52

   
  


DEMO door de docent

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Verbranding
Bij verbranding:

- verdwijnt de brandstof en ontstaan nieuwe stoffen

- er komt energie vrij  (bijv. warmte)

                        Ook in het lichaam vindt verbranding plaats

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Nodig bij verbranding
Als je een kaars brandt, verbrandt er kaarsvet. 
Voor verbranding heb je een brandstof nodig (bijv. kaarsvet)

Zet je een glas over de kaars dan zal de vlam uitgaan, dit komt omdat de zuurstof opraakt. 
Voor verbranding is zuurstof nodig.

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Dit komt vrij bij verbranding
Bij verbranding komt energie vrij. 
Vormen van energie zijn: licht en warmte
Dat komt vrij bij verbranding bij een kaars 

Bij verbranding ontstaan nieuwe stoffen. 
Er ontstaat water (condens) en er ontstaat koolstofdioxide. 

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Reactieschema verbranding
Dit schema ken je:

brandstof+zuurstof          water+koolstofdioxide+energie

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

.


WARMTE = 


LICHT=


                            WATER= 

        

 Koolstofdioxide =

           (CO2)



energie
energie
verbrandingsproduct
verbrandingsproduct
Wat is het, kies:
Energie of verbrandingsproduct

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Nodig voor verbranding
Over na verbranding
Zuurstof
Koolstofdioxide
Water
(Energie)
Glucose

Slide 10 - Drag question

This item has no instructions

5

Slide 11 - Video

This item has no instructions

00:56
welke brandstof hebben de cellen in je lichaam nodig
A
zuurstof
B
koolstofdioxide
C
indicator
D
glucose

Slide 12 - Quiz

This item has no instructions

02:18

In welk gerecht zit heel veel glucose
A
patat met mayo
B
spaghetti met ketchup
C
biefstuk met sla
D
vis met wortelen

Slide 13 - Quiz

This item has no instructions

02:46
Wat kan er NIET
plaatsvinden zonder zuurstof
A
verbranding
B
ademhaling
C
hoesten
D
warmte

Slide 14 - Quiz

This item has no instructions

04:21
Wat komt vrij bij verbranding?

Slide 15 - Open question

This item has no instructions

05:56
Wat eet jij het liefst als je gaat sporten?

Slide 16 - Open question

This item has no instructions

Waar in het lichaam
vindt verbranding plaats?
A
in het spierstelsel
B
in het verteringsstelsel
C
in alle levende cellen in het lichaam
D
In de spiercellen en dan wordt de energie vervoerd naar de rest van het lichaam

Slide 17 - Quiz

This item has no instructions

 Verbranding in je lichaam
Op elk moment, in elke cel
-
Nodig voor
verbranding
glucose  +  zuurstof  --> koolstofdioxide + water + energie
brandstof

verbrandingsproducten
deze adem je uit
-  Krijg je binnen door
    voedsel te eten
-  Glucose wordt
    gemaakt door planten (fotosynthese)
komt vrij

- om te bewegen
- om het lichaam op
   temperatuur te houden

Slide 18 - Slide

This item has no instructions


Wat heb je nodig voor verbranding?
A
Zuurstof
B
Koolstofdioxide
C
Energie
D
Water

Slide 19 - Quiz

This item has no instructions


Wat heb je nodig voor verbranding?
A
Water
B
Koolstofdioxide
C
Energie
D
Brandstof

Slide 20 - Quiz

This item has no instructions


Wat komt vrij bij verbranding?

A
water en koolstofdioxide en energie
B
een indicator
C
zuurstof en een brandstof
D
glucose en kaarsvet

Slide 21 - Quiz

This item has no instructions

indicator
Een indicator is een stof die een andere stof aantoont.

De indicator helder kalkwater toont koolstofdioxide aan omdat het heldere kalkwater troebel wordt. 

