Catullus

Catullus

V5 LTC

1 / 143
next
Slide 1: Slide
New lesson editorLatijnVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 5

This lesson contains 143 slides, with interactive quizzes and text slides.

Report this lesson

Items in this lesson

Catullus

V5 LTC

This item has no instructions

Les- en leerdoelen:

Aan het einde van de les...


  • weet je wie Catullus was en kun je enkele gegevens over zijn leven/werk/genre vertellen.

  • ken je 5 stijlfiguren: metafoor, hyperbaton, metonymia, anafoor en asyndeton

  • heb je gedicht 1 vertaald en ben je in gedicht 2 al minimaal bij regel 5

This item has no instructions

Catullus: liefde, spot en vernieuwing

Open met Catullus als dichter die tegelijk persoonlijk, scherp en literair vernieuwend is. Zijn gedichten laten goed zien dat Latijnse poëzie niet alleen 'plechtig' of 'episch' is.

Leerdoel

Ik kan uitleggen wie Catullus was, wat kenmerkend is voor zijn leven en werk, en hoe hij past bij de poetae novi, de elegie en de figuur Lesbia.

This item has no instructions

Catullus in tijd en plaats

  • Volledige naam: Gaius Valerius Catullus

  • Geboren rond 84 (?) v.Chr. in Verona

  • Gestorven rond 54 v.Chr.

  • Leefde in de late Romeinse Republiek

  • Schreef in een periode van politieke spanning, maar zijn poëzie is vaak juist persoonlijk en literair verfijnd

De jaartallen zijn benaderingen; absolute zekerheid ontbreekt. Benadruk dat Catullus jong stierf en toch grote invloed had.

Afkomst en omgeving

  • Afkomstig uit een welgestelde familie in Verona

  • Had toegang tot onderwijs en elitekringen

  • Verbleef later in Rome, het centrum van cultuur en politiek

  • Bewoog zich in een netwerk van vrienden, dichters en invloedrijke personen

Leg uit dat zijn sociale positie belangrijk was: daardoor kon hij deelnemen aan literaire kringen en zich richten op verfijnde poëzie.

Leven en carrière

Catullus had geen carrière als groot staatsman of veldheer. Zijn naam bleef vooral leven door zijn dichterschap. In zijn gedichten komen vriendschap, liefde, jaloezie, belediging, verdriet en stijlbewustzijn samen. Daardoor krijgen we een zeldzaam direct beeld van een individuele stem uit de Romeinse literatuur.

Benadruk het contrast met veel andere beroemde Romeinen: Catullus is vooral belangrijk als dichter, niet als politieke figuur.

Een dichter met een eigen stem

  • Schrijft vaak in de ik-vorm

  • Wisselt tedere en agressieve toon af

  • Gebruikt korte, krachtige formuleringen

  • Maakt poëzie persoonlijk én literair uitgewerkt

Hier kun je toelichten dat het 'ik' in poëzie niet altijd simpelweg de historische persoon is, maar wel een geconstrueerde dichterlijke stem.

Overgeleverde werken

  • Van Catullus zijn 116 gedichten overgeleverd

  • Ze verschillen sterk in lengte en toon

  • Er zijn korte gelegenheidsgedichten, spotgedichten en langere, meer uitgewerkte teksten

  • Zijn oeuvre toont zowel emotionele directheid als technische beheersing

Gebruik consequent '116 gedichten' als het corpus dat is overgeleverd. Je hoeft niet in te gaan op tekstoverlevering, tenzij de klas daar klaar voor is.

Soorten gedichten bij Catullus

Korte gedichten

Langere gedichten

  • Liefde en verlangen

  • Spot en scheldpoëzie

  • Vriendschap en sociale omgang

  • Snel, scherp, persoonlijk

  • Meer literaire uitwerking

  • Mythologische of plechtiger stof

  • Meer nadruk op compositie

  • Laat zijn veelzijdigheid zien

Noem eventueel dat Catullus zowel speelse als geleerde poëzie schrijft. Zo voorkom je dat leerlingen hem alleen met liefdesgedichten associëren.

De poetae novi / neoteroi

De poetae novi of neoteroi waren een groep vernieuwende Romeinse dichters. Zij keerden zich af van zwaar, traditioneel en breed uitgesponnen werk en kozen juist voor korte, verzorgde, geleerde en kunstige poëzie. Niet grootse nationale roem, maar vorm, verfijning en originaliteit stonden centraal.

Leg uit dat beide termen voor ongeveer dezelfde literaire stroming worden gebruikt. De Griekse invloed is hier belangrijk.

Wat maakt deze stroming nieuw?

  • Voorkeur voor kleine literaire vormen

  • Veel aandacht voor stijl en woordkeuze

  • Invloed van Alexandrijnse, Griekse poëzie --> poeta doctus

  • Geleerd spel met mythen en literatuur

Noem Callimachus eventueel als achtergrondfiguur van de Alexandrijnse poëtica, zonder te diep uit te weiden.

Catullus als poeta novus

  • Verkiest verfijning boven grootsheid

  • Combineert emotie met vormbewustzijn

  • Schrijft over privéleven (vernieuwend!!!)

  • Laat zien dat korte poëzie literair even ambitieus kan zijn als epos

Maak hier de koppeling terug naar de centrale vraag: Catullus is belangrijk omdat hij een nieuwe poëtische houding vertegenwoordigt.

Het genre elegie

  • Elegie is poëzie over liefde, verlangen, verdriet en persoonlijke ervaring

  • Het genre kan ook klagen, herinneren en reflecteren

  • De toon is vaak intiemer dan in epische poëzie

  • Bij Romeinse dichters wordt de liefde vaak een centraal literair onderwerp

Werk hier niet te technisch uit over metrum, tenzij gewenst. De les vraagt vooral om inhoudelijke situering van het genre.

Lesbia

  • Lesbia is de naam waaronder Catullus een geliefde bezingt

  • Waarschijnlijk gaat het om een schuilnaam

  • In de traditie wordt zij vaak met Clodia in verband gebracht

  • Lesbia is tegelijk een persoon in de poëzie en een literair gevormde figuur

Benadruk voorzichtig dat identificatie met Clodia waarschijnlijk is, maar niet absoluut bewezen. Belangrijker is Lesbia als poëtische constructie.

Begrippenlijst

Catullus - Romeinse dichter uit de late Republiek, geboren rond 84 v.Chr. en gestorven rond 54 v.Chr.

Verona - Noord-Italiaanse stad waar Catullus vandaan kwam.

late Romeinse Republiek - Periode van politieke onrust vóór het keizerrijk.

poetae novi - Vernieuwende Romeinse dichters met voorkeur voor korte, verfijnde poëzie.

neoteroi - Griekse benaming voor dezelfde vernieuwende richting als de poetae novi.

elegie - Poëtisch genre waarin liefde, verdriet en persoonlijke ervaring centraal kunnen staan.


This item has no instructions

Begrippenlijst

Lesbia - Schuilnaam van de geliefde die in veel gedichten van Catullus voorkomt.

Clodia - Romeinse vrouw met wie Lesbia vaak wordt geïdentificeerd.

