W2 - L2: Kwestie 4 en 5 en oefenen

Welkom:
1 / 20
next
Slide 1: Slide
FilosofieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

This lesson contains 20 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 90 min

Items in this lesson

Welkom:

Slide 1 - Slide

  1. Herhaling: Kwestie 4
  2. Herhaling Kwestie 5
  3. Oefentoets?
Programma:

Slide 2 - Slide

Datum 
Onderwerp
Voorbereiding
7 April
Kwestie 1
-
13 April
Kwestie 2 en 3
Vragen voorbereiden+ oefentoets
14 April
Kwestie 4 en 5
Vragen voorbereiden+ oefentoets
6, 7 Mei
Inloopuurtjes
Gemaakte oefentoet/ vragen
8 Mei
Eindexamen

Slide 3 - Slide

  • Centrale begrippen:
collectief actieprobleem, Tragedie van de meent
  • Posities:
1. Ecolibertarisme: Milieuproblemen moeten zo veel mogelijk via de markt worden opgelost.
2. Pogge: natuurlijke hulpbronnen moeten rechtvaardig worden verdeeld.
3. Ophuls: Er is een autoritair systeem nodig om klimaatproblemen adequaat op te lossen.
4. Bookchin: Gemeenschappen moeten over hun eigen leven en omgeving kunnen beslissen.
Kwestie 4: Hoe kunnen we de samenleving inrichten om te zorgen voor een rechtvaardige verdeling van natuurlijke hulpbronnen

Slide 4 - Slide

Collectief actieprobleem: Wanneer een groep mensen die in het eigen belang handelt een collectief probleem niet kan oplossen.
Bijvoorbeeld: Iedereen wil zo veel mogelijk spullen hebben en dus zo veel mogelijk uitstoten. Dit betekent dat de hele aarde warmer wordt.

Kwestie 4
Tragedie van de meent: Oorzaak van het collectief actieprobleem wanneer een natuurlijke hulpbron geen duidelijke eigenaar heeft is het in iedereens belang om de hulpbron uit te putten.
Bijvoorbeeld: Alle vissers willen uit hetzelfde meertje zo veel mogelijk vissen, tot alle vissen uitsterven.

Slide 5 - Slide

Als natuurlijke hulpbronnen een duidelijke eigenaar hebben is er geen tragedie van de meent meer

Dus:
  • Maak de natuur eigendom van mensen of bedrijven
  • Gebruik de markt om milieu op te lossen

Ecolibertaristen: 
Bijvoorbeeld met extra subsidie voor groene bedrijven. Of minder belasting voor groene energie.
LET OP!!!
Er zijn voorwaarden.

Slide 6 - Slide

Voorwaarden voor ecolibertaristen
Goede eigenaar zijn:
  • Genoeg overlaten voor iedereen
  • De hulpbronnen niet beschadigen of uitputten

Legitieme verwerving
  • Je hebt het bezit zonder dwang of liegen gekregen/gekocht
  • De oorspronkelijke verwerving was goed
De enige rol van de staat is zorgen dat dit allebei goed gaat.

Slide 7 - Slide

Voorwaarden voor ecolibertaristen
Rechts-libertairen:
De eerste persoon die arbeid ergens in stopt is eigenaar.
Links-libertairen:
Natuurlijke hulpbronnen moeten eerlijk worden verdeeld. 
Onrecht kan worden hersteld.
Oorspronkelijke verwerving: De eerste keer dat iets (stuk natuur) eigendom is geworden.

Slide 8 - Slide

  • Centrale begrippen:
Traditionele milieubewegingen, intensieve landbouw, technologie
Posities:
1. Ecomodernisme: Technologie kan gebruikt worden om klimaatproblemen aan te pakken zonder dat dit ten koste gaat van de levensstandaard.
2. Berry: Lokale gemeenschappen en landbouwpraktijken zijn een duurzaam en eerlijk alternatief voor de globaliserende economie. 
3. Shiva: Natuurbescherming moet een toewijding zijn aan sociale rechtvaardigheid, bio- en culturele diversiteit, en het geloof in de samenhang van alles wat leeft. 
4. Plumwood: Het rationalisme is bepalend voor de onderdrukking van vrouwen en de natuur.
Kwestie 5: Kunnen we milieu- en klimaatproblemen oplossen met technologie of is er een fundamenteel andere verhouding tot de natuur nodig? 

Slide 9 - Slide

  • Traditionele milieubewegingen: Oplossingen die de natuur willen beschermen, of het gedrag van mensen willen aanpassen.
  • Intensieve landbouw: Landbouw die met moderne technologie of zware machines zodat we meer eten met minder grond kunnen maken.
  • Technologie: Nieuwe uitvindingen of manieren om te produceren.
Kwestie 5: Kunnen we milieu- en klimaatproblemen oplossen met technologie of is er een fundamenteel andere verhouding tot de natuur nodig? 

Slide 10 - Slide

Neo-kolonialisme: Een systeem waarbij rijke landen hun ideeën en gewoonten aan andere landen opleggen door economische of politieke druk. (ipv militaire)

Voorkennis:

Slide 11 - Slide

Indiaas filosoof:

tegen:
  • Globalisering
  • Neo-kolonialisme
  • Ecomodernisme
Voor:
  • holistische benadering van natuurbeleid
Vandana Shiva

Slide 12 - Slide

Groene revolutie: Het exporteren van Amerikaanse landbouwtechnieken naar Azië om voedseltekorten op te lossen. 
Voorkennis:

Slide 13 - Slide

Wie weet het beste hoe je rijst moet verbouwen?
Kritiek op ecomodernisme:

Slide 14 - Slide

Volgens Shiva is ecomodernisme:
neo-kolonialistisch: Rijke landen gebruiken vooruitgang om hun gewoonten door te drukken.

Paternalistisch: Er word naar lokale gemeenschappen gekeken alsof ze hulp nodig hebben en om hun omgeving te beheren.
Kritiek op ecomodernisme:

Slide 15 - Slide

Globalisering leidt tot:

  1. Sociale ongelijkheid
  2. Milieudegradatie
  3. Culturele homogenisatie
Kritiek op globalisering:

Slide 16 - Slide

1. Sociale ongelijkheid:

Door globalisering worden rijke (Westerse) miljardairs en grote bedrijven steeds machtiger ten koste van arme landen.
Kritiek op globalisering:

Slide 17 - Slide

2. Milieudegradatie

Globalisering beschadigt de natuur omdat deze bedrijven de natuurlijke grondstoffen uitputten.
Kritiek op globalisering:

Slide 18 - Slide

3. Culturele homogenisatie 

Culturen gaan steeds meer op elkaar lijken.
Hierdoor gaan lokale landbouwpraktijken verloren
https://www.youtube.com/shorts/2GEGOczrjpc
Kritiek op globalisering:

Slide 19 - Slide

Holistische benadering van natuurbeleid:
Houdt rekening houdt met de culturele en economische behoeften van lokale gemeenschappen en hun rol in het beheer van de natuurlijke omgeving erkent.

Want:
  • Gezondheid natuur en mensen zijn met elkaar verbonden
  • Lokale bevolking weet hoe ze voor natuur moeten zorgen

Vandana Shiva

Slide 20 - Slide