3.9 en 3.10 Geneesmiddelen en Gezond werken

Welkom bij Verzorging

Fijn dat je er bent!
Over 2 minuten gaan we starten. 
Thema 3 Je gezondheid, Basisstof 9 Geneesmiddel en en Basisstof 10 Gezond Werken 
Wat moet je doen?
- Op je eigen plek zitten, pak je handboek
- Je Handboek blz. 66
- Actieve houding 





timer
2:00
1 / 28
next
Slide 1: Slide
VerzorgingMiddelbare schoolvmbo k, g, tLeerjaar 2

This lesson contains 28 slides, with text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Welkom bij Verzorging

Fijn dat je er bent!
Over 2 minuten gaan we starten. 
Thema 3 Je gezondheid, Basisstof 9 Geneesmiddel en en Basisstof 10 Gezond Werken 
Wat moet je doen?
- Op je eigen plek zitten, pak je handboek
- Je Handboek blz. 66
- Actieve houding 





timer
2:00

Slide 1 - Slide

Wat gaan we doen!
Terugblik vorige les
Leerdoelen
Instructie 
Wat moet je kennen/weten voor het proefwerk
Afsluiten van de les

Slide 2 - Slide

Aanstaande Donderdag Proefwerk
Thema 3 Je gezondheid

3.1 Gezondheid en ziekte                                           3.6 Wetten, regels en hulp
3.2 Infectieziekten                                                        3.7 Zorgen
3.3 Alcohol                                                                        3.8 Professionele zorg
3.4 Roken                                                                           3.9 Geneesmiddelen
3.5 Drugs                                                                           3.10 Gezond werken

 





Slide 3 - Slide

Soorten zorg :
Zelfzorg: zorgen voor jezelf

Mantelzorg: zorgen voor elkaar (b.v. voor een opa of oma)

Professionele zorg: zorg door iemand die ervoor heeft geleerd en die ervoor betaald krijgt (b.v. een dokter of tandarts)

Slide 4 - Slide

Huisarts 
De huisarts is de eerste deskundige waar je naartoe gaat als je ziek bent. De huisarts stelt vragen over de klacht. Hij vraagt bijv. waar het pijn doet en hoe lang het al duurt. dit heet de anamnese

Daarna doet de dokter onderzoek. Hij voelt, luistert en kijkt en meet soms de bloeddruk. 
Soms is er nog onderzoek nodig bij een laboratorium.

Met de uitslagen van de onderzoeken stelt de huisarts een diagnose.

Na de diagnose stelt de huisarts een behandelplan op. 

Slide 5 - Slide

Andere professionele zorgverleners 
De huisarts verwijst je soms door naar een paramedicus of specialist
Paramedicus is geen arts maar werkt wel aan je gezondheid Bijv. een logopedist, fysiotherapeut.

Specialist werkt vaak in het zieken huis. Kan je alleen terecht met een verwijsbrief.  Bijv. een KNO-arts of cardioloog

Alternatieve genezers, genezen op een andere manier. ze zijn niet naar de universiteit geweest. Ze werken vooral met kruiden of naalden. 

Slide 6 - Slide



Kleine wondjes
  • Zelf behandelen
  • Spoelen met water
  • Dep de wond droog 
  • Ontsmetten
  • Bedekken met een pleister


Brandwond behandelen
1. onder lauw, stromend water
- Kleine brandwond 10 min
- Grote brandwond 30 min plus
2. Bel een dokter
Wondverzorging

Slide 7 - Slide

Verzekeringen 
Een zorgverzekeraar betaalt de kosten voor professionele zorg. In ruil daarvoor betaald iedereen boven de 18 jaar een vast maandbedrag. Dit bedrag heet premie.

Het basispakket is verplicht, hieruit wordt de belangrijkste medische zorg vergoed. Voor de overige zorg zijn er aanvullende verzekeringen. Bijv. voor een bril of voor een beugel. 
Naast de premie betaal je ook een eigen bijdrage.

