300326 NT2 zinsbouw

Programma
Spreken: Wat heb je gedaan dit weekend?
Goede zinnen en vraagzinnen schrijven
Werkblad zinnen (A2)
Werkblad lente

Taalcompleet


1 / 23
next
Slide 1: Slide
NT2NederlandsISK

This lesson contains 23 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Programma
Spreken: Wat heb je gedaan dit weekend?
Goede zinnen en vraagzinnen schrijven
Werkblad zinnen (A2)
Werkblad lente

Taalcompleet


Slide 1 - Slide

Slide 2 - Video

Persoon/Ding/Dier
Activiteit 
Extra Info 
Zij 
wandelt 
met de hond. 
Jullie 
fietsen 
naar school
De poes 
eet 
de vis. 

Slide 3 - Slide

Persoon/ding/dier
Activiteit
Wanneer
Wat 
Waar
Ik 
loop 
elke dag 
10 km 
in het bos
Mijn moeder
kookt 
op zondag 
soep 
in de keuken 
De poes 
eet 
nu 
vis 
bij het water. 

Slide 4 - Slide

Maak een goede zin.
Jij
schrijft
elke ochtend
nieuwe zinnen
in je schrift
.

Slide 5 - Drag question

Maak een goede zin.
De juf
geeft
om 10 uur
de rekentoets
in het lokaal
.

Slide 6 - Drag question

Maak een goede zin.
Wij
leren
elke week
nieuwe werkwoorden
op school
.

Slide 7 - Drag question

Maak een goede zin.
Jullie
pakken
in de pauze
de telefoons
uit de rode bak
.

Slide 8 - Drag question

Maak een goede zin.
De pen
ligt
elke avond
in de blauwe bak
.

Slide 9 - Drag question

Maak een goede zin.
De koffie
staat 
om 8:15
op het bureau
.

Slide 10 - Drag question

Maak een goede zin.
De kinderen
spelen
onder schooltijd
op het schoolplein
.

Slide 11 - Drag question

Ik ...
A
schrijf
B
lopen
C
denkt
D
hebben

Slide 12 - Quiz

Jij
A
praten
B
help
C
weten
D
loopt

Slide 13 - Quiz

Hij/Zij/Het
A
denken
B
praten
C
zit
D
loop

Slide 14 - Quiz

Wij/Jullie/Zij
A
helpt
B
denk
C
praat
D
lopen

Slide 15 - Quiz

Schrijf een goede zin
(wie, werkwoord)

Slide 16 - Open question

Schrijf een goede zin
(wie, werkwoord, wanneer)

Slide 17 - Open question

Schrijf een goede zin
(wie, werkwoord, wanneer, waar)

Slide 18 - Open question

Slide 19 - Video

Schrijf een goede zin
(wie, werkwoord, wanneer, waar)

Slide 20 - Open question

Schrijf een goede zin
(wie, werkwoord, wanneer, waar)

Slide 21 - Open question

Schrijf een goede zin
(wie, werkwoord, wanneer, waar)

Slide 22 - Open question

Slide 23 - Video