Cap 1 - les 3

1 / 21
next
Slide 1: Slide
SpaansMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

This lesson contains 21 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Dos preguntas cotidianas
¿Cuál es la fecha de hoy?

¿Qué tiempo hace hoy?

Slide 2 - Slide

¿Qué hemos hecho la última clase?

Slide 3 - Open question

  • controlar + corregir los deberes
  • presente perfecto - participios irregulares - ¿¿¿qué???
  • vragen en vertellen over je vakantie


Lesdoel: kunnen vertellen wat je in het recente verleden hebt gedaan

¿Qué vamos a hacer hoy?

Slide 4 - Slide

Met welke hulpwerkwoord wordt de pretérito/presente perfecto gevormd?

Slide 5 - Open question

Dus de voltooid tegenwoordige tijd gaat als volgt:
hulpwerkwoord HABER + voltooid deelwoord   bijvoorbeeld van hablar:
                   
                    he      hablado        =       ik heb gesproken
                    has    hablado        =        jij hebt gesproken
                    ha      hablado        =        hij /zij/ u heeft gesproken
                    hemos hablado     =       wij hebben gesproken
                    habéis hablado     =       jullie hebben gesproken
                    han     hablado        =      zij hebben gesproken

Slide 6 - Slide

¿Cómo se dice 'Hij heeft gepraat' en 'wij hebben gegeten'? en 'wij hebben gezien'?

Slide 7 - Open question

Welk antwoord past bij:
¿Qué has hecho esta mañana?
A
Vamos a visitar a mis amigos.
B
He comprado ropa.
C
No tengo muchas ganas
D
Lo hemos pasado bien.

Slide 8 - Quiz

Je gebruikt de presente perfecto bij: 

  • gebeurtenissen uit het verleden die te maken hebben met het heden 
  • gebeurtenissen uit het verleden zonder concreet tijdstip 
De signaalwoorden die bij de presente perfecto horen zijn: 
  • hoy = vandaag 
  • esta semana = deze week 
  • este año = dit jaar 
  • alguna vez = ooit 
  • todavía no = nog niet
  • ya = al 
  • muchas veces = vaak 
  • no = niet 
  • nunca = nooit 

Slide 9 - Slide

0

Slide 10 - Video

Welke presente perfecto's hoorde je?

Slide 11 - Mind map

PRESENTE PERFECTO de los verbos irregulares:
Los participios irregulares
Kijk op blz 10 Libro de texto => welke zijn er nog meer?
timer
2:00

Slide 12 - Slide

Verbos Irregulares en Presente Perfecto
VER= Visto
HACER= Hecho
PONER= Puesto
SER= Sido
DECIR= Dicho
ESCRIBIR= Escrito
ABRIR= Abierto
VOLVER= Vuelto
ROMPER= Roto


Slide 13 - Slide

Tarea de hablar
Ahora te toca a ti...
Vertel in 6 goed lopende zinnen iets over je afgelopen weekend.
¿Qué has hecho?
Gebruik daarbij de presente perfecto.
Bespreek dit in het Spaans met je buurman/-vrouw. (5m)

Je mag de zinnen opschrijven.
Daarna samen (esto lo hacemos cortito)
timer
5:00

Slide 14 - Slide

Zet het werkwoord tussen haakjes in de Presente perfecto.
Esta semana (escribir, yo) a mi amigo.
A
ha escrito
B
he escribido
C
he escrito
D
has escrito

Slide 15 - Quiz

Zet het werkwoord tussen haakjes in de Presente perfecto:
Nosotros (VER) una película.
A
he visto
B
hemos visto
C
ha visto
D
han visto

Slide 16 - Quiz

Zet het werkwoord tussen haakjes in de Presente perfecto:
(tú, hacer) los deberes

A
has hacido
B
ha haciado
C
has hecho
D
has dicho

Slide 17 - Quiz

Hoe zeg je in het Spaans:
Zij hebben gezwommen
Wij hebben gedanst

Slide 18 - Open question

Slide 19 - Slide

Vertaal nu de volgende zinnen met behulp van de frases clave (geen google translate):
Para preguntar
1. Ben je deze winter op vakantie geweest?
2. Heb je een leuk meisje ontmoet?
3. Vind je Mexicaans eten lekker?
4. Ben je ooit in Brazilië geweest?

Para contestar
1. Nee, we zijn thuis gebleven
2. Ja, en ook een leuke jongen
3. Ja, ik vind tortillas erg lekker
4. Nee, wij zijn nog nooit in Brazilië geweest

timer
10:00

Slide 20 - Slide

DEBERES
Les 3
Estudiar: Vocabulario listas 1.2 y 1.3 (Quizlet)
Hacer del Capítulo 1 ‘Adiós a las vacaciones’:
Fuente D: ejercicios 12, 13
Fuente E: ejercicios 16, 17

Slide 21 - Slide