Alexandrijnse poëzie - Geleerde, verfijnde Griekse poëzie die veel invloed had op de poetae novi.

oeuvre - Het geheel van iemands werken.

spotgedicht - Gedicht waarin een persoon scherp wordt aangevallen of belachelijk gemaakt.

liefdespoëzie - Poëzie waarin liefde en verlangen belangrijke thema's zijn.

This item has no instructions

Stilistische middelen in het Latijn

Open met het idee dat stijlmiddelen niet alleen versiering zijn, maar betekenis en nadruk sturen. Deze les focust op herkenning en korte uitleg met voorbeelden in beide talen.

Lesdoel

Ik kan hyperbaton, anafoor, metonymia, metafoor en asyndeton herkennen, kort uitleggen en illustreren met een voorbeeld in het Nederlands en in het Latijn.

This item has no instructions

Hyperbaton

Bij hyperbaton horen woorden die grammaticaal bij elkaar horen, maar staan ze uit elkaar in de zin.


Dat trekt aandacht en kan nadruk, spanning of een plechtige toon geven.


In het Latijn komt dit vaak voor bij een bijvoeglijk naamwoord en het zelfstandig naamwoord waarbij het hoort.

Benadruk dat leerlingen eerst de grammaticale samenhang moeten zien en pas daarna de woordvolgorde beoordelen. In Latijnse teksten is afwijkende woordplaatsing vaak betekenisvol.

Hyperbaton: voorbeelden

Latijn

Nederlands

Gouden lag de ring op tafel, glanzend in het licht.


Het woord gouden wordt losgetrokken van ring voor extra nadruk.

Ante volat comitique timet velut ales ab alto

quae teneram prolem produxit in aera nido.

 Hij vliegt voorop en hij is bezorgd voor zijn metgezel, zoals een vogel die zijn      tere jong uit het hoge nest laat vliegen.                                  Ovidius, Met. 8.213-14

 

‘Aeternum stago’, dixit ‘vivatis in isto.’

 Hij zei: ‘Mogen jullie voor eeuwig leven in die poel.’                Ovidius, Met. 6.369


aurea en fibula horen bij elkaar, maar staan uit elkaar: dat is hyperbaton.

Je kunt toelichten dat dit voorbeeld uit de poëzie een sierlijke en opvallende woordschikking laat zien. Het gaat hier vooral om het herkennen van gescheiden woorden die syntactisch samen horen.

Effect van hyperbaton

  • legt nadruk op een woord of beeld

  • maakt de zin kunstiger of plechtiger

  • kan spanning opbouwen doordat samenhang later duidelijk wordt

This item has no instructions

Anafoor

Bij anafoor wordt hetzelfde woord of dezelfde woordgroep aan het begin van opeenvolgende zinnen of zinsdelen herhaald.


Die herhaling zorgt voor ritme en sterke nadruk.

Wijs erop dat het specifiek gaat om herhaling aan het begin. Dat onderscheidt anafoor van algemene herhaling elders in de zin.

Anafoor: voorbeelden

Nihil agis, nihil moliris, nihil cogitas.

Cicero


De herhaling van nihil aan het begin geeft extra nadruk.


ille mi par esse deo videtur,

ille, si fase st, superare divos

hij lijkt mij gelijk te zijn aan een god

hij (lijkt mij), als men dit mag zeggen, de goden te overtreffen

Catullus, Carmen 51.1-2

Wij willen leren, wij willen groeien, wij willen winnen.


De herhaling van wij aan het begin vormt de anafoor.

Latijn

Nederlands

Laat zien dat de inhoud door de herhaling dwingender klinkt. De Latijnse voorbeeldzin sluit goed aan bij retorische stijl.

Effect van anafoor

  • geeft ritme aan een tekst

  • versterkt een argument of emotie

  • maakt een passage makkelijker te onthouden

This item has no instructions

Metonymia

Bij metonymia vervang je een woord door een ander woord dat er nauw mee verbonden is.


Je noemt dus niet het eigenlijke begrip, maar iets dat ermee samenhangt, zoals maker en werk, plaats en bestuur, of voorwerp en inhoud.


  • Abstractum pro concreto

  • Pars pro toto

Benadruk het verschil met metafoor: bij metonymia is er een reële relatie of nabijheid, niet alleen gelijkenis.

Metonymia: voorbeelden

Nederlands

quaerenti et tectis urbis sine fine ruenti

zoekend en eindeloos door de daken (= huizen) van de stad stormend     Vergilius, Aeneis 2.771



Ik lees graag Multatuli.


Hier staat de naam van de schrijver voor zijn werk.

Latijn

Je kunt extra toelichten dat godennamen in Latijnse poëzie vaak metonymisch gebruikt worden: Mars voor oorlog, Ceres voor graan, Bacchus voor wijn.

Metonymia herkennen

Vraag bij metonymia steeds:


  • welk woord staat er letterlijk?

  • waarvoor staat het eigenlijk?

  • welke concrete band is er tussen die twee?


Zonder zo'n band is het meestal geen metonymia.

This item has no instructions

Metafoor

Bij een metafoor wordt iets niet letterlijk benoemd, maar beeldend vergeleken met iets anders.


De vergelijking wordt niet met als of zoals uitgesproken: het beeld vervangt direct het gewone woord.

Maak hier het contrast met metonymia expliciet: metafoor berust op overeenkomst, metonymia op samenhang of nabijheid.

Metafoor: voorbeelden

Vita est navigatio.


Het leven wordt beeldend voorgesteld als een reis over zee.

Latijn

Nederlands

De stad is een mierenhoop.


De drukte van de stad wordt voorgesteld als een mierenhoop.

Leg uit dat de letterlijke waarheid hier niet klopt, maar dat het beeld betekenis toevoegt. Dat is precies de kracht van de metafoor.

Metafoor en metonymia

  • metafoor: berust op gelijkenis

  • metonymia: berust op verwantschap of nabijheid

  • beide vervangen een letterlijk woord, maar doen dat op een andere manier

Dit onderscheid is vaak lastig. Gebruik eventueel extra mini-voorbeelden mondeling: 'de kroon beslist' = metonymia, 'de tijd vliegt' = metafoor.

Asyndeton

Bij asyndeton worden voegwoorden tussen woorden, zinsdelen of zinnen weggelaten.


Daardoor klinkt een opsomming sneller, krachtiger of feller.

Wijs erop dat leerlingen vaak juist moeten letten op wat ontbreekt: geen 'en', 'of' of Latijns 'et' tussen de delen.

Asyndeton: voorbeelden

Latijn

Veni, vidi, vici.


De afwezigheid van voegwoorden maakt de zin kort en krachtig.

Nederlands

Hij kwam, hij zag, hij overwon.


De delen volgen snel op elkaar zonder voegwoord.

Dit is het bekendste voorbeeld. Benoem dat de vorm de snelheid van de overwinning ondersteunt.

Effect van asyndeton

  • versnelt het tempo

  • maakt een opsomming kernachtig

  • geeft vaak een krachtige retorische toon

This item has no instructions

Overzicht

  • hyperbaton: woorden die bij elkaar horen, staan uit elkaar

  • anafoor: herhaling aan het begin

  • metonymia: vervanging op basis van verwantschap

  • metafoor: beeldspraak op basis van gelijkenis

  • asyndeton: voegwoorden worden weggelaten

Deze samenvatting helpt om de vijf begrippen nog één keer scherp naast elkaar te zetten.