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Practica 2: Koolstofdioxide aantonen (blz. 53)

4-tal
      • Nummer de buizen 1 t/m 4 met de stift
      • In buis 1: een pinkdikte gekookt en afgekoeld water 
      • In buis 2: een pinkdikte bruisend bronwater met prik
      • In buis 3 én 4: een pinkdikte helder kalkwater 
      • Doe de inhoud van buis 1 bij buis 3 
      • Doe de inhoud van buis 2 bij buis 4 
      

Pinkdikte
Maak opdr. 1 (blz. 53)

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Practica 3: Koolstofdioxide bij een brandende kaars 


Wat gebeurt er met het helder kalkwater ? 




Wat gebeurt er met het helder kalkwater ? 

Wij gebruiken:
- een glazen potje met helderkalkwater 
- een waxinelichtje dat we aansteken
- we doen daarna het deksel op het potje
Demo 1
Demo 2
Wij gebruiken:
- een glazen potje met helderkalkwater 
- een waxinelichtje (NIET aansteken)
- we doen daarna het deksel op het potje

Slide 24 - Slide

Waarneming:
De kaars gaat uit.
Het helder kalkwater wordt troebel.
Dit is het bewijs voor het verbrandingsproduct koolstofdioxide (CO2)

Energie:
Warmte - Het glas voelt warm aan.

Verbrandingsproduct:
Water: De binnenkant van het glas is beslagen. Er zijn waterdruppeltjes te zien.

Antwoorden:
2. Je weet niet zeker of het kalkwater troebel wordt door verbranding. Misschien komt het wel door iets anders....
3. Ja wel kalkwater, HELDER kalkwater anders kun je het niet vergelijken met het andere proefje
4. Ja er moet een kaars in, maar die steek je NIET aan
Lichamelijke inspanning
Voor lichamelijke inspanning heb je energie nodig. Hoe meer je beweegt hoe meer energie nodig is. Je spiercellen werken dan bijvoorbeeld harder, ze hebben extra glucose en zuurstof nodig. 

Je gaat daarom meer eten en je ademt sneller. Organen werken harder om al je cellen te voorzien van zuurstof en brandstof. Je hart klopt sneller, je bloed stroomt sneller en je krijgt het warmer.  

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Kun jij de antwoorden van de excit tickets opschrijven/uitleggen? Dan kun je verder!

Maak zeker voor het so of het proefwerk van deze basisstof:

De test je zelf 
Die vind je in magister (leermiddelen)
Gebruik de flitskaarten
Nu volgen oefenvragen

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

Exit ticket:
Wat is er nodig voor verbranding?
(2 antwoorden)

Slide 27 - Open question

This item has no instructions

Exit ticket:
Wat komt vrij bij verbranding?
(3 antwoorden)

Slide 28 - Open question

This item has no instructions

Exit ticket:
Hoe heet een stof
die een andere stof aantoont?

Slide 29 - Open question

This item has no instructions

Exit ticket:
Waarvan heeft je lichaam MEER nodig om te kunnen sporten? (2 antwoorden)

Slide 30 - Open question

This item has no instructions

Noteer het reactieschema bij de verbranding van een kaars
Voor het pijltje gebruik je: -->

Slide 31 - Open question

This item has no instructions

Verbranding in een lichaamscel: 

Wat komt vrij bij verbranding? 

Sleep die in het vak.

Komt vrij bij verbranding

Slide 32 - Drag question

This item has no instructions

Verbrandingsreactie van verbranding in elke cel van het lichaam:


.......1........ + zuurstof ==> ……………2………….. + …………3…….……….. + …………4…………
(verbrandingsproducten)

A
1: water 4: energie
B
1: koolstofdioxide 4: water
C
1: glucose 3: energie
D
1: glucose 2: water

Slide 33 - Quiz

This item has no instructions

Zo kun je een koolstofdioxide aantonen
Sleep naar de juiste positie
in de afbeelding
Indicator
Troebel

Slide 34 - Drag question

This item has no instructions

Verbranding: Dit weet/snap je!

