Persoonlijke zorg les 9 Mobiliteit

Mobiliteit
1 / 41
next
Slide 1: Slide
VerzorgingMBOStudiejaar 1

This lesson contains 41 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Mobiliteit

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Lesdoelen
Aan het einde van de les over mobiliteit, kan ik:
  • in eigen woorden uitleggen wat het belang is van ergonomisch verantwoord werken en welke maatregelen je kunt nemen om ergonomisch verantwoord te werk,
  • uitleggen wat de algemene regels en adviezen zijn bij transfers
  • uitleggen wat de aandachtspunten zijn bij de meest gebruikte technieken / hulpmiddelen om een zorgvrager in bed en in de rolstoel te verplaatsen en om een transfer in of uit bed te maken
  • maatregelen nemen om vallen te voorkomen

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Wat verstaan we onder mobiliteit?

Slide 3 - Open question

This item has no instructions

Mobiliteit. 
Mobiliteit gaat over het vermogen van de clienten patienten of bewoners om zich zelfstandig of met ondersteuning te verplaatsen.

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Wat is in het belangrijkste als jij iemand gaat ondersteunen in mobiliteit?

Slide 5 - Open question

This item has no instructions

Stop!!! 
Maak jij contact????
Bekijk het filmpje en bespreek jouw reacties in de groep.

Slide 6 - Slide

Wat zie je hier?
Mobiliteit
Veel zorgvragers hebben ondersteuning nodig bij het opstaan en                    verplaatsen;                                                                                                                                  

Welk type ondersteuning je biedt hangt af van de mobiliteitsklasse van de zorgvrager.                                                                                                                                    

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Het inschatten van de zorgbehoefte:
Welke vragen zou je kunnen stellen om te weten te komen hoeveel ondersteuning de zorgvrager nodig heeft bij mobiliteit?

Slide 8 - Open question

Hoeveel ondersteuning de zorgvrager nodig heeft bij de mobiliteit hangt o.a. af van:
  • Wat is het visueel vermogen van de zorgvrager?
  • Hoe is het met zijn kracht, energie, balans en coördinatievermogen?
  • Wat kan de zorgvrager nog zelf? (Zelfredzaamheid)
  • Welke klachten beïnvloeden zijn mobiliteit?
  • Welke houding is voor deze zorgvrager geschikt of voorgeschreven?
  • Welke wensen en gewoonten heeft hij?
  • Is de zorgvrager eerder gevallen; zijn er valrisico’s?
  • Zijn er geschikte hulpmiddelen aanwezig voor zijn mobiliteitsprobleem? (ouderen stimuleren tot beweging)
  • Welke voorlichting heeft de zorgvrager nodig over zijn mobiliteit en hulpmiddelen? (Voorlichting is heel belangrijk. Je blijft observeren; kan dit hulpmiddel nog wel. Inschatten of het nog doeltreffend is, heeft de zv voldoende capaciteiten dit te gebruiken, dan kom je weer bij methodisch werken (plan-do-act)

Mobiliteitsklassen
De mobiliteitsklassen zeggen iets over hoe mobiel de zorgvrager is en hoe belastend de zorg voor deze zorgvragers is voor de verpleegkundige

De zorgvragers zijn ingedeeld in vijf mobiliteitsklassen

Bij elke categorie staat aangegeven hoe en wat de mogelijkheden zijn met betrekking tot het tillen en verplaatsen van de zorgvragers

Slide 9 - Slide

Bij het kiezen van de juiste hulpmiddelen en transfertechniek is de mobiliteit van de zorgvrager belangrijk. In de mobiliteitsklassen worden op grond van hun mogelijkheden zorgvragers ingedeeld in vijf mobiliteitsklassen A tot en met E.
Indeling in mobiliteitsklassen
Vijf mobiliteitsklassen           A             B                   C               D               E 
1. Wat is de mate van mobiliteit en zelfstandigheid van de zorgvrager?
2. Wat is het risico van overbelasting voor de zorgvrager?
3. Kan de zorgvrager een lichamelijke bijdrage leveren?
4. Is het stimuleren van mobiliteit van de zorgvrager van belang?

Slide 10 - Slide

A De zorgvrager kan de handeling zelf uit voeren, met of zonder het gebruik van hulpmiddelen of aanpassingen.

B De zorgvrager kan de handeling niet zelfstandig uitvoeren. De hulp die nodig is, brengt geen fysieke overbelasting met zich mee. Het kan bestaan uit aanwijzingen, maar ook uit lichte hulp. Bij de transfers kunnen hulpmiddelen en aanpassingen worden gebruikt, bijvoorbeeld een papegaai.

