Seizoenen: volgorde en kenmerken 2

Seizoenen: volgorde en kenmerken

1 / 25
next
Slide 1: Slide
New lesson editorRekenenVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 2Leerroute 3Leerroute 4

This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Seizoenen: volgorde en kenmerken

Hoe ziet de les eruit?

  • terugblik

  • doel

  • aan slag met een quiz in lessonup

  • zelfstandig werken aan de bundel op gynzy

  • evaluatie

  • vooruitblik

Terugblik

Wat weet je over de seizoenen?

Doel

Aan het einde van deze les kun je de volgorde van de seizoenen benoemen en de kenmerken van het seizoen bij het juiste seizoen plaatsen.

Seizoenen

Lente
Zomer

Herfst
Winter

Kenmerkend voor de lente

In de lente worden dagen langer, groeit er nieuw groen en krijgen dieren jongen.

Zomerse kenmerken

In de zomer is het vaak warm, groeien veel planten en hebben mensen zomervakantie. Je kan buiten zwemmen en eet vaker ijsjes.


Herfst: wat zie je?

In de herfst worden bladeren bruin en vallen van de bomen. Het regent vaker en het wordt kouder.

Winterse kenmerken

In de winter zijn de dagen kort, kan het vriezen of sneeuwen en houden sommige dieren een winterslaap.
De bomen hebben de bladeren verloren en zijn kaal.
Je draagt vaker een muts, sjaal en wanten.

Quiz

Luister goed naar de vraag en geef antwoord.

Welke maand begint de lente?

A

Februari

B

November

C

Maart

D

Juli

Wat gebeurt er in de herfst?

A

Bladeren vallen van de bomen

B

Dagen worden langer

C

Het wordt warmer

D

Bloemen gaan bloeien

Wat komt na de winter?

A

Herfst

B

Seizoen

C

Zomer

D

Lente

Wat hoort bij de lente en wat hoort bij de winter?

lente

winter

Welke feestdag valt in de winter?

A

Halloween

B

Kerstmis

C

Pasen

D

Zomerfeest

Wat komt na de herfst?

A

Winter

B

Seizoen

C

Zomer

D

Lente

Wat is kenmerkend voor de zomer?

A

Koude wind

B

Hoge temperaturen

C

Sneeuwval

D

Donkere dagen

Wat komt na de lente?

A

Herfst

B

Seizoen

C

Zomer

D

Winter

Wat komt na de zomer?

A

Herfst

B

Seizoen

C

Lente

D

Winter

Wat hoort bij de herfst en wat hoort bij de zomer?

herfst

zomer

Kun jij de seizoenen opnoemen?

Probeer nu in de juiste volgorde de seizoenen te noemen en bij ieder seizoen één kenmerk te geven.

Ik kan de seizoenen in de juiste volgorde noemen?

vooruitblik