Lesmateriaal Olivia

Olivia

Beeldende kunst & burgerschap


1 / 12
next
Slide 1: Slide
New lesson editorTekenenBurgerschapskundeBasisschoolGroep 6-8

This lesson contains 12 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 90 min

Items in this lesson

Olivia

Beeldende kunst & burgerschap


INTRODUCTIE FILM EN LES


Docenteninstructie:

Met deze interactieve filmles ga je met je leerlingen aan de hand van de speelfilm Olivia en bijbehorende opdrachten de thema’s:

verhuizen, (kans)armoede, werkloosheid, uit huis plaatsing, solidariteit, verbeelding en emoties verkennen.


Vertel aan de leerling:

In deze les …
- ontdekken jullie wat stopmotion is.
- bespreken jullie hoe verbeelding kan helpen bij moeilijke gebeurtenissen.

INTRODUCTIE EN VOORKENNIS


Vertel dat de leerlingen in deze les…
- Kort kennismaken met stopmotion.
- Nadenken over grote en kleine veranderingen in het leven.


Vraag om mee te starten:
“Wat denk jij dat stopmotion is?”


KORTE TOELICHTING DOCENT

Stopmotion is animatie foto‑voor‑foto met poppen/objecten die steeds een klein stukje verplaatst worden.

12 foto’s per seconde.

In Olivia zijn >50.000 foto’s gemaakt.


Gezichten wisselen met 3D‑geprinte onderdelen; alles gebeurt in een donkere studio met lampen op de sets, De stoffen kleding; mini decors zijn handgemaakt.

WERKVORM 1: Verandering en ‘thuis’


Stap 1. Vraag leerlingen:
Waar denk jij aan bij de woorden ‘verhuizen’, ‘thuis’, ‘elkaar helpen’?


Stap 2. Laat leerlingen één zin aanvullen op het bord:
“Thuis voelt voor mij als …”


Stap 3. Bespreek kort 2–3 voorbeelden.
Kies variatie: iemand die ‘veilig’ zegt, iemand ‘gezellig’, iemand ‘bij mijn vrienden’.



INLEIDING OP HET VERHAAL


Vertel de klas het volgende:

“In de film Olivia volgen we een meisje dat samen met haar broertje Tim ineens moet verhuizen naar een kleiner en armer huis. Hun moeder heeft geen werk meer en is heel moe en verdrietig geworden. Daardoor moet Olivia opeens veel zorgen voor haar broertje. Buurtbewoners helpen hen en samen vinden ze nieuwe manieren om door te zetten.


Maatschappelijke kijkvraag tijdens de film:
“Hoe helpt Olivia haar broertje Tim om met moeilijke gebeurtenissen om te gaan en wat zegt dat over hoe jij zelf met lastige dingen omgaat?”

WERKVORM 2: Nabespreking

(klassikaal, kort)


Stel na het kijken de volgende vragen:

Wat deed Olivia om Tim gerust te stellen?

Antwoord: Verhaal/film spelen, humor, samen uitdagingen omzetten in “scènes”.


Welke scènes vond je mooi of bijzonder door de animatie?

Bijvoorbeeld: walvis/ijs, zand‑ en papiersilhouetten, winkelwagentje.


Wat betekenen de ‘aardbevingen’ die Olivia voelt?

Antwoord: metafoor voor angst/overweldiging; wordt minder als ze gevoelens deelt/steun krijgt.

WERKVORM 3: Korte reflectiestellingen


Laat leerlingen kiezen

(eens/oneens; staan/zitten of hand omhoog/omlaag) en licht toe:


- Verbeelding kan je helpen als het even te veel wordt..?

- Hulp vragen is óók dapper...?

- Armoede betekent dat je niets kunt doen...?


Bespreek dat solidariteit en vindingrijkheid juist veel mogelijk maakt in de film.

MAAK EEN STORY-BOARD


LEG UIT WAT EEN STORYBOARD IS:

Een storyboard is een reeks tekeningen of beelden die de volgorde van een verhaal of film in stappen laat zien. Het helpt om vooraf te plannen hoe scènes eruitzien en hoe het verhaal zich ontwikkelt.


