This lesson contains 34 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.
Lesson duration is: 60 min
Items in this lesson
Slide 1 - Slide
Slide 2 - Slide
Slide 3 - Slide
Wat vind jij?
Stel je heet Rosa en je woont op een kermis. Lijkt het jou moeilijk dat je altijd moet reizen en nooit een vast huis hebt, of dat je móét optreden op een podium terwijl je dat doodeng vindt?
Slide 4 - Slide
Slide 5 - Slide
Kermiskind van Jacques Vriens
We gaan dit boek de komende weken lezen
Slide 6 - Slide
Kermis
Waar denk je aan bij het woord Kermis?
Slide 7 - Slide
Kermis
Ben je zelf wel eens op een kermis geweest?
Slide 8 - Slide
Kermis
Als je wel eens op een kermis geweest bent:
- Wat vind je van de kermis?
- Wat vind je leuk?
- Wat vind je minder leuk?
Slide 9 - Slide
Kermis
Vroeger en nu
Slide 10 - Slide
Kermis vroeger
Vroeger was de kermis heel anders:
- Geen elektriciteit, maar stoommachines.
- Een carrousel met houten paarden,
- een schiettent,
- een waarzegster,
- kijken naar 'bijzondere mensen' (zoals de dikste man ter wereld).
Slide 11 - Slide
Kermis vroeger
Functie: Vroeger was het hét volksfeest van het jaar waar men maanden naar uitkeek, omdat er verder geen tv, internet of pretparken bestonden.
Het was ook een plek waar je je toekomstige partner kon ontmoeten
Slide 12 - Slide
Kermis nu
- felle lichten;
- harde muziek;
- suikerspinnen;
- botsauto's;
- virtual reality;
- spectaculaire, snelle attracties zoals de booster of de achtbaan;
- Het is een tijdelijk pretpark in de stad.
Slide 13 - Slide
Een reizend bestaan
- Kermisexploitanten (toen 'kermisklanten' genoemd) woonden het hele jaar door in een woonwagen;
- Ze reisden van stad naar stad.
Slide 14 - Slide
Slide 15 - Slide
Slide 16 - Slide
Slide 17 - Slide
Hoe zou jij .....
het vinden om:
- altijd de reizen
- in een woonwagen te wonen
Slide 18 - Slide
School
Kinderen van kermisklanten gingen (en gaan) vaak naar een
- speciale rijdende scholen, of
- wisselden voortdurend van school.
Slide 19 - Slide
Hard werken
Het leven was zwaar.
- Opbouwen in de stromende regen;
- afbreken in de nacht;
- altijd vriendelijk zijn tegen de klanten;
- in de winter geen geld verdienen (geen kermis);
Slide 20 - Slide
Vrijheid vs. Onzekerheid:
- Je ziet veel van het land,
- maar je hebt weinig vaste vriendjes omdat je telkens verhuist.
Slide 21 - Slide
Slide 22 - Video
Het boek
Dit boek gaat over Rosa. Zij reist met
haar familie het land door om op kermissen theatervoorstellingen te spelen.
Zullen we gaan lezen?
Ik ga nu hoofdstuk 1, 2 en 3 voorlezen
Slide 23 - Slide
Welkom bij Theater Vonkestein!
Kennismaking met de personen:
- We maken kennis met de 13-jarige Rosa. Haar familie runt het reizende theatergezelschap Theater Vonkestein. De groep bestaat uit
- Rosa;
- Adriaan: haar strenge vader (de directeur);
- Aukje: haar lieve moeder;
- Neeltje haar eigenwijze oma,;
- haar bazige oom Gerrit;
- tante Wanda;
- de 17/18-jarige weesjongen Teunis;
Verder hebben we:
- Arend (zoon van de zweefmolenbaas);
- Klaas (zoon van De Dikke Dame)
Slide 24 - Slide
Welkom bij Theater Vonkestein!
Het toneelstuk:
- Het gezelschap speelt een grappige klucht;
- dit heet 'Roodkapje en de wolf'.
