SP_PA 3_ H2_Ser & Estar + Adjetivos

¡Hola!
1 / 16
next
Slide 1: Slide
SpaansMiddelbare schoolvmbo lwoo, mavo, havoLeerjaar 3

This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

¡Hola!

Slide 1 - Slide


- Bijvoeglijlke naamwoorden (adjetivos) oefenen
- Het verschil tussent SER en ESTAR begrijpen

Eind van de les, kan ik:
- SER en ESTAR gebruiken met een adjetivo
- Enkele adjetivos gebruiken om iemand te beschrijven
- Een korte tekst schrijven

¿Qué vamos a hacer hoy? (Wat gaan wij vandaag doen?)

Slide 2 - Slide

¡Kahoot!

Slide 3 - Slide

SER
 bij een eigenschap
 oorsprong
 eigendom
 tijd en datum
 beroep
ESTAR  
gevoelens
gezondheid
toestand
ligging van plaatsen
eemalige situaties
ZIJN

Slide 4 - Slide

SER = Zijn


YO (ik)
(jij)
EL/ELLA/USTED (hij/zij/u)
NOSOTROS/NOSOTRAS (wij)
VOSOTROS/VOSOTRAS (jullie)
ELLOS/ELLAS (ze)

(je nationaliteit, hoe je bent, wie je bent, je beroep)

SOY (ben)
ERES (bent)
ES (is)
SOMOS (zijn)
SOIS (zijn)
SON (zijn)

Slide 5 - Slide

Je gebruikt het werkwoord SER voor tijdelijke eigenschapen?
JA
NEE

Slide 6 - Poll

Je gebruikt het werkwoord SER om je nationaliteit door te geven
JA
NEE

Slide 7 - Poll

Slide 8 - Link

Kies voor de juiste vorm van het werkwoord SER
El ... simpático (aardig)
A
SOIS
B
ERES
C
SON
D
ES

Slide 9 - Quiz

Kies voor de juiste vorm van het werkwoord SER
Yo ... sincera (eerlijk)
A
ERES
B
SOY
C
ES
D
SOMOS

Slide 10 - Quiz

ESTAR = Zijn


YO (ik)
(jij)
EL/ELLA/USTED (hij/zij/u)
NOSOTROS/NOSOTRAS (wij)
VOSOTROS/VOSOTRAS (jullie)
ELLOS/ELLAS (ze)

(hoe je voelt, ligging van gebouwen en personen)

ESTOY (ben)
ESTÁS (bent)
ESTÁ (is)
ESTAMOS (zijn)
ESTÁiS (zijn)
ESTÁN (zijn)

Slide 11 - Slide

Kies voor de juiste vorm van het werkwoord ESTAR
Yo ... BIEN (fijn)
A
ESTÁ
B
ESTOY
C
ESTÁS
D
ESTAMOS

Slide 12 - Quiz

Kies voor de juiste vorm van het werkwoord ESTAR
ELLA ... CANSADA (moe)
A
ESTÁS
B
ESTOY
C
ESTÁ
D
ESTAMOS

Slide 13 - Quiz

Begrijp je het verschil tussen SER en ESTAR?
😒🙁😐🙂😃

Slide 14 - Poll

Beschrijf een vriend/vriendin in 3 zinnen. [El es/Ella es]
Gebruik:
En primer lugar/Primero, (ten eerste) ... zeg iets positief
También, (ook) ... zeg iets positief
Pero, (maar) ... zeg iets negatief

Slide 15 - Open question

¡Hasta la próxima!
Huiswerk: Kijk in Magister

Slide 16 - Slide