Reactieschema van het verbrandingsproces:

Algemeen:  
Brandstof      +    zuurstof    -->     water    +    koolstofdioxide      +      energie
(brandstof)                                      (verbrandingsproducten)                 
                                                                                                                 
Auto:
Benzine      +      zuurstof     -->     uitlaatgassen                              +      energie
(brandstof)                                        (verbrandingsproducten)               (warmte + beweging)

Kaars:
Kaarsvet      +     zuurstof     -->     water     +   koolstofdioxide      +     energie
(brandstof)                                        (verbrandingsproducten)              (warmte + licht)

Lichaam:
Glucose      +       zuurstof   -->      water + koolstofdioxide           +      energie
(brandstof)                                      (verbrandingsproducten)                (lichaamstemperatuur + beweging)
Alle processen in je cellen vragen energie

Slide 35 - Slide

This item has no instructions

Reactieschema Fotosynthese



Plant heeft (zon)licht nodig voor fotosynthese
Fotosynthese kan alleen in de bladgroenkorrels

Slide 36 - Slide

This item has no instructions

Verbrandingsreactie verbranding in het lichaam:


Glucose + ……………1……………… ==> ……………2………….. + …………3…….……….. + …………4…………
(brandstof) (verbrandingsproducten) (beweging)

A
1: zuurstof 4: energie
B
1: koolstofdioxide 4: water
C
1: zuurstof 4: koolstofdioxide
D
1: zuurstof 4: brandstof

Slide 37 - Quiz

This item has no instructions

Verbrandingsreactie van verbranding in elke cel van het lichaam:


.......1........ + zuurstof ==> ……………2………….. + …………3…….……….. + …………4…………
(verbrandingsproducten) (lichaamswarmte)

A
1: water 4: energie
B
1: koolstofdioxide 4: water
C
1: glucose 4: energie
D
1: glucose 2: koolstofdioxide

Slide 38 - Quiz

This item has no instructions

+
-->
+
+
Geef het reactieschema van de verbranding in elke cel van je lichaam, door de componenten naar het juist vak te slepen.
brandstof
.................
gas in de lucht
.......................


energie
glucose
zuurstof
koolstof
dioxide
water

Slide 39 - Drag question

This item has no instructions



Koolstofdioxide + water + zonlicht ==> glucose + zuurstof

A
fotosynthese
B
vindt plaats in de bladgroenkorrels van een plant
C
is een reactieschema
D
A,B en C zijn allemaal juist

Slide 40 - Quiz

This item has no instructions

1: Helder kalkwater = water met opgelost kalk

2: Koolstofdioxide reageert met helder kalkwater:  
het water wordt troebel

A
beide waar
B
beide nietwaar
C
1: waar 2: nietwaar
D
1: nietwaar 2: waar

Slide 41 - Quiz

This item has no instructions

Verbrandingsreactie verbranding van kaarsvet:


kaarsvet + ……………1……………… ==> ……………2………….. + …………3…….……….. + …………4…………
(brandstof) (verbrandingsproducten)

A
1: zuurstof 4: energie
B
1: koolstofdioxide 4: water
C
1: zuurstof 4: koolstofdioxide
D
1: zuurstof 4: brandstof

Slide 42 - Quiz

This item has no instructions

Wat is er nodig voor verbranding
(2 antwoorden)

Slide 43 - Mind map

This item has no instructions

Wat komt vrij bij verbranding?
(3 antwoorden)

Slide 44 - Mind map

This item has no instructions

Hoe heet een stof
die een andere stof aantoont?

Slide 45 - Mind map

This item has no instructions

Waarvan heeft je lichaam MEER nodig om te kunnen sporten? (2 antwoorden)

Slide 46 - Mind map

This item has no instructions

Noteer het reactieschema bij de verbranding van een kaars
Voor het pijltje gebruik je: -->

Slide 47 - Mind map

This item has no instructions