bijwoord

Grammatica


Bijwoorden
Welkom!
timer
10:00
Lezen uit je leesboek!
Leg op tafel:
- Leesboek
- Chromebook
- Nieuw Nederlands
- Schrift
1 / 9
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

This lesson contains 9 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 40 min

Items in this lesson

Grammatica


Bijwoorden
Welkom!
timer
10:00
Lezen uit je leesboek!
Leg op tafel:
- Leesboek
- Chromebook
- Nieuw Nederlands
- Schrift

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Lesdoelen
Aan het eind van deze les...

  • weet je wat bijwoorden zijn.



  • kun je uitleggen en herkennen welke verschillende bijwoorden je in een zin kunt vinden.

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

§12: Bijwoord (BW)
Een bijwoord zegt meestal iets over een ander woord:

  • Werkwoord: Luna hockeyt goed.

  • Bijvoeglijk naamwoord: Luna heeft een heel mooie hockeystick.

  • Ander bijwoord: Luna kan ook bijzonder snel rennen.


    Een BW zegt nooit iets over een ZN (dan is het een BN)

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Bijwoord (BW)
Een bijwoord kan van alles aangeven:
  • Tijd (gauw, daarna, nu, gisteren, tegenwoordig, morgen)
    's Avonds drink ik gauw een kop koffie voor voetbal.
  • Plaats (hier, daar, er, nergens, overal): Hier ligt ergens een kistje.
  • Zekerheid (vast, absoluut): Hij is absoluut te laat.
  • Ontkenning (niet, nooit): Misschien is hij niet ontslagen.

Veel vraagwoorden zijn een bijwoord (hoe, waar, wanneer).
Waarom zijn bananen krom?
Hoe laat is het?


Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Alle woordsoorten gemixt (HA1)
Neem de zinnen helemaal over en benoem ieder woordje.
Kies uit: zn, zn-e, blw, olw, bn, st.bn, hww, zww, pers.vnw, bez.vnw, vz, bw

1. De waarzegger kijkt in de glazen bol.

2. Hij kan goed tennissen. 

3. Het is een bijzonder grappig filmpje.

Slide 5 - Slide

De = blw
waarzegger = zn
kijkt = zww
in = vz
de = blz
glazen = st.bn
bol = zn

Hij = pers.vnw
kan = hww
goed = bw
tennissen = zww
speelt = zww
mooi = bw
piano = zn

Uitwerken
1. De waarzegger kijkt in de glazen bol.


2. Hij kan goed tennissen. 


3. Het is een bijzonder grappig filmpje.

Slide 6 - Slide

De = blw
waarzegger = czn
kijkt = zww
in = vz
de = blz
glazen = st.bn
bol = czn

Hij = pers.vnw
kan = hww
goed = bw
tennissen = zww

Het = pers.vnw
Is = kww
een = olw
bijzonder = bw
grappig = bn
filmpje = zn

Aan de slag! (HA1)
§12 bijwoord (blz. 226)
Maak opdracht 1, 3, 5 & 6 in je schrift.

Klaar?
- Nakijken
- De Brug Meestromen
- Online oefentoetsen
- Werkblad op Classroom

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Aan de slag! (A1)
§12 bijwoord (blz. 226)
Maak opdracht 1, 2, 3 & 5 in je schrift.

Klaar?
- Nakijken
- De Brug Meestromen
- Online oefentoetsen
- Werkblad op Classroom

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Alle woordsoorten gemixt (A1)
Neem de zinnen helemaal over en benoem ieder woordje.
Kies uit: czn, azn, zn-e, blw, olw, bn, st.bn, hww, zww, pers.vnw, bez.vnw, vz, bw

1. De waarzegger kijkt in de glazen bol.
2. Hij kan goed tennissen. 
3. Het is een bijzonder grappig filmpje.

Slide 9 - Slide

De = blw
waarzegger = czn
kijkt = zww
in = vz
de = blz
glazen = st.bn
bol = czn

Hij = pers.vnw
kan = hww
goed = bw
tennissen = zww
speelt = zww
mooi = bw
piano = zn