C De zorgvrager kan de handeling niet zelfstandig uitvoeren. De hulp kan (zonder maatregelen) risico van fysieke overbelasting met zich meebrengen. Het is nodig om gebruik te maken van hulpmiddelen. De zorgvrager kan zelf een fysieke bijdrage leveren. De hulp die gegeven wordt, is bijvoorbeeld de transfer met een actieve tillift of stalift.

D De zorgvrager kan de handeling niet zelfstandig uitvoeren. De hulp brengt, zonder speciale maatregelen, risico van fysieke overbelasting met zich mee. Het is nodig gebruik te maken van hulpmiddelen die de taak (deels) overnemen. De zorgvrager kan een zeer beperkte of vrijwel geen fysieke bijdrage leveren. Toch blijft het belangrijk activiteit van de zorgvrager te stimuleren. De hulp die nu gegeven wordt, is bijvoorbeeld de transfer met een passieve tillift.

E De zorgvrager kan de handeling niet zelfstandig uitvoeren. De hulp brengt risico van fysieke overbelasting met zich mee. Het is nodig gebruik te maken van hulpmiddelen. De zorgvrager wordt niet gestimuleerd om mee te werken. Het kan gaan om zorgvragers die terminaal zijn of zo moe dat het belangrijk is hun energie te sparen om bijvoorbeeld bezoek te kunnen ontvangen of te lezen. Transfers vinden meestal plaats met behulp van een passieve tillift of een glijzeil.

Voor zorgvragers in de mobiliteitsklassen A t/m D is het stimuleren of onderhouden van mobiliteit belangrijk. Dit geldt niet voor categorie E.

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Mobiliteit 
Wanneer een zorgvrager uit bed mag, kun jullie als zorgverleners ondersteuning bieden bij het lopen, gaan zitten, verplaatsen in bed/stoel of stilstaan. 

Voor een zorgvrager in een rolstoel is het essentieel dat hij de juiste zithouding heeft en goed met de rolstoel kan manoeuvreren.

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Hulp bieden bij het staan.. 
In een ideale houding is de spierspanning en gewrichtsbelasting gelijkmatig verdeeld, met een optimale drukverdeling over beide benen. Bij zorgvragers met beperkte wervelkolomstrekking wordt het houdingsapparaat echter extra belast tijdens het staan. 

Jullie als hulpverleners kunnen cliënten adviseren over de juiste lichaamshouding en indien nodig een therapeut inschakelen voor houdingscorrectie, waarbij je als hulpverlener hun instructies toepast.

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Waar moet je op letten als je een cliënt begeleidt bij het lopen?

Slide 15 - Open question

This item has no instructions

Aandachtspunten in de begeleiding bij het lopen 
- Bij het lopen draagt de zorgvrager goed aansluitende schoenen met stroeve zolen, bij voorkeur van leer, die met klittenband of veters zijn vastgemaakt. 

- Zorg ervoor dat zijn kleding comfortabel zit en het lopen niet belemmert.

- Ondersteun de zorgvrager aan de niet-aangedane kant door zijn elleboog vast te houden.

- Waar loop je bij iemand die met een rollator/looprek loopt 

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Welke loop hulpmiddelen zijn er?

Slide 17 - Open question

This item has no instructions

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Rolstoel begeleiding 
Wanneer je zorg verleent aan iemand in een rolstoel, controleer je of de rolstoel schoon, veilig en in goede staat is. Ook kijk je of de banden zijn opgepompt.

Bovendien is het van belang dat je de zorgvrager ondersteunt in het veilig en zelfstandig leren gebruiken van de rolstoel.

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Waar let je op bij de cliënt zijn houding in bed?

Slide 20 - Open question

This item has no instructions

Lichaamshoudingen

Vraag je altijd af of een bepaalde houding overbelasting geeft en of de zorgvrager comfortabel is.

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Verplaatsing technieken, welke hulpmiddelen kan je gebruiken?

Slide 22 - Open question

This item has no instructions

Waar denk je aan bij het woord valpreventie?

Slide 23 - Mind map

This item has no instructions

Cijfers valincidenten

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Valangst, hoe werkt dat...?

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Slide 26 - Video

This item has no instructions

Wat staat er beschreven in de praktijkrichtlijnen over fysieke belasting?

