Les 1: Introductie micro-organismen + voorkennis plantencellen en dierencellen

Lesdoelen

Aan het einde van de les kun je...

  1. de drie domeinen van het leven (bacteriën, oerbacteriën en eukaryoten) herkennen op de Tree of Life.

  2. uitleggen wat een micro-organisme is en voorbeelden van micro-organismen geven.

  3. de belangrijkste onderdelen van een plantencel en een dierlijke cel benoemen.

  4. verschillen tussen plantencellen en dierlijke cellen beschrijven.

  5. het verschil tussen geslachtelijke en ongeslachtelijke voortplanting uitleggen.

1 / 23
next
Slide 1: Slide
New lesson editorBiologieNaturuwetenschappenSecundair onderwijs

This lesson contains 23 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 40 min

Items in this lesson

Lesdoelen

Aan het einde van de les kun je...

  1. de drie domeinen van het leven (bacteriën, oerbacteriën en eukaryoten) herkennen op de Tree of Life.

  2. uitleggen wat een micro-organisme is en voorbeelden van micro-organismen geven.

  3. de belangrijkste onderdelen van een plantencel en een dierlijke cel benoemen.

  4. verschillen tussen plantencellen en dierlijke cellen beschrijven.

  5. het verschil tussen geslachtelijke en ongeslachtelijke voortplanting uitleggen.

Welke organismen zijn kleiner dan dieren of planten?

Micro-organismen

= een levend wezen dat zo klein is dat je het niet met het blote oog kunt zien

Tree of Life = stamboom van het leven

Welke domeinen zie je?

Bij welk domein kan je de mensen plaatsen op deze boom?

Last Universal Common Ancestor

Wat betekent Last Universal Common Ancestor in het Nederlands?

Voorkennis plantencellen & dierlijke cellen

Laten we eerst even herhalen wat jullie nog weten over plantencellen en dierlijke cellen.

Sleep de celonderdelen naar de juiste plaats op beide afbeeldingen.







Celkern

Celmembraan

Celwand

Bladgroenkorrel


Plantencellen hebben bladgroenkorrels nodig om aan fotosynthese te doen.

Sleep de term naar de juiste afbeelding



heterotroof

autotroof


  • Planten zijn autotroof: ze maken hun eigen voedsel aan via fotosynthese.

  • Dieren zijn heterotroof: zij kunnen hun voedsel niet zelf maken en moeten het uit hun omgeving halen.

Plantencellen hebben een stevige celwand die zorgt voor ondersteuning en bescherming.

Dieren hebben geen celwand, maar krijgen stevigheid door hun skelet.

Kruis aan.

A

Geslachtelijke voortplanting

B

Ongeslachtelijke voortplanting

Kruis aan.

A

Geslachtelijke voortplanting

B

Ongeslachtelijke voortplanting

Kruis aan.

A

Geslachtelijke voortplanting

B

Ongeslachtelijke voortplanting

Kruis aan.

A

Geslachtelijke voortplanting

B

Ongeslachtelijke voortplanting

Tot welke domeinen behoren de micro-organismen

Komen virussen voor op de Tree of Life?

Kenmerken van leven?

  • Bevat erfelijk materiaal (DNA), eiwitten, etc.

  • Kan zich voortplanten

  • Neemt voedingsstoffen op en geeft afvalstoffen af

  • Groeit en ontwikkelt zich

  • Kan bewegen

  • Reageert op prikkels uit de omgeving

  • Past zich aan de omgeving aan

  • Houdt het lichaam in evenwicht (bv. temperatuur regelen)

'Alle eencelligen zijn micro-organismen, maar niet alle micro-organismen zijn eencelligen.'

· Kruis de betekenis van de stelling aan.

A

Micro-organismen kunnen zonder microscoop worden waargenomen.

B

Meercellige organismen kunnen ook microscopisch klein zijn.

C

Micro-organismen zijn altijd eencelligen.