15 januari 2021 + uitlegfilmpje chapitre 3 grammaire C (avoir)

Klas 1
1 / 23
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

This lesson contains 23 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Klas 1

Slide 1 - Slide

Les devoirs
Huiswerk voor vandaag
Werkboek: chapitre 3: 8, 9, 10
Herhalen: chapitre 2: vocabulaire ABEFG - grammaire CH - bron F (les heures) - phrases-clés DI
Leren: chapitre 3: vocabulaire AB
Maken/leren voor de volgende les
In werkboek: ex. 9, 10, 12  (en ligne)
In LessonUp: Maak de paarse (basisstof) en gele (extra oefening)/blauwe (verdieping) opdracht uit LU 13/1
Herhalen: chapitre 2: vocabulaire ABEFG - grammaire CG - bron F - phrases-clés DI
Leren: chapitre 3: vocabulaire AB + bekijken uitlegfilmpje grammaire C
Programme d'aujourd'hui
Corriger ex. 8 & 9
Ex. 10

Slide 2 - Slide

Sleep de juiste "uitgangen" (waar het werkwoord op -er op eindigt) op de juiste onderwerpen (je, tu, il, etc)
Je
Tu
il / elle / on
nous
vous
ils / elles

ons

e

es

e

ez

ent

Slide 3 - Drag question

timer
3:00

Slide 4 - Slide

Corriger ex. 9
Doel: Ik kan het juiste Franse woord kiezen door te kijken naar o.a. de andere woorden in de zin


Slide 5 - Slide

r
rr
  • Als je (bijna) een onvoldoende staat voor Frans
  • Als je leesopdrachten moeilijk vindt

  • Ex. 9 bespreken







  • Begin zelf aan ex. 10, (11*), 12 (en ligne)
  • Ex.  9 gaan we zo nakijken

Klaar? Dan kun je de opdrachten met een blauw bolletje in LU (13/1 en 15/1) gaan maken 

Leerwerk:
chapitre 2: vocabulaire ABEFG - grammaire CH - bron F (les heures) - phrases-clés DI

Chapitre 3: vocabulaire AB

Slide 6 - Slide

Toelichting opdrachten LU
extra oefening
- Als je extra wilt oefenen
- Als je de opdrachten moeilijk vindt
basisstof
- Dit moet je kennen/kunnen
- = op het niveau v.h. boek
- Om jezelf te testen
verdieping
- Als de andere opdrachten je goed afgaan
- Als je meer uitdaging/ net iets anders wilt

Slide 7 - Slide

Toelichting opdrachten LU
1. Je maakt eerst de opdrachten met een 
2. Optie 1: Vind je het moeilijk? Dan: stof herhalen en daarna maken:
Optie 2: Geen fouten? Dan mag je daarna ook      proberen

Slide 8 - Slide

r
rr
  • Als je (bijna) een onvoldoende staat voor Frans
  • Als je leesopdrachten moeilijk vindt

  • Ex. 9 bespreken







  • Begin zelf aan ex. 10, (11*), 12 (en ligne)
  • Ex.  9 gaan we zo nakijken

Klaar? Dan kun je de opdrachten met een blauw bolletje in LU (13/1 en 15/1) gaan maken 

Leerwerk:
chapitre 2: vocabulaire ABEFG - grammaire CH - bron F (les heures) - phrases-clés DI

Chapitre 3: vocabulaire AB

timer
10:00

Slide 9 - Slide

timer
2:00

Slide 10 - Slide

Il est deux heures.
Il est trois heures.
Il est six heures et demie.
Il est neuf heures et quart.
Il est huit heures moins le quart.
Il est onze heures moins le quart.

Slide 11 - Drag question

Zet de tijden van vroeg naar laat:
(sleep blauw over rood)
Il est deux heures et quart
Il est deux heures moins le quart
Il est deux heures et demie
Il est deux heures 

Slide 12 - Drag question

Zet de tijden van vroeg naar laat:
(sleep blauw over rood)
deux heures et quart
deux heures moins le quart
deux heures et demie
deux heures 

Slide 13 - Drag question

Het is half 12
Het is 10 voor 9
Het is tien voor half 5
Het is 5 over half 10
Il est dix heures moins vingt-cinq
Il est onze heures et demie
Il est neuf heures moins dix
Il est quatre heures vingt

Slide 14 - Drag question

Zet de tijden van vroeg naar laat (begin bij 12 uur 's middags):
(sleep blauw over rood)
1
2
3
4
5
il est sept heures et quart
il est trois heures et demie
il est midi
il est trois heures et quart
il est minuit et quart

Slide 15 - Drag question

Slide 16 - Link

Wat vind je fijn aan de online lessen Frans/waar moeten we mee doorgaan?

Slide 17 - Mind map

Wat zou je graag anders zien aan de online lessen Frans?

Slide 18 - Mind map

Comment faire ex. 10?
  • Voor een datum gebruik je het lidwoord le
  • Het is 13 januari = C'est le 13 (treize) janvier.
  • !!! 1 = premier --> bv. le premier octobre (1 oktober)

  • Schrijf de getallen voluit
  • (bv. le onze novembre, en niet le 11 /11)

Slide 19 - Slide

Comment faire ex. 10?
Opdracht: Je schrijft een kort gesprekje uit met daarin:

  •             (Basisstof) = 2 vragen + 2 antwoorden uit opdracht 10
  •             (Verdieping) = minstens 2 vragen + 2 antwoorden, waarvan 1 met                                                                                                                                  een andere persoon & datum

  • Maak gebruik van het voorbeeld in ex. 10 & je vocabulaire

  • Lever daarna een foto of screenshot in van het gesprek in deze LessonUp (= huiswerk)

  • Volgende les kun je aan de beurt komen om het gekozen voorbeeld uit te voeren met een klasgenoot
  • Niet gemaakt = huiswerk niet gemaakt in SOM


timer
10:00

Slide 20 - Slide

Slide 21 - Video

avoir
=
 hebben
il/elle/on
nous
vous
ils/elles
tu
je/j'
as
avez
a
ai
ont
avons

Slide 22 - Drag question

Les devoirs
Huiswerk voor vandaag
Werkboek: chapitre 3: 8, 9, 10
Herhalen: chapitre 2: vocabulaire ABEFG - grammaire CH - bron F (les heures) - phrases-clés DI
Leren: chapitre 3: vocabulaire AB
Maken/leren voor de volgende les
In werkboek: ex. 9, 10, 12  (en ligne)
In LessonUp: Maak de paarse (basisstof) en gele (extra oefening)/blauwe (verdieping) opdracht uit LU 13/1
Herhalen: chapitre 2: vocabulaire ABEFG - grammaire CG - bron F - phrases-clés DI
Leren: chapitre 3: vocabulaire AB + bekijken uitlegfilmpje grammaire C
Programme d'aujourd'hui
Corriger ex. 8 & 9
Ex. 10

Slide 23 - Slide