Begrippenlijst

hyperbaton - woorden die grammaticaal bij elkaar horen, staan uit elkaar in de zin

anafoor - herhaling van een woord of woordgroep aan het begin van opeenvolgende zinsdelen

metonymia - vervanging van een woord door een nauw verwant begrip

metafoor - beeldende vervanging op basis van gelijkenis

asyndeton - het weglaten van voegwoorden in een opsomming of reeks

This item has no instructions

1.  Het musje (2)

Passer, deliciae meae puellae,

quicum ludere, quem in sinu tenere,

cui primum digitum dare appetenti

et acris solet incitare morsus,

cum desiderio meo nitenti

carum nescio quid lubet iocari,

et solaciolum sui doloris,

credo, ut tum gravis acquiescat ardor:

tecum ludere sicut ipsa possem

et tristis animi levare curas!


This item has no instructions

Les- en leerdoelen:

Aan het einde van de les...


  • weet je wie Catullus was en kun je enkele gegevens over zijn leven/werk/genre vertellen.

  • ken je 5 stijlfiguren: metafoor, hyperbaton, metonymia, anafoor en asyndeton

  • heb je gedicht 1 vertaald en ben je in gedicht 2 al minimaal bij regel 5

This item has no instructions

Wat is het kernkenmerk van hyperbaton?

A

Herhaling vooraan

B

Woorden uit elkaar

C

Beeldende vervanging

D

Voegwoorden weg

De afleiders verwijzen naar anafoor, metafoor/metonymia en asyndeton. Laat leerlingen benoemen welke woorden in een zin grammaticaal bij elkaar horen.

Waarop berust metonymia?

A

Klankovereenkomst

B

Nabijheid of band

C

Herhaling van woorden

D

Weglating van et

Laat leerlingen het verschil met metafoor expliciet maken: metonymia heeft een reële relatie tussen woord en bedoeld begrip.

Welke zin bevat een metafoor?

A

Ik lees graag Multatuli

B

De stad is een mierenhoop

C

Nihil agis, nihil moliris

D

Veni, vidi, vici

Afleiders komen allemaal uit behandelde voorbeelden van andere stijlmiddelen. Zo test je begripsverschil, niet alleen definitiereproductie.

Welk stilistisch middel? Vul de juiste woorden in!

Bij asyndeton worden voegwoorden weggelaten. Daardoor klinkt een opsomming sneller en vaak ook krachtiger.

asyndeton
voegwoorden
sneller
anafoor
beeldspraak
uit elkaar
verwant

De tekst sluit direct aan op slides 14 tot en met 16.

De vorige les

Aan het einde van de vorige les kon je....


  • informatie geven over de auteur Catullus, zijn leven, werk en genre.

  • 5 stijlfiguren (metafoor, hyperbaton, metonymia, anafoor en asyndeton) herkennen, benoemen en uitleggen.

This item has no instructions

Deze les: de les- en leerdoelen:

Aan het einde van deze les...


  • kun je je vertaalfouten aanwijzen en verklaren

  • begrijp je gedicht 1 en 2 inhoudelijk

  • ken je 5 nieuwe stijlfiguren: polysyndeton, tricolon, climax, antithese, retorische vraag

  • heb je gedicht 3 vertaald.

This item has no instructions

Wanneer spreek je van anafoor?

A

Woordherhaling vooraan

B

Zelfst. naamwoord gesplitst

C

Verwante vervanging

D

Opsomming zonder beeld

Controleer vooral dat leerlingen het woord 'aan het begin' meenemen; dat onderscheidt anafoor van algemene herhaling.

Herken hyperbaton

Bij hyperbaton staan woorden die grammaticaal bij elkaar horen uit elkaar in de zin. Dat kan nadruk geven en de woordvolgorde opvallend maken.

hyperbaton
uit elkaar
nadruk
anafoor
vooraan
ritme
asyndeton

Alle drie de ingevulde woorden zijn rechtstreeks gekoppeld aan de uitleg en het effect op de vorige slides.

Wat is typisch voor asyndeton?

A

Herhaalde beginwoorden

B

Beeldende vergelijking

C

Gescheiden woordparen

D

Geen voegwoorden

Controleer of leerlingen niet alleen het voorbeeld kennen, maar ook het structurele kenmerk herkennen.

Welk effect heeft anafoor op een tekst?

Verwachte elementen: anafoor zorgt voor ritme, nadruk, emotionele of argumentatieve versterking en maakt een passage makkelijker te onthouden.

Metonymia samengevat

Bij metonymia vervang je een woord door een verwant begrip dat er nauw mee samenhangt. De relatie kan gaan om maker en werk of om plaats en bestuur.

metonymia
verwant begrip
maker en werk
metafoor
gelijkenis
voegwoord
beginherhaling

De blanks echoën de formuleringen van slides 8 en 10.

Wat onderscheidt metafoor van metonymia?

A

Metafoor is letterlijker

B

Metafoor gebruikt gelijkenis

C

Metafoor herhaalt beginwoorden

D

Metafoor laat voegwoorden weg

De kern uit de inhoudsslides is het contrast gelijkenis versus verwantschap/nabijheid.

Waardoor is Catullus vooral beroemd geworden?

A

Als dichter

B

Als veldheer

C

Als redenaar

D

Als consul

Sluit aan op de slides over leven en carrière: Catullus onderscheidt zich niet als politieke of militaire figuur, maar door zijn dichterschap.

Wat stond bij de poetae novi centraal?

A

Nationale roem

B

Verfijnde vorm

C

Militaire helden

D

Lange epen

De distractors grijpen terug op traditionele verwachtingen van Romeinse literatuur; juist daartegen zetten de poetae novi zich af.

Wat weet je nog meer over Catullus dat nog niet genoemd is?

Reflectie op het leerproces; laat leerlingen benoemen wat inhoudelijk het meest is blijven hangen, bijvoorbeeld poetae novi, Lesbia of Catullus' eigen stem.

Voorkennis: wat zijn stijlfiguren?

Stijlfiguren zijn bewuste manieren om taal opvallender en krachtiger te maken.


In het Latijn helpen ze om:

  • nadruk te leggen

  • contrast te tonen

  • ritme op te bouwen

  • een publiek te overtuigen

Benadruk dat leerlingen bij Latijn niet alleen naar woordbetekenis kijken, maar ook naar formulering en effect.

Waarom gebruikt een auteur ze?

Een schrijver of redenaar kiest stijlfiguren om een tekst meer effect te geven.


Ze kunnen iets scherper, mooier of overtuigender laten klinken.

Leg de link met redevoeringen, historiografie en poëzie: in al die genres is formulering betekenisvol.

Antithese

Een antithese is een scherpe tegenstelling tussen twee woorden, woordgroepen of ideeën. De twee elementen staan dichtbij elkaar geplaatst in de zin.


Effect:

  • benadrukt een contrast

  • maakt een uitspraak kernachtig

  • laat twee kanten direct botsen

Laat zien dat het niet alleen om losse tegengestelde woorden gaat, maar om een betekenisvol contrast in de zin.

