A5sp8 - Periode 4, Les 5 (PA4 H5 les 5) - GSE (11-05-2026)

Bienvenidos

LESSONUP: ga naar lessonup.app -> klascode A5sptl8: tconh
OF meld je aan via de link in magister. De link staat bij je eerste les Spaans van dit schooljaar.


1 / 46
next
Slide 1: Slide
SpaansMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

This lesson contains 46 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Bienvenidos

LESSONUP: ga naar lessonup.app -> klascode A5sptl8: tconh
OF meld je aan via de link in magister. De link staat bij je eerste les Spaans van dit schooljaar.


Slide 1 - Slide

Metas (objetivos, doelen)
Communiceren over kunst en cultuur:
  • In hoofdstuk 5 leer je over kunst, architectuur, films en literatuur uit de Spaanstalige cultuur.
  • Je leert hierover spreken en schrijven en kunt daarbij je mening uiten. Je leert de benodigde woordenschat en lenguateca.
  • Je verbetert je begrip van geschreven en gesproken Spaans.

Grammatica:
  •  Je leert de verschillende werkwoordstijden (beter) herkennen en toepassen, met name de verleden tijden en de subjuntivo. Je herhaalt het gebruik van por/para.





Slide 2 - Slide

INFO over toetsen en opdrachten

PO over de dichter Federico García Lorca

Tussentoets: hoofdstuk 5 incl. kennis over kunst / cultuur / literatuur

Toetsweek: mondeling 
  • presentatie autobiografie en boekbespreking
  • vraaggesprek, óók over Lorca

Slide 3 - Slide

Capítulo 5: Soy artista

Slide 4 - Slide

El programa 
  1. Info, deberes + Miró (15m)
  2. Presentaciones sobre un artista (20m)
  3. El cine (40m / terminar en casa)
  • Lucía Jimenez, ej. 17 (p.20, entrevista)
  • Pedro Almodovar: ej. 18 (p.21-22, vocab)
  • Trailers
4. Reflexión, deberes
Juan Miró, Galatea (1976)

Slide 5 - Slide

Comprobar los deberes + Miró (15m)

Estudiar:  
H5 verleden tijden B, p.13-14 
Lenguateca C p.29 + vocab C S-N 

Hacer: 
ejercicio 10c  
preparar tu presentación, usando ejercicio 16a + lenguateca B 

Evt. herhalen vocab B, 4 slides onderaan deze lessonup.

Slide 6 - Slide

Juan Miró
Contesta en tu 'werkdocument': 

1. Describe el cuadro.
2. ¿Qué te parece? 
3. ¿Quién es el artista?

Slide 7 - Slide

Comprobar: Juan Miró (1893-1983)
1. Comprobar ejercicio 10c (los pasados), respuestas

2. Contesta las preguntas en tu 'werkdocument': 
  1. En su período en la Academia de Arte, ¿qué eran las temas de sus obras?
  2. Después, ¿por qué estilo se hizo inspirar?
  3. ¿Cómo puedes describir el cuadro 'El gallo'?
  4. -> próxima página


Slide 8 - Slide

¿Qué sabes de Joan Miró y de sus obras?
Gebruik de volledige 2 minuten om informatie te
noteren in het Spaans.
timer
2:00

Slide 9 - Open question

Presentaciones sobre un artista (20m)
Explicación: Subtarea B, p.19
  1. Je wordt ingedeeld in groepjes. Presenteer jouw kunstenaar, 1 - 1,5 minuten. Neem je presentatie op op video.
  2. De luisteraars maken aantekeningen over de inhoud van de presentatie: namen, jaartallen, stijl, soort kunst (pintura, escultura, fotografía etc.), 
  3. Aan het eind stelt de presentator een vraag over de inhoud van de presentatie. De groepsleden (overleggen en) antwoorden in het Spaans.
  4. De luisteraars noteren vervolgens in hun werkdocument minimaal 3 relevante feiten over de kunstenaar.
  5. Is dit afgerond? Dan komt een ander aan de beurt.
  6. Iedereen aan de beurt geweest? Dan powerpoint en video uploaden op teams.

