C 7 Spelling § 1 Herhaling leerjaar 1 th (online) en § 2 Leestekens: komma

Planning
Welkom ( 5 minuten) 
C 7 Spelling § 2 Leestekens: komma (50 minuten)
C 7 Spelling § 2 Leestekens: komma en § 3 Leestekens: dubbele punt en aanhalingstekens (20 minuten)
Evaluatie les (5 minuten)
1 / 19
next
Slide 1: Slide
NederlandsVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 2

This lesson contains 19 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 80 min
Report this lesson

Items in this lesson

Planning
Welkom ( 5 minuten) 
C 7 Spelling § 2 Leestekens: komma (50 minuten)
C 7 Spelling § 2 Leestekens: komma en § 3 Leestekens: dubbele punt en aanhalingstekens (20 minuten)
Evaluatie les (5 minuten)

Slide 1 - Slide

Wat leren we vandaag?
Lesdoel
Ik kan/weet:
  • de komma's, vraagtekens, uitroepteken en punt op de juiste manier gebruiken. 
  • hoofdletters op de juiste manier gebruiken.

Slide 2 - Slide

Wanneer gebruik ik een komma?
  1. In een zin met twee persoonsvormen naast elkaar.
- Terwijl Shirin de hond uitlaat, luistert zij naar een muziekje.

2. Tussen de delen van een opsomming (behalve voor het woord en). 
- Benzion heeft een zeiltocht gemaakt langs Vlieland, Terschelling, Ameland en Schiermonnikoog. 

Slide 3 - Slide

Wanneer gebruik ik een komma?
3. Voor voegwoorden, zoals: omdat, maar, terwijl, zodat, nadat, toen, want, voordat. (Let op: bij het voegwoord en gebruik je geen komma!)
- Dina kijkt vaak Duitse series, omdat zij Duits wil leren. 
- De zanger kwam het podium op en begon meteen zijn nieuwste nummer te zingen. 

Slide 4 - Slide

Uitleg leestekens
Gebruik PUNT . 
Een gewone zin eindigt met een . Iman loopt op straat.

Gebruik UITROEPTEKEN !
Na een uitroep. Wat een goed idee! Hou daar eens mee op!

Gebruik VRAAGTEKEN ?
Aan het einde van een vraagzin. Ben jij verliefd?

Slide 5 - Slide

Wanneer gebruik je een hoofdletter in een zin?

Slide 6 - Mind map

Slide 7 - Video

Maak drie zinnen. Eentje met een punt, eentje met een vraagteken en eentje met een uitroepteken.

Slide 8 - Open question

maya is op vakantie in parijs.
A
Maya
B
vakantie
C
Maya, Parijs
D
Parijs

Slide 9 - Quiz

op maandag zei ik: joepie.
A
Op, Joepie
B
Op, Maandag
C
Maandag
D
Op

Slide 10 - Quiz

de rivier de nijl is mooi en ligt in egypte.
A
De Rivier
B
De, De Nijl
C
De, Nijl
D
De, Nijl, Egypte

Slide 11 - Quiz

Waar hoort de komma?
Voor Nederlands heb ik een boek schrift en pen nodig.

Slide 12 - Open question

Waar hoort de komma?
Ik vind dit onderwerp makkelijk daardoor is de les leuk.

Slide 13 - Open question

Waarom staat er een komma?
Ik kocht aardbeien, cake en slagroom.
A
uitleg
B
voorbeelden
C
opsomming
D
tegenstelling

Slide 14 - Quiz

Aan de slag!
Wat? C7 Spelling § 2 Leestekens: komma blz. 230/231 maak opd. 1, 2 en 3
Hoe? Individueel => Klassikaal nakijken
Waar? In je boek
Tijd? 15 minuten
Hulp? Overleg (fluisterend) eerst met je maatje. Kom je er samen niet uit, steek dan je vinger op!
Klaar? Kijk goed na of je alles hebt nagekeken en verbeterd!! 
timer
15:00

Slide 15 - Slide

Aan de slag!
Wat?  C7 Spelling § 2 Leestekens: komma blz. 231 maak opd. 4  
Hoe? Individueel
Waar? In je schrift
Tijd? 15 minuten
Hulp? Overleg (fluisterend) eerst met je maatje. Kom je er samen niet uit, steek dan je vinger op!
Klaar? Kijk goed na of je alles hebt nagekeken en verbeterd!! 
timer
15:00

Slide 16 - Slide

Aan de slag!
Wat? Maak van  C 7 Spelling § 2 Leestekens: komma blz. 230 en  §3 Leestekens: dubbele punt en aanhalingstekens blz. 232 een samenvatting van de groene tekst 
Hoe? Individueel
Waar? Op papier / In je schrift 
Tijd? 20 minuten
Hulp? Overleg (fluisterend) eerst met je maatje. Kom je er samen niet uit, steek dan je vinger op!
Klaar? Kijk goed na of je alles hebt nagekeken en verbeterd!! 
timer
20:00

Slide 17 - Slide

LEERDOELEN:
JE KENT
  • de komma's, vraagtekens, uitroepteken en punt op de juiste manier gebruiken. 
  • hoofdletters op de juiste manier gebruiken.

Slide 18 - Slide

Evaluatie les 
  1. Wat heb je deze les geleerd?
  2. Wat ging deze les goed?

Slide 19 - Slide