D-toets Gouden Eeuw

D-toets Gouden Eeuw
1 / 38
next
Slide 1: Slide
GeschiedenisMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

This lesson contains 38 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

D-toets Gouden Eeuw

Slide 1 - Slide

Pak je mobiel!!
Tijdens deze les gelden de algemene regels voor het gebruik van een telefoon. (T'is maar dat je het weet :))
Gaf naar LessonUp.
Gebruik je 'echte' naam.
Na afloop gaat de telefoon terug naar de plek waar hij thuis hoort, de telefoontas.

Slide 2 - Slide

Waarom wordt de "Gouden Eeuw" de GOUDEN eeuw genoemd?
A
Doordat de Nederland erg veel verdiend hebben in deze eeuw.
B
In de kunst werd erg veel goud gebruikt.
C
Deze eeuw was Nederland leidend op veel gebieden. Bijvoorbeeld sport.
D
Het was een eeuw van grote voorspoed.

Slide 3 - Quiz

Gouden Eeuw
Welke eeuw was de Gouden Eeuw?
A
14e eeuw
B
15e eeuw
C
16e eeuw
D
17e eeuw

Slide 4 - Quiz

Gouden Eeuw.
In welke land(en) spreek je van de Gouden Eeuw?
A
Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden
B
Republiek + Belgie
C
Nederland
D
West-Europa

Slide 5 - Quiz

Gouden Eeuw
Welk woord hoort NIET bij de Gouden Eeuw?
A
rijkdom
B
kunst
C
koninkrijk
D
oorlog

Slide 6 - Quiz

Wat is een aandeel?
A
Een stukje van een bedrijf
B
Een klein deel van de winst
C
Een andere naam voor de VOC
D
Een plek waar je spullen verkoopt

Slide 7 - Quiz

Wat is een handelsmonopolie?
A
De plicht om handel te drijven
B
Het recht om als enige producten te verhandelen
C
Het recht om overal handel te drijven
D
De plicht om als enige producten te verhandelen

Slide 8 - Quiz

Hoe werd het bestuur van de VOC genoemd?
A
Heren zestien
B
Heren zeventien
C
Bestuur
D
Directie

Slide 9 - Quiz

Wie bestuurden de VOC?
A
De stadhouder
B
Johan van Oldenbarnevelt
C
Heren Zeventien
D
De grootste stad

Slide 10 - Quiz

Hoe noem je een afdeling van de VOC?
A
Een ruimte
B
Een kamer
C
De Heren Zeventien
D
Een omgeving

Slide 11 - Quiz

Versleep de kaarten van Amsterdam in de juiste tijdsvolgorde over de groei van Amsterdam ten tijden van de Gouden Eeuw.

Slide 12 - Drag question

De Gouden eeuw
Niet de Gouden eeuw

Slide 13 - Drag question

Juist
Onjuist
De meeste mensen in de Gouden Eeuw waren straatarm
De kooplieden in Amsterdam werden rijk door de handel.

Slide 14 - Drag question

Ontdekkers en hervormers
Regenten en vorsten
Steden en staten
Reformatie
Kruistochten
Gouden Eeuw

Slide 15 - Drag question

Welke gebieden waren de belangrijkste handelsgebieden voor Nederland in de Gouden Eeuw?
Azië
Afrika
Oostzee
Noordzee

Slide 16 - Drag question

De VOC en het begin van een wereldeconomie is.....
A
mentaal
B
cultureel
C
politiek
D
economisch

Slide 17 - Quiz

Wereldeconomie is van toepassing op:
A
De Oostzeevaart
B
Niets
C
De VOC
D
De WIC

Slide 18 - Quiz

Wat betekent 'wereldeconomie'?
A
Contact en handel met alle werelddelen
B
Alle werelddelen samen
C
Contact met alle werelddelen
D
Handel met alle werelddelen

Slide 19 - Quiz

Hoe noem je de Nederlandse slavenhandel van de WIC?
Juiste antwoord
Atlantische slavernij
Trans-Atlantische slavenhandel
Trans-Pacifische slavenhandel
Atlantische-Trans slavenhandel

Slide 20 - Drag question

Wat hoort bij....
VOC
WIC
1602
1621
Slavenhandel
Specerijenhandel
Azië
Amerika
Kaapvaart
Heren 17

