8.1 De Industriële Revolutie

8.1 De Industriële Revolutie
1 / 16
next
Slide 1: Slide
GeschiedenisMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

This lesson contains 16 slides, with text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

8.1 De Industriële Revolutie

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Video

Leerdoel
Aan het eind van deze presentatie kun je herkennen en uitleggen op welke manier de Industriële Revolutie begon

Slide 3 - Slide


Engeland
rond 1700



  • Enorm groot rijk.
  • Hogere landbouwproductie
  • De bevolking van Engeland groeit.

Het Britse Rijk omstreeks 1700

Slide 4 - Slide

Veranderingen in de landbouw
Verbeteringen in voedselvoorziening:
- mensen leven langer
- meer voedsel per persoon beschikbaar
Gevolg: daling voedselprijzen
Gevolg: minder inkomsten boeren > financiele problemen
Gevolg: huisnijverheid noodzakelijk voor inkomsten

Slide 5 - Slide

Huisnijverheid
Het thuis maken van producten
Aanvoer en afvoer geregeld door ondernemers uit steden
Meer huisnijverheid = meer aanbod = lagere prijzen
Gevolg: financiele problemen boeren

Minder inkomsten landbouw + huisnijverheid > 
Boeren vertrekken naar de steden (=urbanisatie)

Slide 6 - Slide

1750

Slide 7 - Slide

Oorzaken
De vraag naar textiel stijgt.

De bodem is rijk aan steenkool en ijzererts.

Moderne transportmiddelen voor vervoer grondstoffen:
- Kanalen worden gegraven.
- Spoorwegen worden aangelegd.

Door nieuwe uitvindingen werd de productie verbeterd.

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Video

Urbanisatie
  • 1769 Verbeterde stoommachine --> minder gevaarlijk,  duur, efficiënter.

  • Machines pasten niet in een woonhuis --> fabrieken ontstaan.
--> Fabrieken staan in steden

Slide 10 - Slide

van kleinschalige handmatige productie in de huisnijverheid...
... naar grootschalige machinale productie in fabrieken

Slide 11 - Slide

Ook een verkeersrevolutie

Slide 12 - Slide

Industriële samenleving
  • de meeste mensen wonen in de stad
  • de meeste mensen werken in de industrie


Slide 13 - Slide

Werkomstandigheden
  • Saaaaaaaai (door arbeidsdeling/lopende band)

  • Lange werkdagen (14 uur per dag)
  • Gevaarlijk

  • Geen enkel recht

  • Lage lonen (bij fouten: loon inhouden)

Slide 14 - Slide

Kinderarbeid
  • Goedkope arbeidskrachten

  • Ze zijn nog jong: je hebt er nog lang wat aan

  • Ze zijn goedkoper

  • Hun kleine handen kunnen beter op plekken tussen machines

Slide 15 - Slide

Woonomstandigheden
  • Slechte woningen (snel gebouwd dus: haastige spoed...)

  • Panden die niet als woning zijn bedoeld (zoals kelderwoningen)

  • Dichtbij fabrieken

  • Slechte hygiëne, riolering en watervoorzieining

Slide 16 - Slide