H4 Stoffen

Stoffen
Hoofdstuk 4
1 / 27
next
Slide 1: Slide
Natuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolvmboLeerjaar 2

This lesson contains 27 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Stoffen
Hoofdstuk 4

Slide 1 - Slide

Stofeigenschappen
§1

Slide 2 - Slide

Leerdoelen K

Slide 3 - Slide

Stofeigenschappen
  • Kleur
  • Geur
  • Brandbaarheid
  • Oplosbaarheid
  • Elektrische geleiding
  • Dichtheid

Slide 4 - Slide

Suiker
  • Wat zit hier in? *
  • Ingrediënten: Kristalsuiker.
Kristalsuiker is een zuivere stof

Slide 5 - Slide

Mengsels en Zuivere stoffen
  • Wat zit hier in? *
  • Ingrediënten: Koolzuurhoudend water, suiker,
    fructose, thee-extract⁽¹⁾ (0,3%),
    voedingszuren (citroenzuur, appelzuur),
    zuurteregelaar (trinatriumcitraat),
    citroensap van geconcentreerd sap (0,1%),
    aroma's, antioxidant (ascorbinezuur),
    zoetstof (steviolglycosiden van Stevia).
    ⁽¹⁾Rainforest Alliance Certified. More information on ra.org.
Ice-Tea is een mengsel

Slide 6 - Slide

Oplossingen / suspensies
  • Als je suiker in een glas heet water doet, verdwijnen de kristallen.
  • Is suiker verdwenen?
  • Nee!  Het is opgelost in de vloeistof (kan je thuis proeven).
  • Een oplossing is doorschijnend.
  • Als het niet doorschijnend is, dan is dit een suspensie (Fanta). *
  • Bij een suspensie zweven kleine deeltjes in de vloeistof.

Slide 7 - Slide

Koffie
  • Gooi water over de koffiebonen
  • Wat gebeurd er dan?
  • Het water krijgt de kleur en de smaak
  • De koffie gaat door het filter.
  • De bonen blijven achter*
Oplosmiddel
Residu
Filtraat

Slide 8 - Slide

Bezinken
  • In een glas zit water en zand.
  • Je mengt dit
  • Wat zal er uiteindelijk met het zand gebeuren?
  • Dit noem je bezinken 
  • Dit werkt alleen bij suspensies niet bij oplossingen*

Slide 9 - Slide

Indampen
  • Wat nou als we een oplossing willen scheiden?
  • Bijvoorbeeld: water met zout
  • Wat gebeurd er als we dit verwarmen?
  • Water verdampt, zout blijft.
  • Dit noem je indampen
  • Werkt bij oplossingen en suspensies.*

Slide 10 - Slide

Leerdoelen K

Slide 11 - Slide

Lezen en maken met potlood
  • Hoofdstuk 4
  • Introductie

  • Paragraaf 1:
  • Opdracht 1 t/m 11 

Slide 12 - Slide

Smeltpunt en kookpunt
§2

Slide 13 - Slide

Leerdoelen K

Slide 14 - Slide

Fasen en faseovergangen
  • Als een stof veranderd van fase noemen we dit een faseovergang.

  • Een stof veranderd van fase bij bepaalde temperaturen.

  • Veel vloeistoffen bewaar je afgesloten. 
  • Zodat de stof niet kan verdampen.

  • Als stoffen snel verdampen noemen we dat vluchtig.* 

Slide 15 - Slide

Smeltpunt, stolpunt en kookpunt
  • Het smeltpunt, kookpunt en stolpunt van een zuivere stof is altijd hetzelfde.
  • Deze staan vermeld in BINAS.

  • Bij het smeltpunt gaat een stof van een vaste fase naar een vloeibare fase.
  • Bij het stolpunt gaat een stof van een vloeibare fase naar een vaste fase.
  • Bij het kookpunt gaat een stof van een vloeibare fase naar een gas fase,

Slide 16 - Slide

Smeltpunt, stolpunt en kookpunt

Slide 17 - Slide

Leerdoelen K

Slide 18 - Slide

Veilig werken met stoffen
§3

Slide 19 - Slide

Leerdoelen K

Slide 20 - Slide

Gevaarlijke stoffen
  • Stoffen kunnen bijvoorbeeld ontvlambaar of irriterend zijn.

  • Het kan gebeuren dat een kind iets inslikt.
  • Hiervoor is de gifwijzer bedacht.*

Slide 21 - Slide

Etiketten
  • Op het etiket van een gevaarlijke stof staan een aantal dingen vermeld:
  1. De concentratie van de stof
  2. Pictogrammen of Gevarensymbolen
  3. P- en H-zinnen (Precaution en Hazard)
  • Deze informatie kun je ook vinden op veiligheidskaarten.
  • Hier staat op wat de gevaren zijn en wat te doen bij een ongeluk.

Slide 22 - Slide

Gevarensymbolen

Slide 23 - Slide

Veilig werken
  • Op school werk je al met een aantal veiligheidsmaatregelen.
  1. Labjas
  2. Veiligheidsbril
  3. Goede ventilatie
  • Meng nooit stoffen met elkaar!

Slide 24 - Slide

Milieubewust werken
  • Veel gevaarlijke stoffen mogen niet in het milieu terecht komen.
  • Sommige stoffen worden opnieuw gebruikt (recycling).
  • Andere stoffen komen bij het chemisch afval
  • Sommige gevaarlijke stoffen thuis kunnen bij het klein chemisch afval (kca).

Slide 25 - Slide

Leerdoelen K

Slide 26 - Slide

Lezen en maken met potlood
  • Hoofdstuk 4
  • Paragraaf 1:
  • Opdracht 1 t/m 11 

  • Paragraaf 2:
  • Opdracht 1 t/m 10

  • Paragraaf 3:
  • Opdracht 1 t/m 13

Slide 27 - Slide