- Vooral Teunis steelt de show omdat hij op een hilarische manier de rol van grootmoeder speelt.
Slide 25 - Slide
Welkom bij Theater Vonkestein!
Het grote geheim van Rosa:
- Hoewel het publiek lacht en geniet, ontdekken we meteen dat Rosa toneelspelen stiekem verschrikkelijk vindt;
- Ze staat al sinds haar kleutertijd op de planken;
- moet van haar vader precies zo spelen als hij dat wil;
- waardoor ze zich een 'marionet aan touwtjes' voelt;
- Ze zou veel liever helpen bij de draaimolen of de kassa.
Slide 26 - Slide
Het zware kermisleven en de vriendschap met Teunis
Het reizende bestaan:
- Het boek schetst een realistisch beeld van het kermisleven in de jaren '20;
- Je leest hoe de familie woont in krappe, maar gezellige woonwagens;
- en hoe ze met paard en wagen van stad naar stad reizen;
- Ook wordt duidelijk dat kermiskinderen destijds nauwelijks naar school gingen en vooral hard moesten meewerken in het familiebedrijf.
Slide 27 - Slide
Het zware kermisleven en de vriendschap met Teunis
De band met Teunis:
- Gelukkig heeft Rosa veel steun aan Teunis;
- Ze hebben een hele hechte vriendschap en kunnen goed met elkaar praten over hun dromen en de druk van de volwassenen.
Slide 28 - Slide
Het zware kermisleven en de vriendschap met Teunis
De spanningen stijgen:
- De sfeer in de groep is niet altijd goed;
- Oom Gerrit is een opvliegende, autoritaire man;
- De eerste spanningen beginnen voelbaar te worden rondom zijn gedrag en de strenge regels van Rosa's vader.
Slide 29 - Slide
In het boek Kermiskind van Jacques Vriens is Rosa het hoofdpersonage. Haar familie reist het hele land door. Wat voor werk doen Rosa en haar familie?
A
Ze hebben een eigen reizend theater
B
Ze verkopen poffertjes
C
Ze hebben een botsauto-attractie
D
Ze wonen in een dorp en werken in een fabriek
Slide 30 - Quiz
Kermiskinderen gingen vroeger niet zoals jij naar een vaste school in de buurt. Hoe zorgden ze ervoor dat ze toch leerden?
A
Ze kregen beperkt thuisonderwijs en moesten hun ouders helpen met hun attacties
B
Ze gingen in elk dorp waar ze stonden naar de lokale school
C
Ze kregen elke dag online les via een laptop
D
Ze mochten niet naar school en kregen ook geen les
Slide 31 - Quiz
Het verhaal speelt zich ongeveer 100 jaar geleden af. Hoe reisde de kermis- en theaterfamilie toen van de ene plek naar de andere?
A
Met moderne vrachtwagens en campers
B
Met de trein en het vliegtuig
C
Met paard en wagen en soms met een schip
D
Met de metro en de stadsbus
Slide 32 - Quiz
De kermis van honderd jaar geleden zag er heel anders uit dan de kermis die wij nu kennen. Welk onderdeel hoorde vroeger wel bij de kermis, maar zie je tegenwoordig gelukkig bijna nooit meer?
A
Grote suikerspinnen en kleurrijke draaimolens
B
Bijzondere mensen in shows en wilde dieren in kooien
C
Oliebolkramen en grijpmachientjes
D
Discolampen en luide muziek
Slide 33 - Quiz
Rosa groeit op in het theatergezelschap. Maar in het boek ontdek je al snel dat ze niet helemaal blij is met haar leven op de kermis. Wat vindt ze stiekem van het reizende bestaan?
A
Ze wil dolgraag beroemd worden als actrice.
B
Ze vindt de kermis fantastisch, maar wil zelf liever in een achtbaan werken.
C
Ze wil niet meer reizen, maar verlangt naar een grote school in een vaste stad.
D
Ze vindt het reizen soms leuk, maar droomt ervan om in een echt huis met een eigen kamer en tuin te wonen.