Delier bij ouderen

Delier bij ouderen
VVT
Leerjaar 3
1 / 17
next
Slide 1: Slide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 3

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

Items in this lesson

Delier bij ouderen
VVT
Leerjaar 3

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Doelen van de les
Je kunt uitleggen wat een delier is
Je bent op de hoogte van de risicoverhogende factoren
Je kunt het verschil tussen dementie en delier uitleggen
Je kunt vertellen waar de verpleegkundige zorg bij een delier uit bestaat
Je hebt geoefend met het toepassen van de SBARR-methodiek

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Wat is een delier
Delier is een toestandsbeeld dat in korte tijd ontstaat waarbij de zorgvrager vaak verward en angstig is.

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Slide 4 - Link

This item has no instructions

Slide 5 - Video

This item has no instructions

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Wat is SBARR?
SBARR is een instrument dat in de gezondheidszorg gebruikt wordt om snel en compleet te communiceren. Met name in het ziekenhuis, maar ook in de ouderenzorg en bij bijvoorbeeld een medische overdracht wordt het ingezet.

Bij een situatie waarbij er sprake is van een zorgvrager met een delier is SBARR een handig communicatiemiddel. 

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

SBARR
Sit

Slide 10 - Slide

    Situation: Stel jezelf voor. Wat is je relatie tot de patiënt? Wat is de situatie waarover je belt?
    Bijvoorbeeld: “Hallo, u spreekt met …, verpleegkundige van de afdeling … Ik bel voor een patiënt van mij, mevrouw Jansen, en ik maak mij zorgen omdat zij in korte tijd toenemend benauwd is.”
   
Background: Hier vertel je over de diagnose die de patiënt heeft gekregen, maar ook over de gebruikte medicatie. Tevens vertel je over relevante allergieën of laboratoriumuitslagen. Vitale functies noem je hier op, evenals relevante voorgeschiedenis.
    Bijvoorbeeld: “Mevrouw Jansen is opgenomen met een longontsteking en daarvoor gisteren gestart met antibiotica. Zij voelt zich nu echter erg benauwd en heeft een saturatie van 92%. De overige controles zijn … en ik vind haar enkels en handen nogal oedemateus (vocht vasthouden).”
   
Assessment: Wat denk je zelf van de situatie en wat zou er aan de hand kunnen zijn? Hier kun je zelf al wat meedenken met de arts.
    Bijvoorbeeld: “Ik denk zelf dat het wellicht overvulling zou kunnen zijn, maar ik weet het niet zeker.”
   
Reccommendation: Wat wil je dat er gaat gebeuren? Vertrouw je het niet en wil je dat de arts langskomt? Zeg dat dan ook.
    Bijvoorbeeld: “Ik denk dat je binnen nu en 15 minuten langs moet komen om mevrouw zelf te beoordelen.”
   
Repeat: Herhaal het antwoord, zodat er geen misverstanden ontstaan over het beleid.
    Bijvoorbeeld: “Dus je komt binnen een 15 minuten en wil graag dat ik bij mevrouw alvast 1 liter zuurstof toedien en daarnaast alvast furosemide (plasmiddel/vochtafdrijvende medicatie) klaarmaak.”

Slide 11 - Link

This item has no instructions

Opdracht
Bekijk het volgende filmpje. 
1. Wat denk je dat er aan de hand is?
2. Wat ga je als eerst doen als verpleegkundige en waarom?
3. Wat doe je vervolgens en waarom?
4. Schrijf elke stap volgens SBARR uit (=onderdeel van klinisch redeneren): gebruik de gegevens uit de casus en de slides nummer 10 en 11

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Slide 13 - Video

This item has no instructions


Wat is een delier?


A
Een psychische aandoening die langzaam ontstaat en lang aanhoudt.
B
Een lichamelijke ontregeling die leidt tot verwardheid en angst, met een acuut begin.
C
Een aandoening die altijd het gevolg is van dementie.
D
Een aandoening die uitsluitend voorkomt bij oudere zorgvragers.

Slide 14 - Quiz

This item has no instructions

Wat is een kenmerk van een hypoactief delier?


A
De zorgvrager is volledig helder en bewust van zijn omgeving.
B
De zorgvrager vertoont lichte symptomen van verwardheid en praat in onvolledige zinnen.
C
De zorgvrager is erg onrustig en probeert zichzelf te verwonden.
D
De zorgvrager is in een staat van apathie, met weinig interactie, maar kan angstig zijn.

Slide 15 - Quiz

This item has no instructions

Welke van de volgende symptomen komen vaak voor bij een delier?
A
Geheugenverlies, hallucinaties, en stemmingswisselingen.
B
Alleen lichamelijke pijn zonder psychologische symptomen.
C
Geheugenverlies, geleidelijke afname van oriëntatie, en motorische achteruitgang.
D
Verlies van het vermogen om te spreken en cognitieve stoornissen.

Slide 16 - Quiz

This item has no instructions

Hoe vaak moet je als verpleegkundige de DOS schaal invullen?
A
1 keer per 24u
B
2 keer per 24 uur
C
alleen bij aanwezigheid delier
D
3 keer per 24 uur

Slide 17 - Quiz

This item has no instructions