vwo1

Cours de français
le 30 mars 2022
1 / 70
next
Slide 1: Slide
idurubaba@mencia.nlMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

This lesson contains 70 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Cours de français
le 30 mars 2022

Slide 1 - Slide

Leerdoelen
1. Ik kan een kamer beschrijving na tekenen.  (ex. 22a)
2. Ik kan beschrijvingen van woorden in een plattegrond plaatsen.  (ex. 24)
3. Ik weet dat na de werkwoorden aimer, détester, adorer en préférer een lidwoord komt.  (25)
4. Ik kan de juiste woorden met de juiste zin combineren. (ex. 26

Slide 2 - Slide

programme 

1. cg
2. appr. 6 (doornemen)
3. ex. 22a, 24, 25, 26
4. révision

Slide 3 - Slide

1. cg
les devoirs: 19/21
leren appr. 6
qui n'est pas là?
des questions?
PLANNING: TOETSEN

Slide 4 - Slide

2. appr. 6
welke woorden kende je al?

Slide 5 - Slide

3. exercices
Wat: ex. 1, 2, 3, 4, 5, 6 - U5
Hoe? 1e 10 min in Stilte daarna kom ik langs voor hulp. 
klaar?  leer de woorden van appr. 2
Resultaat: we gaan de opdracht klassikaal nabespreken

timer
20:00

Slide 6 - Slide

4. révision
Zijn er vragen? Is het gelukt met het maken van de opdrachten?
Waar heb jij nog moeite mee?

Slide 7 - Slide

Cours de français 
Le 3 février 2022

Slide 8 - Slide

Leerdoelen
1. Ik kan werkwoorden op -er toepassen. 
2. ik weet wat aimer, détester, adorer, préférer is en kan dit ook toepassen. 




Slide 9 - Slide

programme 

1. cg
2. toetsvoorbereiding
3. D-toets
4. révision

Slide 10 - Slide

1. cg
les devoirs: pas de devoirs
qui n'est pas là?
des questions?

Slide 11 - Slide

2. toets
hoe zien de opdrachten eruit?

Slide 12 - Slide

Elle aime         ..............    (muziek)

Tu adores     ..............  (lessen)

8G + 16G!!!

Slide 13 - Slide

3. exercices
Wat: 1, 2, 4 p. 118
Hoe? 1e 10 min in Stilte daarna kom ik langs voor hulp. 
klaar?  leer de woorden van appr. 1 
Resultaat: we gaan de opdracht klassikaal nabespreken

timer
15:00

Slide 14 - Slide

Cours de français
Le 26 janvier 2022

Slide 15 - Slide

Leerdoelen
1. Ik weet hoe je het werkwoord préférer op schrijft.  (appr. 5)
2. Ik kan woorden in een woordenzoeker vinden. (ex. 26)
3. Ik kan de vertalingen van zinnen opzoeken in de tekst. (ex. 27)
4. Ik kan foutieve zinnen corrigeren en toepassen op wat er in de tekst staat. (ex. 28)

Slide 16 - Slide

programme 

1. cg
2. grammaire 
3. ex. 24, 25, 26
4. révision

Slide 17 - Slide

1. cg
les devoirs: 
pas de devoirs
qui n'est pas là?
des questions?

Slide 18 - Slide

2. grammaire 
appr. 5
aimer
détester
adorer
préférer

Slide 19 - Slide

Préférer

je préfèr
tu préfèr
il/elle/on préfèr
nous préfér
vous préfér
ils/elles préfèr

Slide 20 - Slide

3. exercices
Wat: ex. 2, 3, 4 leçon 1

Resultaat: we gaan de opdrachten klassikaal nabespreken daar waar problemen of onduidelijkheden zijn. 

timer
20:00

Slide 21 - Slide

Cours de français
Le 24 janvier 2022

Slide 22 - Slide

Leerdoelen

1. Ik kan de vertalingen van zinnen opzoeken in de tekst. (ex. 27)
2. Ik kan foutieve zinnen corrigeren en toepassen op wat er in de tekst staat.  (ex. 28)

Slide 23 - Slide

programme 

1. cg
2. appr. 4 doornemen
3. ex. 27, 28, 29
4. révision

Slide 24 - Slide

1. cg
les devoirs: maken ex. 8
qui n'est pas là?
des questions?