Antithese: voorbeelden

Non scholae, sed vitae discimus.


Tegenstelling tussen scholae en vitae.


alieni adpetens, sui profusus

belust op andermans vermogen, verkwistend met zijn eigen vermogen Sallustius, De coniuratione Catilinae 5

Hij sprak weinig, maar zei veel.


Tegenstelling tussen weinig en veel versterkt de boodschap.


Die twee zijn als water en vuur.

Latijn

Nederlands

Je kunt benoemen dat antithese vaak samenwerkt met parallelle zinsbouw, maar houd de focus op het contrast zelf.

Climax

Een climax is een reeks van tenminste 3 woorden of gedachten die in kracht of intensiteit (qua inhoud) toeneemt.


Effect:

  • bouwt spanning op

  • werkt naar een hoogtepunt toe

  • maakt de uitspraak dramatischer

Benadruk dat de volgorde essentieel is: elk element moet sterker zijn dan het vorige.

Climax: voorbeelden

Latijn

Veni, vidi, vici.


De reeks werkt naar de beslissende overwinning toe.


Hic sunt (…) qui de nostro omnium interitu, qui de huius urbis atque adeo de orbis terrarum exitio cogitent.

Hier bevinden zich (...) degenen die zinnen op de dood van ons allen, op de ondergang van deze stad, ja, van de hele wereld.                  Cicero, Oratio in Catilinam 1.9


Nederlands

Hij fluisterde, sprak, schreeuwde.


De uiting wordt stap voor stap sterker.


Uren, dagen, maanden, jaren,

vliegen als een schaduw heen                 Rhijnvis Feith, Nieuwjaarslied

Bij het Latijnse voorbeeld kun je bespreken dat de drie werkwoorden niet alleen een reeks vormen, maar ook een sterke voortgang in handeling laten zien.

Tricolon

Een tricolon is een opsomming van drie delen (woorden, woordgroepen of zinsdelen).


Effect:

  • geeft ritme

  • maakt een formulering compleet

  • klinkt afgerond en memorabel

Wijs erop dat 'drie' hier de kern is; niet elke opsomming is dus een tricolon.

Tricolon: voorbeelden

Nederlands

Adfuit ille quidem, sed nec sollemnia verba

nec laetos vultus nec felix attulit omen.


Hij verscheen wel, maar noch feestelijke woorden, noch een vrolijk gezicht, noch een gelukwens bracht hij mee.                                 

Ovidius, Metamorphoses 10.4-5



Latijn

Hij kwam, hij zag, hij won.


Drie parallelle delen vormen een krachtig geheel.

Het Latijnse voorbeeld laat de nadruk op een driedelige structuur zien; bespreek eventueel dat tricolon vaak samen kan gaan met andere middelen.

Climax en tricolon

Deze twee stijlfiguren lijken op elkaar, maar zijn niet hetzelfde.


  • Tricolon: vooral een reeks van drie

  • Climax: vooral een opbouw naar sterker effect

  • Eén voorbeeld kan beide zijn

Gebruik 'veni, vidi, vici' als voorbeeld dat vaak tegelijk als tricolon én als climax gelezen wordt.

Polysyndeton

Een polysyndeton is een opsomming van twee of meer tekstelementen binnen een zin die met elkaar verbonden zijn door evenveel nevenschikkende voegwoorden. Bij drie of meer tekstelementen kan bij het eerste

tekstelement het voegwoord ontbreken.


Effect:

  • vertraagt het tempo

  • legt nadruk op elk onderdeel

  • geeft een plechtige of zware toon

Noem dat het vaak om herhaling van 'et' of '-que' gaat in het Latijn.

Polysyndeton: voorbeelden

Latijn

En hij liep en hij riep en hij huilde.


Door en telkens te herhalen krijgt elk deel extra nadruk.


Die zorgt en waakt en slaaft en ploegt en zwoegt en zweet

Joost van den Vondel, Palamedes

Et pater et mater et filius adsunt.


De herhaling van et maakt de opsomming nadrukkelijk.


Laudat digitosque manusque

bacchiaque et nudos media plus parte lacertos.         

Hij prijst haar vingers en haar handen en haar onderarmen en haar voor meer dan de helft ontblote bovenarmen.                                  Ovidius, Met. 1.500-01

Nederlands

Laat leerlingen het verschil horen tussen een gewone opsomming en een polysyndeton; het effect zit sterk in ritme.

Retorische vraag

Een retorische vraag is een vraag waarop geen echt antwoord wordt verwacht.


Effect:

  • stuurt het publiek

  • maakt verontwaardiging of verbazing sterker

  • presenteert een standpunt als vanzelfsprekend

Benadruk dat de vorm een vraag is, maar de functie een krachtige uitspraak blijft.

Retorische vraag: voorbeelden

Quo usque tandem abutere, Catilina, patientia nostra?

Hoe lang nog, Catilina, zul jij misbruik maken van ons geduld?                                              Cicero, Oratio in Catilinam 1.1


De vraag drukt vooral verwijt en verontwaardiging uit.

Latijn

Wie wil er nu onrecht verdedigen?


De spreker verwacht geen echt antwoord.

Nederlands

Dit beroemde Cicero-voorbeeld werkt goed om de politieke en emotionele kracht van de retorische vraag te laten zien.

Begrippenlijst

antithese - scherpe tegenstelling tussen twee woorden of ideeën

climax - reeks met toenemende kracht of intensiteit

tricolon - groep van drie parallelle delen

polysyndeton - opsomming met herhaling van voegwoorden

retorische vraag - vraag waarop geen echt antwoord verwacht wordt


This item has no instructions

1.  Het musje (2)

Passer, deliciae meae puellae,

quicum ludere, quem in sinu tenere,

cui primum digitum dare appetenti

et acris solet incitare morsus,

cum desiderio meo nitenti

carum nescio quid lubet iocari,

et solaciolum sui doloris,

credo, ut tum gravis acquiescat ardor:

tecum ludere sicut ipsa possem

et tristis animi levare curas!

Musje, lieveling van mijn meisje,

met wie zij gewoon is te spelen, die zij gewoonlijk op haar schoot houdt, aan wie zij gewoonlijk het topje van haar vinger geeft, terwijl hij pikt, en wiens felle beten zij gewoonlijk uitlokt,

wanneer mijn geliefde,  terwijl  ze  straalt, 

graag een of ander dierbaar spel wil spelen

en (dat) een kleine troost (is) voor haar pijn,

naar ik  geloof, opdat dan haar hevige hartstocht tot rust komt:

kon ik maar net als je meesteres met jou spelen 

en de droeve zorgen van mijn geest verlichten.

This item has no instructions

2.  Het musje is dood (3)

Lugete, o Veneres Cupidinesque,

et quantum est hominum venustiorum:

passer mortuus est meae puellae,

passer, deliciae meae puellae,

quem plus illa oculis suis amabat.

