Nederlands p3 jl1 Lezen en luisteren

1 / 40
next
Slide 1: Slide
NederlandsMBOStudiejaar 1

This lesson contains 40 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Lezen
Onderdelen
- tekstsoorten
-tekstsoorten
-lees- en luisterstrategieën
- tekstindeling
-hoofdonderwerp/deelonderwerp

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Tekstdoelen

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Welke tekstdoelen zijn er?

Slide 5 - Mind map

This item has no instructions

Tekstdoelen
Elke tekst heeft een doel. Er zijn verschillende tekstdoelen.
  • informeren
  • mening geven
  • overtuigen
  • activeren/overhalen 
  • amuseren
  • instrueren

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Slide 7 - Video

This item has no instructions

Tekstsoorten

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Tekstsoorten
tekstdoel
Uitleg
Tekstsoort
Informeren
De schrijver wil de lezer informatie geven. Dit zijn vooral feiten
Nieuwsbericht, artikel, informatiefolder
Instrueren
De schrijver legt uit hoe je iets moet doen. Vaak door stapjes
Recept, handleiding
Overtuigen
De schrijver wil de lezer overtuigen van zijn mening door bijv. argumenten
Klachtenbrief
Activeren
De schrijver wil dat de lezer iets gaat doen
Advertentie 
Amuseren
De schrijver wil de lezer vermaken
Gedicht, verhaal, boek

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Sleep de tekstsoorten naar het juiste tekstdoel
Informeren
Activeren
Overtuigen
Amuseren

Slide 10 - Drag question

This item has no instructions

Welke tekstsoort hoort bij welk doel?
Instructieve tekst
Betogende tekst
Informeren
Overtuigen 

Instrueren 
Informatieve tekst

Slide 11 - Drag question

verhalende tekst - amuseren
informerende tekst - informeren
betogende tekst - overtuigen
instructieve tekst - instrueren

Lees- en luisterstrategieën

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Lees- en luisterstrategieën
Je kunt op verschillende manieren  een tekst lezen of naar een spreker luisteren. Je lees- of luisterstrategie hangt af van het doel waarmee je leest of luistert:

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Lees- of luisterdoel

De tekstsoort en het doel van de tekst  achterhalen 

Achterhalen wat de hoofdzaken van het verhaal zijn 

De tekst goed begrijpen

Bepaalde informatie opzoeken

Lees- of luisterstrategie 

Verkennend lezen


Globaal lezen of luisteren 


   Intensief lezen of luisteren

Gericht  lezen of luisteren




Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Welke leesstrategie pas je toe?
De bonusfolder van de Albert Heijn
A
verkennend
B
intensief
C
globaal
D
gericht

Slide 15 - Quiz

This item has no instructions

Welke leesstrategie pas je toe?
E-mail van je docent met daarin een opdracht voor jou
A
Globaal
B
Intensief
C
Gericht
D
Verkennend

Slide 16 - Quiz

This item has no instructions

Wat doe je met globaal lezen?
A
De hele tekst lezen
B
Je leest alleen de titel
C
Je 'scant' belangrijke woorden en zinnen
D
Je bekijkt alleen de plaatjes

Slide 17 - Quiz

This item has no instructions

Tekstindeling

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Opmaak in teksten

Een tekst staat op een bepaalde manier op papier of online. 
Het heeft een bepaalde opmaak (lay-out)
De titel, de tussenkopjes, de lettergrootte, het gebruik van kolommen en tekstkleur bepalen de opmaak.

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Beeld in teksten

Bij de opmaak horen ook afbeeldingen (tekeningen, schema's, (land)kaarten, tabellen, grafieken en diagrammen.


Een beeld kan verschillende functies hebben:

- afbeelding bedoeld om de aandacht van de lezer te trekken
- afbeelding bedoeld om nieuwe informatie aan de tekst toe te voegen
- afbeelding nodig om de tekst duidelijker te maken

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Bekijk en lees de tekst.

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Wat zijn belangrijkste doelen van deze advertentie?
A
Overhalen van consument om bio-kip te kopen, supermarkt bewegen om verkoop van bio-kip te starten.
B
Bewust maken van consument om geen plofkip te kopen, supermarkt bewegen om verkoop van bio-kip te stoppen.
C
Overhalen van consument om bio-kip te kopen, supermarkt bewegen om verkoop van plofkip te stoppen.
D
Bewust maken van consument om geen plofkip te kopen, supermarkt bewegen om verkoop van plofkip te stoppen.