Slide 8 - Slide

Lesdoelen
Aan het einde van de les kan je benoemen:
  • wat een bijsluiter is en wat bijwerkingen kunnen zijn van een  geneesmiddel
  • wat een recept is en wie dit afgeeft of maakt
  • wat een apotheker of apothekersassistente doet
  • wat stress kan veroorzaken ( overspannen> burn- out)
  • wat beroepsziekten zijn
  • wat de ARBO wet betekent en doet

Slide 9 - Slide

Waar denk je aan bij het woord
Geneesmiddelen

Slide 10 - Slide

Geneesmiddel zonder recept
drogisterij   -   apotheek   -   supermarkt

 

Slide 11 - Slide

Recept geneesmiddel
Alleen bij de apotheek
Gebruik
Dosering
Bijwerkingen
Bewaren

Slide 12 - Slide

Bijsluiter = 
belangrijke informatie over het geneesmiddel

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Video

Wat is stress?
Stress is een ander woord voor spanning of druk. Stress is niet per definitie slecht. Je hebt een bepaalde mate van stress nodig om goed te kunnen functioneren.

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Video

Arbeidsomstandighedenwet
(Arbo-wet) = regels voor veiligheid en gezondheid op het werk

bv: helm, bril, schoenen, enz.
De arbeidsinspectie controleert.

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Slide

beroepsziekten
ziekten die ontstaan door te veel werken of onveilig werken

Kunnen jullie voorbeelden hiervan noemen?

Slide 20 - Slide

Slide 21 - Slide

Lesdoelen bereikt?
Kan je benoemen:
  • wat een bijsluiter is en wat bijwerkingen kunnen zijn van een  geneesmiddel
  • wat een recept is en wie dit afgeeft of maakt
  • wat een apotheker of apothekersassistente doet
  • wat stress kan veroorzaken ( overspannen> burn- out)
  • wat beroepsziekten zijn
  • wat de ARBO wet betekent en doet

Slide 22 - Slide

Proefwerk Donderdag
Wat moet je weten/kennen?





Slide 23 - Slide

Gezondheid en welzijn
Je moet kunnen benoemen/kennen: 
  • Wat lichamelijk, geestelijk en sociaal welzijn betekenen.
  • Wat gezondheid is.
  • Wat infectieziekten zijn.
  • Wat immuniteit betekent (natuurlijk en via inenting).
  • Wat weerstand is.

Slide 24 - Slide

Genotsmiddelen: Roken, alcohol en drugs
Je moet kunnen benoemen/kennen: 
  • Wat nicotine doet in je lichaam
  • Wat een verslaving is (geestelijke afhankelijkheid, gewenning)
  • Gevolgen van roken (bijvoorbeeld voor longen)
  • Gevolgen van alcoholgebruik, vooral op jonge leeftijd
  • Wat een black-out is
  • Verschil tussen verdovende, stimulerende en bewustzijn veranderende middelen.
  • Welke drugs van de hennepplant komen
  • Dat de overheid invloed heeft op alcohol, roken en drugs
  • Wat sociale druk is

Slide 25 - Slide

Zorg en hulp
Je moet kunnen benoemen/kennen: 
  • Verschil tussen zelfzorg, mantelzorg en professionele zorg
  • Wat een huisarts en apotheker doen
  • Bij welke organisaties je hulp kunt krijgen
  • Wat premie en eigen bijdrage betekenen bij een zorgverzekering

Slide 26 - Slide

Ziekten afweer en wondverzorging
Je moet kunnen benoemen/kennen: 
  • De juiste stappen bij het verzorgen van een  wond
  • Waarom je een wond moet schoonmaken en ontsmetten
  • Wat witte bloedcellen doen
  • Hoe je lichaam zich verdedigt tegen ziekteverwekkers
  • Wat een dokter onderzoekt om een diagnose te stellen.





Slide 27 - Slide

Medicijnen
Je moet kunnen benoemen/kennen: 
  • Wat dosering betekent
  • Wat een bijwerking is
  • Waar je medicijnen kunt ophalen
  • Wat informatie op een medicijnetiket betekent





Slide 28 - Slide