Nam mellitus erat suamque norat

ipsam tam bene quam puella matrem,

nec sese a gremio illius movebat,

sed circumsiliens modo huc modo illuc

ad solam dominam usque pipiabat;

Treurt,  o  Venussen  en  Cupido’s 

en  alle  mensen  die  ook maar  enigszins  innemend  zijn: 

de  mus  van  mijn  meisje  is dood, 

de  mus,  de  lieveling  van  mijn  meisje, 

die  zij  meer liefhad  dan  haar  eigen  ogen. 

Want  hij  was  honingzoet en kende zijn

meesteres net zo goed als een meisje haar moeder [kent], 

en  hij  bewoog  zich  niet  van  haar  schoot, 

maar  in  het  rond  hippend  nu  eens  hierheen,  dan  weer  daarheen,  tjilpte hij voortdurend naar zijn enige meesteres;

This item has no instructions

2.  Het musje is dood (3)

qui nunc it per iter tenebricosum

illuc, unde negant redire quemquam.

At vobis male sit, malae tenebrae

Orci, quae omnia bella devoratis:

tam bellum mihi passerem abstulistis.

O factum male! O miselle passer!

Tua nunc opera meae puellae

flendo turgiduli rubent ocelli!

hij gaat nu langs de weg vol duisternis

daarheen, vanwaar ze zeggen dat niemand terugkeert.

Maar laat het jou slecht vergaan, slechte duisternis

van de Orcus, (jij) die al het mooie/alles wat mooi is verslindt:

je hebt van mij de zo mooie mus weggenomen.

O misdaad! O ongelukkig musje!

Nu zijn door jouw toedoen van mijn meisje

de lieve ogen gezwollen rood door het huilen.

This item has no instructions

Aan de slag!

  • leren woorden t/m 40 + stijlfiguren + vertaalde teksten

  • vertalen: Catullus gedicht 3 en 4 t/m r. 13

  • herhalen: coniunctivus! Summa blz. 35-38

  • Oefendrills bij de coniunctivus (naar behoefte/inzicht)

This item has no instructions

Deze les: de les- en leerdoelen:

Aan het einde van deze les...


  • kun je je vertaalfouten aanwijzen en verklaren

  • begrijp je gedicht 1 en 2 inhoudelijk

  • ken je 5 nieuwe stijlfiguren: polysyndeton, tricolon, climax, antithese, retorische vraag

  • heb je gedicht 3 vertaald.

This item has no instructions

Les- en leerdoelen vwo 4:

Lesdoel: zelfstandig werken aan het vertalen van Latijnse teksten, het maken van opdrachten, tekstvragen en Drillsters.


Leerdoel: Ik kan tijdens deze les zelfstandig en doelgericht aan mijn Latijnse leerwerk werken en hulp vragen aan de docent wanneer dat nodig is.



Basisvaardigheden: taal, rekenen, burgerschap.

This item has no instructions

De vorige les

Aan het einde van de vorige les kon je....


  • informatie geven over de auteur Catullus, zijn leven, werk en genre.

  • gedicht 1 en 2 begrijpen

  • 5 stijlfiguren (metafoor, hyperbaton, metonymia, anafoor en asyndeton) herkennen, benoemen en uitleggen.

This item has no instructions

Deze les: de les- en leerdoelen:

Aan het einde van deze les...


  • kun je je vertaalfouten aanwijzen en verklaren

  • begrijp je gedicht 3 inhoudelijk

  • ken je 5 nieuwe stijlfiguren: alliteratie, chiasme, parallellisme, litotes, personificatie

  • heb je gedicht 4 vertaald en ben je al ruim begonnen aan gedicht 6.

This item has no instructions

Welk effect past het best bij een antithese?

A

contrast benadrukken

B

tempo vertragen

C

drieledigheid tonen

D

antwoord uitlokken

De juiste keuze sluit aan bij de kern van antithese: een scherpe tegenstelling. De andere opties horen bij polysyndeton, tricolon en een gewone vraag.

Welk contrast zie je in 'Hij sprak weinig, maar zei veel'?

Bespreek dat leerlingen het betekenisvolle contrast moeten benoemen, niet alleen twee losse woorden. Mogelijke elementen: weinig/veel; contrast tussen spreken en inhoud; kernachtige formulering.

Wat maakt een climax vooral tot een climax?

A

herhaald voegwoord

B

scherpe tegenstelling

C

toenemende kracht

D

geen antwoord nodig

Toenemende kracht is de beslissende eigenschap. Dit onderscheidt climax van de andere behandelde stijlfiguren.

Climax en tricolon

Een tricolon is vooral een reeks van drie parallelle delen. Een climax draait vooral om een opbouw naar sterker effect. Eén voorbeeld kan beide stijlfiguren tegelijk zijn.

tricolon
drie
climax
sterker effect
contrast
vraag
voegwoorden
langzamer tempo

Laat leerlingen het onderscheid expliciet formuleren: tricolon = drieledigheid, climax = opbouw in intensiteit.

Waarom kan 'veni, vidi, vici' ook twee stijlfiguren tegelijk zijn?

Bespreek dat 'veni, vidi, vici' zowel drie parallelle delen heeft als een voortgang naar een beslissend eindpunt. Goede antwoorden noemen dus beide kenmerken.

Waaraan herken je een polysyndeton het duidelijkst?

A

opbouw in sterkte

B

herhaalde voegwoorden

C

tegenstelling

D

vraagvorm

De kern is de opvallende herhaling van voegwoorden zoals et. Zo wordt het tempo vertraagd en krijgt elk onderdeel nadruk.

Wat verwacht je bij een retorische vraag?

A

een opsomming

B

een echt antwoord

C

drie gelijke delen

D

een gestuurd standpunt

Een retorische vraag stuurt het publiek en presenteert een standpunt als vanzelfsprekend, zonder echt antwoord te verwachten.

Twee herkenningssignalen

Bij een polysyndeton worden voegwoorden opvallend vaak herhaald. Daardoor wordt het tempo vertraagd. Bij een retorische vraag lijkt de zin een vraag, maar er wordt geen echt antwoord verwacht.

polysyndeton
tempo
retorische vraag
antwoord
contrast
drie
hoogtepunt
opsomming

Deze oefening koppelt vorm aan effect: herhaalde voegwoorden vertragen, vraagvorm zonder antwoord stuurt het publiek.

Stijlfiguren in het Latijn

Open vanuit het idee dat stijlfiguren niet alleen versiering zijn, maar nadruk, ritme en overtuigingskracht geven aan Latijnse teksten.

Leerdoel

Ik kan vijf stilistische middelen in Latijnse teksten herkennen en uitleggen: alliteratie, chiasme, parallellisme, litotes en de personificatie.

This item has no instructions

Stijlfiguren in het Latijn

Open vanuit het idee dat stijlfiguren niet alleen versiering zijn, maar nadruk, ritme en overtuigingskracht geven aan Latijnse teksten.

Leerdoel

Ik kan vijf stilistische middelen in Latijnse teksten herkennen en uitleggen: antithese, climax, tricolon, polysyndeton en de retorische vraag.

This item has no instructions

Alliteratie

Alliteratie is de herhaling van dezelfde beginmedeklinker of klank in woorden die dicht bij elkaar staan.