Slide 25 - Slide

2. appr. 4
-ik kan ezelsbruggetjes bedenken bij Franse woorden. 
- ik kan de Franse woorden op een juiste manier uitspreken. 

Slide 26 - Slide

timer
3:00
Ezelsbruggetje

Slide 27 - Mind map

3. exercices
Wat: ex. 9, 10, 11, 12p. 126
Hoe? 1e 10 min zelfstandig daarna kom ik langs voor hulp. 
klaar? leer appr. 4
Resultaat: we gaan de opdrachten klassikaal nabespreken

timer
15:00

Slide 28 - Slide

Tu détestes ...... (geschiedenis)

théo aime ......   (sport)

Vous aimez .... (meubels)

On adore ...   (winkeltjes) 

Slide 29 - Slide

Cours de français
le 8 novembre 2021


les 3

Slide 30 - Slide

Leerdoelen
1. Ik kan het werkwoord Avoir toepassen, herkennen (luisterfragment) en goed uitspreken. (ex. 8)
2. Ik kan van losse woorden een kloppende zin maken. (ex. 8B)
3. ik kan vijf zinnen maken met het werkwoord avoir.  (ex. 8D)
4. Ik kan in het Frans familieleden benoemen en dit opmaken uit een videofragment. (ex. 9)


Slide 31 - Slide

programme 

1. cg
2. grammaire
3. ex. 8, 9
4. révision

Slide 32 - Slide

1. cg
les devoirs: leren appr 1/2
qui n'est pas là?
des questions?

Slide 33 - Slide

2. grammaire 
appr.
herhaling: 'être' - zijn
nieuw: 'avoir' - hebben
timer
5:00

Slide 34 - Slide

être 

je ...
tu ...
il/elle ...
on ...
nous ...
vous ...
ils/elles ...
avoir


Slide 35 - Slide

3. exercices
Wat: ex. 8, 9p. 57 -59
Hoe? 1e 10 min zelfstandig daarna kom ik langs voor hulp. 
klaar? maak de extra opdracht op  - p. 82
Resultaat: vergelijk je antwoorden met je klasgenoot. vragen/onduidelijkheden?

timer
20:00

Slide 36 - Slide

4. Révision
1. Ik kan het werkwoord Avoir toepassen, herkennen (luisterfragment) en goed uitspreken. (ex. 8)
2. Ik kan van losse woorden een kloppende zin maken. (ex. 8B)
3. ik kan vijf zinnen maken met het werkwoord avoir.  (ex. 8D)
4. Ik kan in het Frans familieleden benoemen en dit opmaken uit een videofragment. (ex. 9)


Slide 37 - Slide

Cours de français
le 9 novembre 2021


les 4

Slide 38 - Slide

Cours de français
Le 17 janvier 2022

Slide 39 - Slide

Leerdoelen
1. Ik kan algemene en specifieke informatie uit een luisterfragment halen. (ex. 13/14)
4. Ik kan in het Frans vertellen dat ik iets leuk of niet leuk vind. (ex. 16)



Slide 40 - Slide

programme 

1. cg
2. grammaire 
3. ex. 13, 14, 16
4. révision

Slide 41 - Slide

1. cg
les devoirs: leren appr. 4
ex. 10, 11, 12
qui n'est pas là?
des questions?

