What is LessonUp
Search
Channels
AI tools
Log in
Register
‹
Return to search
Persoonlijke voornaamwoorden A1
Persoonlijke voornaamwoorden
1 / 22
next
Slide 1:
Slide
NT2
ISK
This lesson contains
22 slides
, with
interactive quizzes
and
text slides
.
Start lesson
Save
Share
Print lesson
Items in this lesson
Persoonlijke voornaamwoorden
Slide 1 - Slide
ik
jij
hij
zij
(2 mensen)
wij
zij/ze (1)
jullie
u
Slide 2 - Drag question
Hallo, ik heet Myra.
Hoe heet _______ ?
A
wij
B
jullie
C
hij
D
jij
Slide 3 - Quiz
Eva koopt kaas.
_______ koopt kaas.
A
wij
B
jullie
C
hij
D
zij/ze
Slide 4 - Quiz
Mevrouw Jansen, wilt ______ thee?
A
ik
B
wij
C
zij
D
u
Slide 5 - Quiz
Laura wil _____ koffie?
A
jij
B
wij
C
zij
D
hij
Slide 6 - Quiz
Kinderen, komen _______ eten?
A
wij
B
jullie
C
hij
D
zij/ze
Slide 7 - Quiz
Maria woont in Eindhoven.
_____ woont aan de Boomstraat 7.
A
ik
B
wij
C
zij
D
hij
Slide 8 - Quiz
Mijn naam is Karin, __________ kom uit Nederland.
A
wij
B
jij
C
ik
D
hij
Slide 9 - Quiz
Mijn zoon studeert in Utrecht,
maar ______ woont in Zeist.
A
jij/ je
B
hij
C
jullie
D
zij
Slide 10 - Quiz
De dokter komt ________ over
10 minuten ophalen.
A
wij
B
u
C
ik
D
hij
Slide 11 - Quiz
Anna en Tim zijn familie.
......... zijn zus en broer.
A
zij
B
ik
C
wij
D
hij
Slide 12 - Quiz
Jos en Bram zijn broers. _______ zijn familie.
A
wij
B
zij
C
ik
D
hij
Slide 13 - Quiz
Rick woont in Helmond.
_____ woont aan de Lelieweg 30.
A
ik
B
wij
C
hij
D
zij
Slide 14 - Quiz
Hoi Tom, hoe oud ben __________?
A
wij
B
jij/je
C
ik
D
hij
Slide 15 - Quiz
Dit is John, _______ heeft school op maandag.
A
wij
B
jij/je
C
ik
D
hij
Slide 16 - Quiz
Mijn vader heet Joep, __________ komt uit België.
A
wij
B
jij
C
ik
D
hij
Slide 17 - Quiz
1.
Jan
is moe, _____________ gaat naar bed.
2.
Fien
heeft een kat, _____________ heeft ook een hond.
3.
Mijn
naam
is Jan, _____________ heb twee zoons.
4.
Jos en Anne
wonen in Nederland. _____________ zijn getrouwd.
5.
Arne
is ziek, __________ krijgt een pil.
6. Kim koopt
kaas
. _________ is €3,00 voor 1 kilo.
7. _________ zijn
Kim en Floris
. We zijn beste vrienden.
hij
zij/ze
ik
zij (2x)
hij
het
wij
Slide 18 - Drag question
persoonlijke voornaamwoorden
Slide 19 - Slide
me/mij je/jou u hem haar
Hij
geeft
haar
een cadeau.
Hij =
(subject)
haar =
(object)
Persoonlijk voornaamwoord (object) in enkelvoud (singular)
Slide 20 - Slide
ons jullie ze
Eet
je
bij
ons
?
je
= (subject)
ons
= (object
Persoonlijk voornaamwoord (object) in meervoud (plural)
Slide 21 - Slide
wordwall.net
Slide 22 - Link
More lessons like this
Persoonlijke voornaamwoorden uitleg en oefeningen
September 2025
-
23 slides
Engels
Middelbare school
mavo
Leerjaar 1
Persoonlijke voornaamwoorden zelfstandig oefenen
December 2024
-
22 slides
Engels
Middelbare school
mavo
Leerjaar 1
Present simple/ vragende voornaamwoorden/persoonlijke voornaamwoorden
September 2025
-
47 slides
Engels
Middelbare school
mavo
Leerjaar 1
1BK periode 1 les 10
October 2025
-
23 slides
Duits
Middelbare school
vmbo k
Leerjaar 1
De gelijktijdigheid der dingen - Frouke Arns
February 2024
-
7 slides
Nederlands
Middelbare school
mavo, havo, vwo
Leerjaar 3-6
Libris Literatuur Prijs
Nederlands Film Festival: Bears Love Me!
May 2024
-
23 slides
Nederlands
Culturele en kunstzinnige vorming
+6
Basisschool
Groep 4,5
Filmeducatie
Beeldaspect: licht
February 2026
-
30 slides
Tekenen
Kunstzinnige oriëntatie
+1
Middelbare school
vmbo t, mavo, havo, vwo
Leerjaar 4-6
Van Gogh Museum
Beeldaspect: licht
January 2026
-
30 slides
Tekenen
Kunstzinnige oriëntatie
+1
Middelbare school
vmbo t, mavo, havo, vwo
Leerjaar 4-6