Lundi le 11 décembre (h3c-s50)

Salut!                                     Bientôt Noël!
1 / 30
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

This lesson contains 30 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Salut!                                     Bientôt Noël!

Slide 1 - Slide

Menu du jour
- Noël
- On va parler français!
- Huiswerk bespreken
- Proeftoets

Slide 2 - Slide

Wie is 'le père Noël'?
A
de papa die Noël heet
B
de pastoor
C
het kindje Jezus
D
de kerstman

Slide 3 - Quiz

Le père Noël distribue
des cadeaux aux enfants...
De kerstman verspreidt kadootjes onder de kinderen die zijn...
A
sérieux
B
sages
C
sympathiques
D
souriants

Slide 4 - Quiz

0

Slide 5 - Video

Wat betekent: mon beau sapin?

Slide 6 - Open question

Welke "décorations" hebben deze kerstbomen?
A
des guirlandes, des étoiles, des boules
B
des étoiles, des bougies, des guirlandes
C
des feuilles, des bougies, des guirlandes
D
des guirlandes, des bougies, des boules

Slide 7 - Quiz

Slide 8 - Video

Welk beroemd kerstliedje is dit?
A
Oh denneboom
B
Jingle Bells
C
Do you wanna build a snowman
D
All I want for christmas is you

Slide 9 - Quiz

Hoe noem je Kerstavond in Frankrijk?
A
Le soir de Noël
B
Noël soir
C
La soirée Noël
D
Le Réveillon de Noël

Slide 10 - Quiz

Op welke dag is het Noël in Frankrijk?
A
le vingt-quatre décembre
B
le vingt-six décembre
C
le vingt-cinq décembre
D
le vingt-trois décembre

Slide 11 - Quiz

Le jour de Noël: wat is
een traditioneel hoofdgerecht?
A
gourmet
B
gevulde kalkoen
C
zuurkool met worst
D
rosbief

Slide 12 - Quiz

Wat eten de Fransen bij 'la dinde de Noël'?
A
B
C
D

Slide 13 - Quiz

In Frankrijk eet men met kerst een 'bûche de Noël' als dessert. Wat is dat?
A
B
C
D

Slide 14 - Quiz

Het meest bekende toetje bij het Franse kerstdiner heet 'bûche de Noël'. Wat zou het kunnen betekenen als je naar het gerecht kijkt?
A
kerstboomstam
B
kerstbaksteen
C
kerstbrug
D
kerstkano

Slide 15 - Quiz

Slide 16 - Slide

Welke letters ontbreken?
Jo.....eux Noël
&
Bonne A......ée
A
j - n
B
y - n
C
y - nn
D
j - nn

Slide 17 - Quiz

Qu'est-ce que tu voudrais pour Noël?
Ik geef stellingen over cadeaus die je voor kerst zou kunnen vragen. Ga staan als je dit ook graag op kerst wilt krijgen en blijf zitten als je dit niet als cadeau wilt ontvangen.


Slide 18 - Slide

J'aimerais bien avoir...

Slide 19 - Slide

J'aimerais bien avoir...

Slide 20 - Slide

J'aimerais bien avoir...

Slide 21 - Slide

J'aimerais bien avoir...

Slide 22 - Slide

J'aimerais bien avoir...

Slide 23 - Slide

On va parler français!
Qu'est-ce que tu voudrais pour Noël?

- Pour NOËL, j'aimerais bien avoir.............

Slide 24 - Slide

Huiswerk gemaakt?
- grammaire II extra afmaken exercices 16F-G p.137-138 






Slide 25 - Slide

Slide 26 - Slide

Slide 27 - Slide

Proeftoets maken!

Slide 28 - Slide

Tools: Oefenen voor de toets
- studygo, quizlet etc...(woorden)
- verbuga.eu (ww écrire)
- Lessonup (grammatica)
- D toets via de methode 3.8 deel 1/deel 2 (alles)


Slide 29 - Slide

au prochain cours!

Slide 30 - Slide