  • geeft nadruk aan een passage

  • maakt een zin ritmischer en opvallender

  • komt vaak voor in poëzie en retoriek

Benadruk dat het om begin-klanken gaat, niet om eindrijm. In het Latijn werkt dit vaak sterk door de woordvolgorde.

Alliteratie: Latijn en Nederlands

Latijn

Veni, vidi, vici.


De herhaling van de v-klank maakt de uitspraak krachtig, kort en memorabel.

Nederlands

Wind waait wild.


De herhaling van de w-klank geeft extra nadruk en klankwerking.


Peppa Pig!

Bij het Latijnse voorbeeld is de formulering beroemd door haar bondigheid; de alliteratie versterkt het effect.

Waarom werkt alliteratie?

  • trekt de aandacht van de luisteraar

  • verbindt woorden klankmatig met elkaar

  • helpt om een formulering beter te onthouden

Koppel dit aan redevoeringen: klank ondersteunt overtuigingskracht.

Alliteratie herkennen

Let op twee dingen:


  • woorden staan meestal dicht bij elkaar

  • de begin-klank keert bewust terug


Niet elke toevallige klankherhaling is meteen alliteratie; het gaat om stijl met effect.

This item has no instructions

Chiasme

Een chiasme is een kruislings patroon in de woordvolgorde.


Schema: A – B – B – A


  • legt nadruk op samenhang of tegenstelling

  • maakt een zin evenwichtig en opvallend

  • komt veel voor in Latijnse literatuur

Noem dat de term verwijst naar de Griekse letter chi (X): de structuur kruist als het ware.

Chiasme: Latijn en Nederlands

Magnam virtutem, pecuniam parvam habet.


Schema: magnam (A) – virtutem (B) – parvam (A) – pecuniam (B) in gekruiste koppeling van eigenschappen en zelfstandige naamwoorden.

Zij leeft om te leren, en leert om te leven.


Schema: leven – leren – leren – leven.

Latijn

Nederlands

Het Latijnse voorbeeld laat een kruisstructuur zien in de combinatie van adjectieven en zelfstandige naamwoorden. Bespreek dat de precieze analyse soms afhangt van wat je als paren leest.

Effect van een chiasme

Een chiasme ordent een zin zo dat twee delen elkaar spiegelen.


Daardoor kan een schrijver:

  • contrast laten uitkomen

  • een uitspraak bondig structureren

  • een gedachte extra nadruk geven

This item has no instructions

Chiasme in Latijnse teksten

In het Latijn valt een chiasme vaak extra op doordat de woordvolgorde vrijer is dan in het Nederlands. Een auteur kan woorden bewust kruiselings plaatsen voor stijl en nadruk.

Laat eventueel zien dat leerlingen bij het vertalen niet alleen naar grammatica, maar ook naar vorm moeten kijken.

Parallellisme

Parallellisme is het gebruik van gelijke of overeenkomstige zinsstructuren.


  • zorgt voor ritme en duidelijkheid

  • verbindt onderdelen inhoudelijk met elkaar

  • maakt opsommingen of tegenstellingen sterker

Benadruk het verschil met chiasme: parallellisme is gelijklopend, chiasme is gekruist.

Parallellisme: Latijn en Nederlands

Sommigen lachen, sommigen huilen.


Ook hier keert dezelfde zinsbouw terug, wat de tegenstelling helder maakt.

Nederlands

Latijn

Alii rident, alii flent.


De twee zinsdelen hebben dezelfde structuur: onderwerp + persoonsvorm.

Dit is een eenvoudig, didactisch voorbeeld; het doel is dat leerlingen de gelijke structuur direct zien.

Parallellisme en effect

Door herhaling van structuur krijgt een tekst orde.


  • de lezer verwerkt informatie sneller

  • verschillen tussen onderdelen worden scherper

  • de formulering klinkt plechtiger of overtuigender

This item has no instructions

Parallellisme herkennen

Zo herken je parallellisme:


  • vergelijk opeenvolgende zinsdelen

  • kijk of de grammaticale bouw gelijk blijft

  • let op herhaling van woordsoorten of zinsfuncties

Als extra contrast: bij chiasme verwacht je een spiegeling, bij parallellisme juist een herhaling in dezelfde volgorde.

Litotes

Een litotes is een verzachtende uitdrukking waarbij iets wordt ontkend om juist het tegenovergestelde te suggereren.


  • vaak: ontkenning van een tegenstelling

  • effect is subtieler dan een directe uitspraak

  • kan bescheiden, ironisch of nadrukkelijk werken

Leerlingen verwarren litotes soms met gewone ontkenning. Het gaat om een formulering die méér betekent dan er letterlijk staat.

Litotes: Latijn en Nederlands

Latijn

Non ignarus est.


Letterlijk: ‘Hij is niet onwetend.’

Bedoeld: hij weet er wel degelijk van.

Nederlands

Dat is niet slecht.


Letterlijk klinkt het zwak, maar bedoeld wordt vaak: dat is best goed.

Bespreek dat litotes vaak afhangt van context en toon: dezelfde woorden kunnen neutraler of sterker overkomen.

Waarom een litotes gebruiken?

Een directe uitspraak kan hard of opschepperig klinken. Met een litotes kiest een schrijver voor omweg en nuance.


Dat kan:

  • beleefder klinken

  • ironie oproepen

  • de lezer actiever laten interpreteren

This item has no instructions

Litotes en betekenis

Bij een litotes moet je altijd twee lagen lezen:


  • wat er letterlijk staat

  • wat er werkelijk bedoeld wordt


Juist die spanning maakt het stijlmiddel effectief.

Laat leerlingen bij vertalen niet te letterlijk blijven hangen; de betekenis is vaak sterker dan de woorden op zichzelf suggereren.

Personificatie

Personificatie is het toekennen van menselijke eigenschappen aan iets niet-menselijks.


  • een abstract begrip kan handelen of spreken

  • natuurverschijnselen krijgen menselijk gedrag

  • het beeld wordt levendiger en expressiever

Maak duidelijk dat het niet alleen om mensen in dierenverhalen gaat; ook abstracte begrippen zoals de dood, liefde of roem kunnen gepersonifieerd worden.

Personificatie: Latijn en Nederlands

Latijn

De stad slaapt.


Een stad kan niet letterlijk slapen; de menselijke eigenschap maakt het beeld levendig.

Fortuna caeca est.


Fortuna, het noodlot of geluk, krijgt een menselijke eigenschap: blind zijn.

Nederlands

Het Latijnse voorbeeld sluit aan bij een bekend abstract begrip uit de Romeinse cultuur.

Effect van personificatie

Personificatie maakt een tekst beeldender.


  • abstracte ideeën worden voorstelbaar

  • gevoelens krijgen meer kracht

  • een lezer onthoudt het beeld gemakkelijker

This item has no instructions

Personificatie in Latijnse literatuur

Latijnse auteurs geven vaak menselijke trekken aan goden, de natuur en abstracte begrippen. Daardoor wordt een tekst niet alleen informatief, maar ook emotioneel en beeldend.

Je kunt hier kort aangeven dat personificatie ook nauw samenhangt met de mythologische denkwereld van de oudheid.