Slide 10 - Slide

El cine español

INTRO 
El secreto de sus ojos


Slide 11 - Slide

Conocimientor anteriores:
¿Qué sabes ya del
cine español?
(nombres, temas, actores...)

Slide 12 - Mind map

Lucía Jiménez (actriz), Pedro Almodovar (director)   (20m)
VE el TRAILER: linkje 1 'El secreto de sus ojos' 

ESTUDIAR: Vocab C (p.48) + Lenguateca C (p.29)

HACER: 
ej. 17-18 (p.20) 

Slide 13 - Slide

Películas españolas (15m) 
Spaanse films - info 1 

Tarea con auriculares:
  • Trabajad en parejas o individualmente.
  • Abrid un enlace  y selecciona una peli.
  • Leed la información y ve el trailer. 
  • Haced un 'wordweb' sobre la peli en tu 'werkdocument'.

Slide 14 - Slide

REFLEXIÓN

Slide 15 - Slide

Los deberes
Estudiar:  
H5 vocab C in beide richtingen (p.48-49) 

Hacer:  
  • afmaken H5 p.20 oef 17-18
  • open een van de linkjes (zie vorige slide), kies een film, kijk de trailer, lees de info en maak een wordweb in je werkdocument

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Slide

Extra uitleg, reflectievragen etc.

Slide 20 - Slide

H5 vocab B:
blijken
A
trasladarse a
B
mencionar
C
deberse a
D
resultar

Slide 21 - Quiz

H5 vocab B:
aangezien
A
ya que
B
aunque
C
por eso
D
lograr

Slide 22 - Quiz

H5 vocab B:
de brug
A
el rascacielos
B
el estilo
C
la estrella
D
el puente

Slide 23 - Quiz

H5 vocab B:
opvallen
A
recibir
B
contemporáneo
C
ser reconocido
D
destacar

Slide 24 - Quiz

¿Qué pasó en el año
mil cuatrocientos noventa y dos?
A
Los Moros tuvieron el poder en España
B
Salvador Dali nació
C
Cristóbal Colon descubrió América
D
Alejandro Guillermo se casó con la señorita Zorreguieta

Slide 25 - Quiz

Escribe en palabras:
1541 - 2025 - 1.000.000

Slide 26 - Open question

In de tussentoets wordt o.a.
gevraagd naar kennis over de
Spaanstalige kunstenaars/schrijvers.
¿Qué sabes de Salvador Dalí
y de su obra?

Slide 27 - Mind map

Practicar los pasados (autónomamente)
ESTUDIAR: 
  • explicación en gram. B, p. 13-14

¡A PRACTICAR! 
  • Selecciona 3 verbos de vocabulario B + practica en verbuga.euperfecto, indefinido, imperfecto
  • 6 zinnen maken in de verleden tijd (gebruik de tijdsaanduidingen van p.14)


Slide 28 - Slide

¿Qué sabes del arquitecto
Calatrava y de su obra?

Slide 29 - Mind map

Slide 30 - Slide

Los números
En este capítulo vamos a leer sobre la vida de algunos artistas.
En los artículos se describen los años en que nacieron, mudaron, estudiaron etc. 
Para poder hablar sobre estas fechas, es importante que conozcas los números en español.

1. Explicación libro de referencia p.37 o Explicación en internet
2. Practicar en línea (online, zie volgende slide 
-> geef aan: getallen tot 100.000
timer
5:00

Slide 31 - Slide

Slide 32 - Link

Noteer in het Spaans in woorden:
1) je geboortejaar, 2) 1644, 3) 1872, 4) 2014

Slide 33 - Open question

Apunta 3 cosas que has
aprendido sobre Dalí (en español).