Slide 42 - Slide

2. grammaire 
appr. 5
aimer
détester
adorer
préférer

Slide 43 - Slide

aimer
j'aim
tu aim
il/elle/on aim
nous aim
vous aim
ils/elles aim

Slide 44 - Slide

3. exercices
Wat: ex. 19, 20 p. 99
Hoe? 1e 10 min in Stilte daarna kom ik langs voor hulp. 
klaar? 21, 22
Resultaat: we gaan de opdrachten klassikaal nabespreken daar waar problemen of onduidelijkheden zijn. 

timer
20:00

Slide 45 - Slide

Cours de français
Le 20 janvier 2022

Slide 46 - Slide

Leerdoelen

1. Ik kan plaatjes met de juiste vakken combineren. (ex. 24)
2. Ik weet hoe je het bezittelijk voornaamwoord moet toepassen.   (ex. 25)
3. Ik kan woorden in de tekst op zoeken, dus een rooster aflezen. (ex. 26)

Slide 47 - Slide

programme 

1. cg
2. appr. 8 (doornemen)
3. ex. 24, 25, 26
4. révision

Slide 48 - Slide

1. cg
les devoirs: doornemen appr. 6
maken: ex. 20, 21
qui n'est pas là?
des questions?

Slide 49 - Slide

2. appr. 8
welke woorden lijken op het Nederlands?

Slide 50 - Slide

3. exercices
Wat: ex. 24, 25, 26p. 102
Hoe? 1e 10 min in stilte daarna kom ik langs voor hulp. 
klaar? maak ex. 27 - p. 104
Resultaat: vergelijk je antwoorden met je klasgenoot. vragen/onduidelijkheden?

timer
20:00

Slide 51 - Slide

Cours de français
le 18 novembre 2021


les 5

Slide 52 - Slide

Leerdoelen
1. Ik kan de verschillende bezittelijke voornaamwoorden herkennen, toepassen in het Frans.  (appr. 5)
2. Ik kan losse woorden in volgorde zetten. (ex. 21)
3. Ik kan plaatjes met de juiste omschrijvingen koppelen. (ex. 24)
4. Ik kan de lidwoorden toepassen (herhaling. (ex. 25)
5. Ik kan woorden in de juiste zin plaatsen. (ex. 26)



Slide 53 - Slide

programme 

1. cg
2. grammaire
3. ex. 21, 22, 23, 24, 25
4. révision

Slide 54 - Slide

1. cg
qui n'est pas là?
des questions?

Slide 55 - Slide

2. Grammaire 
herhaling
vragen?

Slide 56 - Slide

C'est à toi, Lisa? Oui, c'est ...numéro (m)(haar)
A
son
B
sa
C
ses

Slide 57 - Quiz

Ce sont ..... bonbons? (jouw)
A
ton
B
ta
C
tes

Slide 58 - Quiz

... amie (v) s'appelle comment? (jouw)
A
ton
B
ta
C
tes

Slide 59 - Quiz

ce sont ... équipes (mijn) (f)
A
mon
B
ma
C
mes

Slide 60 - Quiz

3. exercices
Wat: ex. 27, 28, 29p. 73-
Hoe? 1e 10 min zelfstandig daarna kom ik langs voor hulp. 
klaar? maak D-toets  - p. 79
Resultaat: Nabespreken van de opdrachten. 

timer
20:00

Slide 61 - Slide

4. révision.
1. Ik kan de verschillende bezittelijke voornaamwoorden herkennen, toepassen in het Frans.  (appr. 5)
2. Ik kan losse woorden in volgorde zetten. (ex. 21)
3. Ik kan plaatjes met de juiste omschrijvingen koppelen. (ex. 24)
4. Ik kan de lidwoorden toepassen. (ex. 25)
5. Ik kan woorden in de juiste zin plaatsen. (ex. 26)



Slide 62 - Slide

....... 13 ans. (ik heb)

Slide 63 - Open question

....... un chien. (wij hebben)

Slide 64 - Open question

....... un frère? (heb jij)

Slide 65 - Open question

les garçons, ....... des cartes Pokemon. (zij hebben)

Slide 66 - Open question

La fille s'appelle Lisa. Oui, c'est .... (zijn dochter)

Slide 67 - Open question

Tu as l'invitation? oui, .... (jouw uitnodiging) est là.

Slide 68 - Open question

On va chez toi? C'est la maison verte?
..... (mijn huis)

Slide 69 - Open question

Les amis sont où? (jouw vrienden) sont là.

Slide 70 - Open question