Stijlmiddelen vergelijken

  • Alliteratie: herhaling van begin-klanken

  • Chiasme: gekruiste woordvolgorde

  • Parallellisme: gelijke zinsstructuur

  • Litotes: bevestiging via ontkenning

  • Personificatie: iets niet-menselijks wordt menselijk voorgesteld

Deze overzichtsslide helpt om de verschillen scherp te houden voor herkenning in teksten.

Begrippenlijst

alliteratie - herhaling van dezelfde begin-klank in woorden die dicht bij elkaar staan

chiasme - kruiselings patroon in woordvolgorde of zinsbouw

parallellisme - herhaling van gelijke zinsstructuren

litotes - een verzachtende formulering via ontkenning van het tegendeel

personificatie - een niet-menselijk begrip of ding krijgt menselijke eigenschappen


This item has no instructions

3.  Carpe diem (5)

Vivamus, mea Lesbia, atque amemus,

rumoresque senum severiorum

omnes unius aestimemus assis!

Soles occidere et redire possunt:

nobis cum semel occidit brevis lux,

nox est perpetua una dormienda.

Da mi basia mille, deinde centum,

dein mille altera, dein secunda centum,

deinde usque altera mille, deinde centum.

Dein, cum milia multa fecerimus,

conturbabimus illa, ne sciamus,

aut ne quis malus invidere possit,

cum tantum sciat esse basiorum.

Laten  we  léven,  mijn  Lesbia,  en  laten  we  liefhebben 

en laten we alle praatjes van de al te strenge oude mannen

één cent waard achten!

Zonnen kunnen ondergaan en terugkeren:

wanneer eenmaal het korte licht is ondergegaan,

moet er door ons één onafgebroken nacht geslapen worden.

Geef mij  duizend  kussen,  daarna  honderd, 

daarna  een  tweede duizend, daarna een tweede honderd,

daarna zonder onderbreking een andere duizend, daarna honderd.

Vervolgens,  wanneer  wij  vele  duizenden  kussen  toegevoegd/

opgeteld  zullen  hebben,  zullen  wij  die  in  de  wargooien,

opdat wij (het) niet weten, of opdat niet een kwaadaardig  persoon  afgunstig  kan  zijn/met  zijn  boze  oog  ons kan gadeslaan,

wanneer hij weet dat er zoveel kussen zijn.

This item has no instructions

Aan de slag!

Leren: stijlfiguren + vertaalde teksten + woorden 41-60


Vertalen: C 4 + C 6-7 t/m r.13 (25 regels)


Maken: bijbehorende tekstvragen

This item has no instructions

Les- en leerdoelen vwo 4:

Lesdoel: zelfstandig werken aan het vertalen van Latijnse teksten, het maken van opdrachten, tekstvragen en Drillsters.


Leerdoel: Ik kan tijdens deze les zelfstandig en doelgericht aan mijn Latijnse leerwerk werken en hulp vragen aan de docent wanneer dat nodig is.



Basisvaardigheden: taal, rekenen, burgerschap.

This item has no instructions

De vorige les

Aan het einde van de vorige les kon je....


  • je vertaalfouten aanwijzen en verklaren

  • gedicht 3 inhoudelijk begrijpen en uitleggen

  • 5 nieuwe stijlfiguren (alliteratie, chiasme, parallellisme, litotes, personificatie) herkennen, benoemen en uitleggen.

This item has no instructions

Deze les: de les- en leerdoelen:

Aan het einde van deze les...


  • kun je je vertaalfouten aanwijzen en verklaren

  • begrijp je gedicht 4 en 6 inhoudelijk

  • ken je 8 nieuwe stijlfiguren: eufemisme, hypallage, hyperbool, paradox, pleonasme, sententia, tautologie, vergelijking

  • heb je gedicht 7 vertaald en ben je al ruim begonnen aan gedicht 8.

This item has no instructions

Waardoor herken je alliteratie het best?

A

begin-klanken

B

eindrijm

C

tegenstelling

D

omgekeerde volgorde

De afleiders verwijzen naar andere verschijnselen: eindrijm is iets anders, tegenstelling hoort niet per se bij alliteratie, en omgekeerde volgorde past eerder bij chiasme.

Alliteratie aanvullen

Bij alliteratie keert een begin-klank terug in woorden die dicht bij elkaar staan. Daardoor krijgt een formulering meer nadruk en wordt zij vaak beter onthouden.

begin-klank
nadruk
onthouden
eindrijm
tegenspraak
vergeten

Alle drie de ingevulde woorden komen rechtstreeks uit het alliteratieblok: vorm, effect en functie.

Welk schema past bij een chiasme?

A

A-B-A-B

B

A-A-B-B

C

A-B-B-A

D

A-B-C-A

Laat leerlingen benoemen dat chiasme een kruisstructuur is, geen gewone herhaling.

Wat is het verschil tussen chiasme en parallellisme?

Verwachte elementen: parallellisme = gelijke volgorde of gelijke zinsstructuur; chiasme = gekruiste of spiegelende volgorde. Een goed antwoord noemt dus 'gelijklopend' versus 'gekruist'.

Wat maakt parallellisme sterker in een zin?

A

gelijke structuur

B

dubbele ontkenning

C

menselijke trek

D

dezelfde beginletter

De afleiders verwijzen naar litotes, personificatie en alliteratie.

Parallellisme aanvullen

Bij parallellisme vergelijk je opeenvolgende zinsdelen. Als de grammaticale bouw gelijk blijft, ontstaat meer ritme en duidelijkheid.

zinsdelen
bouw
duidelijkheid
beeldspraak
kruising
verzwakking

De woorden sluiten aan bij de herkenningsslide en de effectslide van parallellisme.

Wat bedoelt een litotes meestal?

A

letterlijke ontkenning

B

zwakke herhaling

C

versterking via ontkenning

D

menselijke voorstelling

De kern is dat een litotes meer bedoelt dan er letterlijk staat.

Litotes aanvullen

Bij een litotes lees je eerst wat er letterlijk staat, maar daarna ook wat werkelijk wordt bedoeld. Juist die spanning maakt het stijlmiddel effectief.

staat
bedoeld
spanning
rijmt
vergeten
opsomming

Dit sluit direct aan op de slide over de twee betekenislagen van litotes.

Wat gebeurt er bij personificatie?

A

klanken herhalen

B

woorden kruisen

C

iets menselijk maken

D

ontkenning verzachten

De juiste optie vat de definitie kernachtig samen; de andere opties horen bij de andere stijlmiddelen uit het overzicht.

Stijlfiguren in het Latijn

Open vanuit het idee dat stijlfiguren niet alleen versiering zijn, maar nadruk, ritme en overtuigingskracht geven aan Latijnse teksten.

Leerdoel

Ik kan acht stilistische middelen in Latijnse teksten herkennen en uitleggen: eufemisme, hypallage, hyperbool, paradox, pleonasme, sententia, tautologie en de vergelijking.

This item has no instructions

Eufemisme

Een eufemisme is een verzachtende uitdrukking. Iets pijnlijks, hard of gevoeligs wordt minder scherp geformuleerd.

This item has no instructions

Eufemisme

Latijn

quibus fors corpora dedisset, darent animos.

