MASK PS H3 BB

Migratie
1 / 16
next
Slide 1: Slide
MaatschappijkundeMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 3

This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Migratie

Slide 1 - Slide

Na deze les kun jij...
... vertellen wat migratie betekent
... vertellen wanneer je een emigrant en een immigrant bent
... vertellen welke motieven (redenen) mensen hebben om te migreren en voorbeelden daarbij noemen.

Slide 2 - Slide

Migratie

  • Migratie = verhuizen 
  • Migrant = iemand die zich vestigt in een ander gebied.
  • Immigrant = iemand die zich uit het buitenland in een land vestigt.
  • Emigrant = iemand die uit een land vertrekt om in een ander land te gaan wonen.
Je bent altijd immigrant en emigrant tegelijkertijd: als ik naar Canada verhuis dan ben ik voor Nederland een emigrant. Voor Canada ben ik een immigrant.

Slide 3 - Slide

Iedere emigrant is ook immigrant
A
Waar
B
Niet waar

Slide 4 - Quiz

Als jij naar Spanje gaat verhuizen ben jij emigrant en immigrant. Voor welk land ben jij een immigrant?
A
Nederland
B
Spanje
C
Allebei
D
Geen van beide

Slide 5 - Quiz

Waarom migreren mensen?
Er zijn drie motieven (redenen) waarom mensen naar een ander land verhuizen:

Politieke motieven
Economische motieven
Persoonlijke motieven

In de volgende slides worden ze uitgelegd.

Slide 6 - Slide

Welk van de onderstaande redenen is geen reden voor migratie?
A
politiek
B
cultureel
C
economisch
D
persoonlijk

Slide 7 - Quiz

Politieke motieven
Mensen vluchten voor oorlog en geweld. Een politiek vluchteling is iemand die zijn land verlaat omdat het in zijn eigen land te gevaarlijk en onveilig voor hem is. Dat kan door oorlog zijn, maar bijvoorbeeld ook omdat je homoseksueel bent of een ander geloof hebt.
Een politiek vluchteling kan in Nederland politiek asiel aanvragen. Dit betekent dat de vluchteling vraagt om bescherming.

Slide 8 - Slide

Economische motieven
Mensen verhuizen vanwege werk of carrière naar een ander land. Bijvoorbeeld mensen uit Amerika die hier komen werken voor internationale bedrijven. Of Polen die hier als bouwvakker komen werken.
Er zijn ook mensen die hun land verlaten vanwege armoede en werkloosheid. Dit worden economische vluchtelingen genoemd.

Slide 9 - Slide

Persoonlijke motieven
Studeren in een ander land of verliefd worden op iemand uit een ander land. Hier in Nederland gaan wonen met je partner kan door:
- Gezinsvorming
- Gezinshereniging
als je je partner uit het buitenland naar Nederland laat komen om samen te gaan wonen.
Als je al getrouwd was voordat je hierheen kwam en je laat je partner (en je kinderen) hierheen komen om weer samen te zijn.

Slide 10 - Slide

De geschiedenis van immigratie
Al eeuwenlang komen er mensen naar Nederland om hier te wonen:
- In de 16e eeuw kwamen Spaanse en Portugese joden naar Nederland. Ook Vlaamse (Belgische) en Franse mensen kwamen naar Nederland. Alle groepen vluchtten vanwege hun geloof.
- In de 19e eeuw kwamen er veel Duitsers naar Nederland. Zij vluchtten voor armoede in hun eigen land.

Slide 11 - Slide

In Iran worden tegenstanders van de dictator gemarteld. Veel mensen vluchten naar Europa vanwege:
A
Economische motieven
B
Persoolijke motieven
C
Politieke motieven

Slide 12 - Quiz

Een vader vluchtte naar Nederland. Nu komen zijn kinderen ook.
A
gezinsvorming
B
gezinshereniging

Slide 13 - Quiz

John woont in Mali. Er is veel armoede in Mali. John komt naar Nederland om een beter leven op te bouwen. Welk motief heeft John om te verhuizen?
A
politiek motief
B
economisch motief
C
persoonlijk motief

Slide 14 - Quiz


A
Het aantal asielaanvragen daalde in 2013-2015 wegens politieke motieven voor migratie
B
Het aantal asielaanvragen steeg in 2013-2015 wegens politieke motieven voor migratie
C
Het aantal asielaanvragen steeg in 2013-2015 wegens economische motieven voor migratie
D
Het aantal asielaanvragen steeg in 2013-2015 wegens persoonlijke motieven voor migratie

Slide 15 - Quiz

Jan trouwt met zijn Duitse vakantieliefde Birgit. Zij komt bij hem in Sittard wonen.
A
gezinshereniging
B
gezinsvorming

Slide 16 - Quiz