Slide 34 - Open question

10 min - Los pasados (autónomamente)
ESTUDIAR: 
  • explicación en gram. B, p. 13-14

¡A PRACTICAR! 
  • Selecciona 3 verbos de vocabulario B + practica en verbuga.euperfecto, indefinido, imperfecto
  • 6 zinnen maken in de verleden tijd (gebruik de tijdsaanduidingen van p.14)


Slide 35 - Slide

Noteer in je WERKDOCUMENT:
Wat wordt bedoeld met 'pluscuamperfecto',
en hoe vervoeg je die?

Slide 36 - Open question

Vocab B: Maak zinnen waarin voorkomt: een signaalwoord + een ander woord uit de lijst + zo mogelijk ook een jaartal.
Gebruik de volledige 3 minuten. Daarna uploaden.
timer
3:00

Slide 37 - Open question

¿Qué has aprendido hoy?
Noem 3 concrete voorbeelden.

Slide 38 - Open question

Bekijk de leerdoelen en de toetsstof (onderaan de studiewijzer).
1. Beschrijf wat je hebt geleerd per leerdoel.
2. Hoe ga je de toets voorbereiden?

Slide 39 - Open question

Wat is een voorbeeld van de pluscuamperfecto?
A
había hablado
B
ha hablado
C
hablaba
D
estaba hablando

Slide 40 - Quiz

Het stel was heel moe, want ze hadden de hele nacht gedanst.
Los novios estaban muy casados porque
......... (bailar) toda la noche.
A
bailaron
B
han bailado
C
bailaban
D
habían bailado

Slide 41 - Quiz

Toen ik thuiskwam, was de bezorger al weggegaan.
Cuando yo ............ (llegar) a casa,
el repartidor ya ............ (irse).
A
llegaba, se ha ido
B
llegué, se fue
C
llego, se había ido
D
llegué, se había ido

Slide 42 - Quiz

REPASO (4 páginas):
Wat is een voorbeeld van de perfecto?
A
trabajo
B
he trabajado
C
trabajé
D
estoy trabajando

Slide 43 - Quiz

Wanner gebruik je deze tijden?
INDEFINIDO
IMPERFECTO
PERFECTO
je gebruikt deze tijd voor gebeurtenissen op een concreet moment in het verleden, die je als afgesloten beschouwt.
je gebruikt deze tijd voor handelingen in het verleden die nog steeds in verbinding staan met het heden.
Je gebruikt deze tijd voor gebeurtenissen die aan de gang waren in het verleden; voor gewoonten in het verleden; voor oorzaken en voor beschrijvingen.

Slide 44 - Drag question

Reglas
  1. Groeten bij binnenkomst en vertrek, geen jas in de klas, rustig op je plaats gaan zitten.
  2. Huiswerk en spullen in orde + je zit niet aan elkaars spullen (of aan elkaar).
  3. Je maakt aantekeningen en opdrachten in het werkdocument. Geen andere bestanden, sites, apps, magister, mail of meldingen open hebben staan. Lukt dit niet, dan computer op bureau docent leggen, vooraan zitten, of lesverwijdering en in je schrift werken + laten zien aan de docent.
  4. Vragen? hand opsteken.
  5. Als de docent spreekt, ben je stil. -> wat werkt hiervoor het beste?  -> Elkaar inseinen.
  6. Noteer op papier: -> wat zou nog meer helpen voor een goed leerklimaat?  ->
                                   


Slide 45 - Slide

Wat draagt bij aan een goed leerklimaat? 
-> jullie antwoorden
  • samen/individueel: samenwerken + zelfstandig werken aan huiswerk of opdrachten, muziek luisteren -> afh. van tempo en focus op de leerstof; oortjes mee in de tas
  • meer oefenen met Spaans spreken  ->
  • respect voor elkaar, luisteren, niet uitlachen, beetje stil, aardig zijn voor elkaar  
  • kleine pauze tussen de opdrachten  -> afh,. van het tempo in de rest van de les, kletspauze in het Spaans?
  • je schrift gebruiken -> deze periode werkdocument, zien hoe er wordt gewerkt
  • meer grammatica-uitleg -> blijkt ook uit de tussentoetsen / verschilt per persoon?
  • 2 aparte clusters -> 2 lokalen

Slide 46 - Slide