(Romulus zei) dat ze hun geest moesten geven aan degenen aan wie het lot hun lichaam had gegeven (=dat ze diegenen moesten gaan liefhebben die hen geroofd hadden).                                        Livius, AUC 1.9.15


Letterlijk: 'aan wie het lot hun lichaam had gegeven', zachter voor: 'door wie je gegrepen en ontvoerd bent'.

Nederlands

Hij is heengegaan.


'Doodgaan' wordt zachter uitgedrukt.

Je kunt hier aangeven dat eufemismen vaak cultureel bepaald zijn: ook Romeinse auteurs konden harde werkelijkheid verzachten met omzichtige formuleringen.

Hypallage

Bij hypallage hoort een bijvoeglijk naamwoord grammaticaal bij het ene woord, terwijl het inhoudelijk beter past bij een ander woord in de zin.

Dit is voor leerlingen vaak een lastig begrip. Benadruk het verschil tussen grammaticale koppeling en logische koppeling.

Hypallage

Hij reed door de slapeloze nacht.


Letterlijk is niet de nacht slapeloos, maar de mens.

Latijn

Ibant obscuri sola sub nocte per umbram.

Zij liepen donker door de eenzame nacht door het duister.

(= Zij liepen alleen door de donkere nacht in het duister.)          Vergilius, Aeneis 6.268


'een eenzame nacht': inhoudelijk past 'eenzaam' eerder bij de reizigers dan bij de nacht en donker bij nacht.

Nederlands

Het Latijnse voorbeeld komt uit Vergilius. Licht toe dat hypallage in Latijnse poëzie vaak sfeer oproept en de formulering compacter maakt.

Hyperbool

Een hyperbool is een bewuste overdrijving. De spreker bedoelt het niet letterlijk, maar wil een sterk effect bereiken.

This item has no instructions

Hyperbool

Nederlands

instar montis equum

een paard zo groot als een berg                    Vergilius, Aeneis 2.15


Ik heb je al duizend keer geroepen.


Het getal is duidelijk overdreven.

Latijn

Leg bij het Latijnse voorbeeld uit dat overdrijving niet altijd alleen in aantallen zit, maar ook in een sterk uitvergroot beeld of gevoel.

Paradox

Een paradox is een schijnbare tegenstrijdigheid. De combinatie lijkt onmogelijk, maar zet juist aan tot nadenken.

This item has no instructions

Paradox

Latijn

Festina lente.


'Haast je langzaam': twee tegengestelde ideeën vormen samen één gedachte.         


Cum tacent, clamant.

Doordat ze zwijgen, schreeuwen ze luid.                 Cicero, Oratio in Catilinam 1.21

Door te zwijgen zei hij alles.


Zwijgen en alles zeggen botsen schijnbaar.


Zo zullen de laatsten de eersten en de eersten de laatsten zijn.

Nederlands

Benadruk dat een paradox niet simpelweg onzin is: de spanning tussen de woorden draagt een diepere betekenis.

Pleonasme

Een pleonasme bevat een woord met een eigenschap die al vanzelf in een ander woord besloten ligt.

Maak het onderscheid met tautologie alvast klein zichtbaar: bij een pleonasme gaat het vaak om verschillende woordsoorten, niet om synoniemen naast elkaar.

Pleonasme

Nederlands

Latijn

witte sneeuw


Sneeuw is van zichzelf al wit.

Rursus reverterunt.

 Ze keerden weer terug.                                             Caesar, De Bello Gallico 4.4.5

 

ante obitum … supremaque funera

vóór zijn dood en laatste begrafenis           Ovidius, Met. 3.137

Je kunt noemen dat pleonasmen in literaire teksten soms toch functioneel zijn: ze vertragen, benadrukken of kleuren een beeld.

Sententia

Een sententia is een kernachtige, algemeen geldende uitspraak. Het klinkt als een levensles, inzicht of wijsheid.

This item has no instructions

Sententia

Haastige spoed is zelden goed.


Een algemene les, niet alleen voor één situatie.

Latijn

Nederlands

Homines, dum docent, discunt.


Mensen leren, terwijl zij les geven.         Seneca, Epistula ad Lucilium 7.8


Geef aan dat sententiae in Latijnse teksten vaak memorabel zijn en daardoor makkelijk geciteerd worden.

Tautologie

Een tautologie herhaalt dezelfde gedachte met twee woorden die (bijna) hetzelfde betekenen.

Benadruk het verschil met pleonasme: tautologie = synoniemen naast elkaar; pleonasme = overbodige eigenschap.

Tautologie

Domum meam maioribus praesidiis munivi atque firmavi


Ik heb mijn huis met grotere wachtposten beveiligd en versterkt.

Cicero, Oratio in Catilinam 1.10



nooit en te nimmer


Twee bijna gelijke woorden versterken elkaar.

Latijn

Nederlands

Leg uit dat exacte schoolvoorbeelden in het Latijn soms kunstmatig kunnen zijn; het doel hier is herkenning van het principe.

Pleonasme en tautologie

  • Pleonasme: een overbodige eigenschap zit al in het zelfstandig naamwoord.

  • Tautologie: dezelfde betekenis wordt herhaald met synoniemen.

  • Voorbeeld pleonasme: witte sneeuw.

  • Voorbeeld tautologie: nooit en te nimmer.

Deze dia vangt een veelvoorkomende verwarring op. Houd het contrast scherp en gebruik precies dezelfde termen als eerder.

Vergelijking

Vorm van beeldspraak waarbij afgebeelde en beeld beide worden genoemd (dus met “als”, “zoals”, “gelijk aan” etc.).

 

De vergelijking bestaat uit drie elementen:

1.             afgebeelde (= persoon/zaak die vergeleken wordt)

2.             beeld (= persoon/zaak waarmee vergeleken wordt)

3.             punt van overeenkomst/tertium comparationis (= het aspect waarin afgebeelde en beeld overeenkomen)

This item has no instructions

Vergelijking

De blozende jongen was zo rood als een kreeft.


Afgebeelde:  de blozende jongen

Beeld: de kreeft

Tertium comparationis:  de roodheid

Latijn

aut quam sidera multa, cum tacet nox,

furtivos hominum vident amores:

tam te basia multa basiare

vesano satis et super Catullo est.

of zoveel sterren als er, wanneer de nacht zwijgt, de heimelijke liefdes van de mensen zien: als je me zoveel kussen geeft, is dat voldoende en meer dan voldoende voor de waanzinnige Catullus.                 Catullus, Carmen 7.7-10

 

Afgebeelde:  het aantal kussen dat Catullus van Lesbia krijgt

Beeld:                   het aantal sterren aan de hemel

Tertrium comparationis:     oneindigheid

Nederlands

Wijs erop dat een vergelijking expliciet is; dat onderscheidt haar van een metafoor, waarin het vergelijkingswoord ontbreekt.

Direct en indirect effect

  • Eufemisme verzacht.

  • Hyperbool vergroot.

  • Paradox schuurt en laat nadenken.

  • Sententia onthoud je gemakkelijk door de bondige vorm.

  • Vergelijking maakt een beeld concreet.

Laat leerlingen zien dat stijlfiguren niet losstaande labels zijn: elk middel heeft een eigen effect op de lezer.