4-6-2026 sterke werkwoorden met een a in de stam

Willkommen im Deutschunterricht
1 / 21
next
Slide 1: Slide
DuitsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

This lesson contains 21 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Willkommen im Deutschunterricht

Slide 1 - Slide

der Unterrichtsplan:

(de lesplanning)


-Rückblick: Lernbox Lektion 3 (S. 224): badmintonnen t/m twee keer per maand 

 Lektion 4:

Uitleg: sterke werkwoorden met een a in de stam 

- Aufg. 38, 39A, 39B, 40 machen.

 Evaluation



















Slide 2 - Slide

die Lernziel(e):


Je kunt sterke werkwoorden van zwakke werkwoorden onderscheiden


Je kunt uitleggen wat een sterk werkwoord is


Je kunt Duitse sterke werkwoorden met een a in de stam juist vertalen en vervoegen.


Je kunt de woorden van Lektion 3 vertalen naar het Duits. 


Slide 3 - Slide

Vertaal: klimmen

Slide 4 - Open question

Vertaal: paardrijden

Slide 5 - Open question

Vertaal: judoën

Slide 6 - Open question

Vertaal: voetballen

Slide 7 - Open question

Vertaal: meestal

Slide 8 - Open question

Sterke werkwoorden.

Sterke werkwoorden met een
-a- in de stam.

Slide 9 - Slide

sterk werkwoord

Slide 10 - Mind map

Algemeen
(Schrijf in je schrift!)
  • Sterke ww krijgen een klinker verandering in de verleden tijd en vaak ook bij het volt.dw.
  • Is het in het NL een sterk ww, dan is het bijna altijd in het Duits ook een sterk ww.

Slide 11 - Slide

Hoe herken je een sterk werkwoord?

  • Klinkerverandering in de verleden tijd
Sterk:
lesen -las- gelesen
fahren -fuhr - gefahren
  • Zwak: 
  • machen - machte - gemacht
  • spielen-spielte-gespielt

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

Uitgangen van de zwakke en sterke werkwoorden (Ezelsbruggetje)

ich  stam+  e
du                  st                    (fe)esttenten
er/sie/es     t
wir                 en
ihr                  t
Sie/sie         en

Slide 14 - Slide

Hij rijdt (fahren)
A
er fahrt
B
er fährt

Slide 15 - Quiz

Vul in: (schlagen) du .............

Slide 16 - Open question

(lassen) Mein Vater ..... sein Auto in der Garage.
A
lässt
B
lasst
C
lasse
D
lässe

Slide 17 - Quiz

(fangen) Die Show ...... um 20:00 Uhr an.
A
fange
B
fangt
C
fängst
D
fängt

Slide 18 - Quiz

Lektion 4:
Grammatik C – Sterke werkwoorden met een a in de stam Aufg. 38, 39A, 39B, 40 machen. 

Slide 19 - Slide

Vind je het nog lastig? 

Bekijk dan het uitlegfilmpje in teams nog een keer en maak wat extra oefeningen 
in teams. 

Slide 20 - Slide



                                                             

                         Hausaufgaben: Lektion 4 Aufg. 38, 39A, 39B und 40                                  machen.  Lernbox Lektion 4 (S. 226): aber t/m                                zum     Beispiel + Grammatik C

                         

 


Slide 21 - Slide