Slide 21 - Drag question

Wat hoort bij elkaar?
Oosten
Westen
Slavenhandel
Kaapvaart
Specerijen
JP Coen
Eerste Multinational
1602
1621

Slide 22 - Drag question

WIC

VOC
Azië
Driehoekshandel
Slavenhandel
Specerijen
1602
1621
Tabak

Slide 23 - Drag question

Wat is de VOC?
A
Een sportclub
B
Een handelsbedrijf met handel in Afrika
C
Een handelsbedrijf met handel in Azië
D
Een supermarkt

Slide 24 - Quiz

De VOC werd opgericht in 1602, maar waar staat VOC voor?
A
Verenigde Oostelijke Compagnie
B
Verenigde Oost-Indische Club
C
Verenigde Oostwaartse Compagnie
D
Verenigde Oost-Indische Compagnie

Slide 25 - Quiz

De VOC had een aantal rechten. Wat zijn rechten van de VOC?
A
De VOC mocht oorlog voeren
B
De VOC mocht verdragen sluiten
C
De VOC mocht forten bouwen
D
De VOC mocht als enige handel drijven met Azië

Slide 26 - Quiz

Wat is handelskapitalisme?
A
Alleenrecht om in een gebied (of in een bepaald product) handel te drijven.
B
Boeren werken voor de nijverheid of voor de export en niet alleen meer voor eigen dorp of streek.
C
Versterkt steunpunt voor de handel van bijvoorbeeld VOC of WIC
D
Kapitaal vermeerderen door handel te drijven én door gekochte (ingevoerde) materialen en grondstoffen te laten bewerken en daarna te verkopen met meer winst dan met handel alleen.

Slide 27 - Quiz

Wat is een beurs?
A
De plek waar handelaren hun goederen verkopen
B
De plek waar aandelen worden verkocht
C
De plaats waar schepen aanmeren
D
De plek waar dividend wordt uitbetaald

Slide 28 - Quiz

koppel het begrip aan de juiste beschrijving
Gouden eeuw
Stapelmarkt
Beurs
Gebouw waar kooplieden handeldreven 
Plek waar goederen worden opgeslagen en worden verhandeld. 
Lange bloeiperiode waarin Nederland heel rijk was.

Slide 29 - Drag question

Juist of onjuist?
Juist
Onjuist
De zeventiende eeuw was voor de Republiek een Gouden Eeuw.
De VOC deed aan kaapvaart.
De wereldeconomie kon ontstaan door de ontdekkingsreizen.
De WIC werd opgericht tijdens de tachtigjarige oorlog tegen Spanje.
Op de Amsterdamse beurs werd gehandeld in slaven.

Slide 30 - Drag question

WIC staat voor?
A
Woldendorpse Indische Compagnie
B
West-Indische Compagnie
C
Woeste-Indische Compagnie
D
Wereld-India Compagnie

Slide 31 - Quiz

Wat verhandelde de WIC?
A
Kleding en koeien
B
Goud, suiker en slaven
C
Thee, suiker, cacao
D
Wapens, goud en zilver

Slide 32 - Quiz

De WIC werd ook opgericht om...
A
De Portugezen dwars te zitten
B
Nederlandse schepen te beschermen
C
De Spanjaarden dwars te zitten
D
De VOC te helpen tegen de Spanjaarden

Slide 33 - Quiz

De WIC is opgericht in...
A
1602
B
1611
C
1621
D
1630

Slide 34 - Quiz

Wat is een andere naam voor Moedernegotie?
A
Driehoekshandel
B
Oostzeehandel
C
Kaapvaart
D
Zilvervloot

Slide 35 - Quiz

Waarom was kaapvaart belangrijk voor de Republiek?
A
De Republiek verdiende veel geld met de slavenhandel
B
Nederlanders pikten Spaanse bezittingen en betaalden daar de oorlog tegen Spanje mee
C
De Republiek kon zo grondgebied veroveren in Amerika
D
De kaapvaart was helemaal niet belangrijk

Slide 36 - Quiz

Driehoekshandel WIC
Spullen  Zoals stoffen, Rum en wapens.
Slaven
Suiker, Katoen en tabak.

Slide 37 - Drag question

Wat is Ketikoti?
A
Het feest van het verbreken van de ketenen.
B
Het feest van de slavernij
C
Onafhankelijkheids- feest van Suriname
D
Feest voor de slaven

Slide 38 - Quiz