Slide 22 - Quiz

This item has no instructions

Voor wie is deze advertentie vooral bedoeld?
A
voor mensen die kip eten
B
voor mensen die kip kopen in de supermarkt
C
voor mensen die vegetariër zijn
D
voor mensen die vlees eten

Slide 23 - Quiz

This item has no instructions

Welke functie heeft de afbeelding in deze tekst?
A
de aandacht trekken
B
nieuwe informatie toevoegen
C
tekst duidelijker maken

Slide 24 - Quiz

This item has no instructions

Tekstindeling
Een tekst is volgens een vast stramien opgebouwd, namelijk:

- Inleiding
- Kern
- Slot


Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Inleiding - middenstuk - slot
Inleiding = lezer kennis laten maken met het onderwerp. Belangstelling wekken, nieuwsgierig maken. (meestal één, soms meer alinea's) 
Middenstuk = bespreekt het onderwerp uitgebreid en vaak van verschillende kanten (meerdere alinea's)
Slot = afronden van de tekst. Samenvatting of conclusie

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

middenstuk
  • Dieper ingaan op onderwerp uit inleiding.
  • Bestaat uit deelonderwerpen.
  • Iedere alinea één onderwerp.

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

Slot
Belangrijkste uit de tekst herhaald

Krantenberichten hebben vaak geen slot

Slide 28 - Slide

This item has no instructions

Inleiding
Kern
Slot

Slide 29 - Drag question

This item has no instructions

Welk stukje tekst past het best bij de inleiding?
inleiding
Iedereen voelt zich weleens onzeker. Omdat je denkt dat je er niet goed uiziet of dat je er niet bij hoort. Zorg dat je zekerder van jezelf wordt!
We zullen uitleggen hoe dat precies zit. Avondmensen beginnen pas laat op gang te komen. Ze snappen niet dat anderen aan het eind van de dag moe zijn.
Zorg dus dat je altijd de waarheid vertelt. Pas als je mentor weet wat er echt is gebeurd, kan hij je helpen het probleem op te lossen.

Slide 30 - Drag question

This item has no instructions

Welk stukje tekst past het best bij het middenstuk?
middenstuk
Iedereen voelt zich weleens onzeker. Omdat je denkt dat je er niet goed uiziet of dat je er niet bij hoort. Zorg dat je zekerder van jezelf wordt!
We zullen uitleggen hoe dat precies zit. Avondmensen beginnen pas laat op gang te komen. Ze snappen niet dat anderen aan het eind van de dag moe zijn.
Zorg dus dat je altijd de waarheid vertelt. Pas als je mentor weet wat er echt is gebeurd, kan hij je helpen het probleem op te lossen.

Slide 31 - Drag question

This item has no instructions

Welk stukje tekst past het best bij het slot?
slot
Iedereen voelt zich weleens onzeker. Omdat je denkt dat je er niet goed uiziet of dat je er niet bij hoort. Zorg dat je zekerder van jezelf wordt!
We zullen uitleggen hoe dat precies zit. Avondmensen beginnen pas laat op gang te komen. Ze snappen niet dat anderen aan het eind van de dag moe zijn.
Zorg dus dat je altijd de waarheid vertelt. Pas als je mentor weet wat er echt is gebeurd, kan hij je helpen het probleem op te lossen.

Slide 32 - Drag question

This item has no instructions

Hoofdonderwerp-deelonderwerp-hoofdgedachte

Slide 33 - Slide

This item has no instructions

Deelonderwerpen herkennen

Teksten bestaan normaal gesproken uit verschillende alinea’s over een centraal onderwerp.
Deelonderwerpen zijn de verschillende kanten, ofwel aspecten, van een onderwerp die in een tekst aan bod komen.
Je kunt o.a. naar de tussenkopjes kijken om de deelonderwerpen te vinden.
Deelonderwerpen zijn vaak argumenten, oorzaken, voorbeelden of oplossingen.

Slide 34 - Slide

This item has no instructions

Slide 35 - Slide

This item has no instructions

Slide 36 - Video

This item has no instructions

In een goed opgebouwde en gestructureerde tekst staan de alinea’s en zinnen in verband met elkaar.

Slide 37 - Slide

This item has no instructions

Slide 38 - Slide

This item has no instructions

Slide 39 - Slide

This item has no instructions

Slide 40 - Slide

This item has no instructions