H2 Keuken (2.1 - 2.8)

Werken in de keuken

Hoofdstuk 2, 2.1 - 2.8

1 / 12
next
Slide 1: Slide
New lesson editorHorecaMBOStudiejaar 1

This lesson contains 12 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Werken in de keuken

Hoofdstuk 2, 2.1 - 2.8

Leerdoelen

Na vandaag weet je meer over;

  • de horecakeuken,

  • een keukenindeling,

  • apparatuur,

  • werkzaamheden,

  • professionele houding.

Horecakeuken

Grote groepen

Meerdere gerechten

Thuiskeuken

Jezelf, familie of vrienden

Een gerecht

Welke verschillen zie je?

Keuken indeling

Routing

Warme- en koude kant

Warme kant:

Warme gerechten, vooral hoofdgerechten en sidesdish (friet/aardappel)

  • Fornuis, oven, grill en frituur.


Koude kant:

Koude gerechten, vooral voorgerechten/salades

  • Koelingen, salade bar en vriezer.

Wat is er nog meer in de keuken?

  • De pass
    Het gerecht wordt afgemaakt en de bediening kan het gerecht meenemen.

  • Spoelkeuken/spoelruimte
    Waar alle vieze afwas heen gaat.

  • Koeling & vriezer
    Vaak groot, om alles gekoeld te bewaren.

  • Magazijn
    Waar alle gedroogde en ingemaakte producten worden bewaard.

Verschillende rangen in de keuken

  • Chef de cuisine
    Keukenchef/chef-kok

  • Sous-chef (de cuisine)
    Tweede chef van de keuken

  • Rôtisseur
    Braadmeester

  • Entremétier
    Kok voor garnituren zoals aardappels, groente, pasta of rijst

  • Garde manger
    Kok voor de koude keuken

  • Pâtissier
    Patissier; desserts/nagerechten

Professionele houding

  • Werktempo

  • Afspraak is afspraak

  • Aanmelden en afmelden

  • Persoonlijke hygiëne

  • Verantwoordelijkheidsgevoel

Wie maakt de desserts/nagerechten?

A

Garde manger

B

Sous-chef

C

Rotisseur

D

Pâtissier

Van welk materiaal is een horecakeuken gemaakt en waarom?

Koude kant en warme kant werken NIET samen in de keuken.

A

Juist

B

Onjuist

Aan de slag!

Boek: Keuken assistent


Maken:

Hoofdstuk 2, Werken in de keuken (2.1 - 2.8)

blz. 21-27