Slide 27 - Open question

Er staat in beschreven:
  • wanneer fysieke belasting overgaat in fysieke overbelasting;
  • welk type (til)hulpmiddel er dan gebruikt moet worden;
  • welke hulpmiddelen je kunt gebruiken om te checken of je volgens deze richtlijnen werkt

Praktijkrichtlijnen
Zie hier enkele voorbeelden van praktijkrichtlijnen en praktijksituaties 

Slide 28 - Slide

This item has no instructions

Praktijkrichtlijnen fysieke belasting
Er staat in beschreven:

1. Wanneer fysieke belasting overgaat in fysieke overbelasting;                                                             
2. Welk type (til)hulpmiddel er dan gebruikt moet worden;                                                                        
3. Welke hulpmiddelen je kunt gebruiken om te checken of je volgens deze richtlijnen werkt.

Slide 29 - Slide

This item has no instructions

Praktijkrichtlijnen fysieke belasting
  1.  Niet meer tillen dan 23  kilo onder ideale omstandigheden;                                                                                   
  2.  Neem meer trekken/duwen dan 15 kilo per hand of  kilo per twee handen                                                 
  3.  Niet meer trekken dan 5 kilo wanneer kracht uit de vingers  moet komen                             

  4. Niet langer dan een minuut met gedraaide of meer dan  graden met gebogen en/of gedraaide romp                                                                                                                                                                                               

Slide 30 - Slide

This item has no instructions

Tillen is transfer
Bij de zorgverlening aan een zorgvrager met beperkte mobiliteit bestaat het risico dat je jezelf overbelast;

Als je moet 'tillen' moet je hulpmiddelen gebruiken. Je mag niet tillen. Denk niet alleen aan de belasting van grote spieren, maar vooral ook aan de belasting van je vingers en handen;




Slide 31 - Slide

This item has no instructions

Voorwaarden voor een transferprotocol
1. Aanwezigheid van voldoende hulpmiddelen;
2. Goede en haalbare afspraken;
3. Begeleiding door een ergotherapeut of ergocoach;
4. Afstemmen protocol op de specifieke situatie;
5. Simpele uitleg van het protocol, zodat het voor iedereen duidelijk is;
6. Opnemen van het protocol in het zorgdossier / zorgmap;
7. Zorgvrager betrekken en zo nodig bijsturen.

Slide 32 - Slide

This item has no instructions

Transferprotocol en hulpmiddelen bij het tillen
Het transferprotocol is een onderdeel van het zorgdossier en geeft  per zorgvrager precies aan hoe de transfers moeten verlopen. Het moet op de juiste manier door zorgverleners worden ingevuld en regelmatig worden besproken en geëvalueerd.

Slide 33 - Slide

This item has no instructions

Kritische beoordeling









Wat kan de verpleegkundige anders doen in dit filmpje?

Slide 34 - Slide

This item has no instructions

Wat is ergonomie?

Slide 35 - Mind map

Wetenschap die ernaar streeft gebruiksvoorwerpen en (werk)omstandigheden zo te ontwerpen dat mensen ze op een veilige, gemakkelijke en efficiënte manier kunnen gebruiken.
Ergonomie
Ergonomie is de wetenschap die de omgeving,producten of werkprocessen aanpast aan de mens zodat hij/zij comfortabel, veilig en efficient kan functioneren.

Dus de mens past zich niet aan maar de omgeving wordt aangepast

Slide 36 - Slide

This item has no instructions

Wat zie je hier als je het hebt over fysieke belasting?

Slide 37 - Slide

Welke vorm van belasting zie je hier?

Statische belasting 
 
De vijf W's
Werkplek: zorg voor een goede werkplekinrichting en een goede lichamelijke werkhouding.

Werktaken en werktijden: wissel computerwerk af met werk waarin je beweegt.
Werkwijze: probeer spieren zo min mogelijk statisch te belasten.
Werkdruk: op tijd pauzeren en piekdrukte zoveel mogelijk voorkomen kunnen helpen om overmatige spierspanning te voorkomen.       


Slide 38 - Slide

This item has no instructions

Waarom is de beste transfer met de handen op de rug staan ?

Slide 39 - Slide

Vraag aan student wat er hiermee bedoeld wordt
opdracht in groepjes 
We gaan een ziektebeeld uitwerken in mobiliteit.
Iedere groep krijgt een casus/ziektebeeld.
Je gaat hierbij antwoord geven op de volgende vragen:
1) Wat is het mobiliteitsprobleem bij deze zorgvrager?
2) Welk hulpmiddel of hulpmiddelen gebruik je hierbij mbt mobiliteit?Zorg dat je dit kan uitleggen.
3) benaderingswijze, hoe communiceer je met deze bewoner tijdens de transfer?
4) wat is belangrijk om te weten bij dit ziektebeeld in combinatie met transfer

Slide 40 - Slide

This item has no instructions

Casus a/b/c/d

Slide 41 - Slide

This item has no instructions