DAARNA:

Kies een maatschappelijk probleem en verbeeld hoe mensen dit samen kunnen oplossen.


In de film Olivia zie je hoe mensen in de buurt elkaar helpen als het moeilijk wordt. Dat heet elkaar helpen of solidariteit.


Jij gaat een mini‑film tekenen waarin mensen samen een probleem aanpakken.


Je maakt 4–6 vakjes waarin drie dingen gebeuren:

- Het probleem

- Hoe mensen samenwerken

- De uitkomst.


Vul als docent mondeling nog kort aan:

“zoals we in Olivia zagen: elkaar helpen”.



STAP 1:

KIES EEN MAATSCHAPPELIJK PROBLEEM


Geef leerlingen een lijst waaruit ze zelf kiezen.
Gebruik eenvoudige taal (burgerschap vaardigheid: maatschappelijke betrokkenheid).


Voorbeelden:

- Klimaatverandering (hitte, overstromingen, afval)

- Verschil tussen arm en rijk

- Een buurt waar mensen zich eenzaam voelen

- Discriminatie of pestgedrag

- Zwerfafval in de wijk

- Te weinig speelplekken voor kinderen

- Voedselverspilling

- Te veel CO₂ of luchtvervuiling

- Onveilig verkeer rondom school

- Dieren die in het nauw komen (plastic in de oceaan, ontbossing)

- Dakloosheid

- Te hoge prijzen / armoede in de buurt

- Wijk die verwaarloosd raakt (rommel, graffiti, kapotte bankjes)

Tip: Laat ze één kiezen dat dicht bij hun belevingswereld staat.


STAP 2: AANPAK

Laat zien hoe mensen samenwerken om het probleem aan te pakken

Hier koppel je direct aan het thema uit de film:


niet één iemand lost het op, maar de groep samen.

Voorbeelden van “samen” die leerlingen mogen gebruiken:

Samen protesteren (vriendelijk, vreedzaam).


- Een buurtactie organiseren

- Handtekeningen ophalen

- Met de klas een plan bedenken

- Afval opruimen

- Voor iemand zorgen of iemand erbij betrekken

- Een inzamelingsactie (voedsel, kleding)

- Posters maken om mensen bewust te maken

- Een gesprek met de gemeente

- Lesgeven / uitleg geven aan anderen

- Online campagne of schoolactie

- Vijandigheid omzetten in samenwerking (zoals in de film met de buurtkinderen)


STAP 3: UITKOMST

Teken de oplossing of hoopvolle uitkomst


De film Olivia laat zien dat problemen niet altijd verdwijnen, maar dat
samenwerking het leven wél beter maakt.

Laat leerlingen een realistische, maar positieve uitkomst tekenen, zoals:


- De buurt is schoner

- Mensen voelen zich minder alleen

- Er is minder ruzie

- Er komt een nieuwe speelplek

- Er komt meer begrip tussen mensen

- Een actie heeft iets kleins, maar belangrijks veranderd

- Geen perfecte wereld, maar wél verbetering


Waarom dit perfect aansluit bij burgerschap:


- Leerlingen denken na over maatschappelijke vraagstukken.

- Ze onderzoeken collectieve verantwoordelijkheid.

- Ze verbeelden actief burgerschap.

- Ze zien hoe samen iets doen meer oplevert dan alleen. Kern van solidariteit.

- Dit is precies hoe Olivia het thema neerzet: de buurt vangt elkaar op wanneer het moeilijk is.

TIPS VOOR PRESENTEREN/BESPREKEN

(kort & veilig)

Laat 2–3 leerlingen hun werk vrijwillig zien. Minuutje per leerling

Vraag: “Wat wilde je laten voelen aan de kijker/lezer?”

Benoem variatie: iedereen pakt dit anders aan, dat is juist de kracht. Differentieer: wie niet wil delen, levert in zonder presentatie..


Even terugblikken

In deze les …
… bekeken jullie Olivia;
… zagen jullie wat stopmotion is;
… bespraken jullie verhuizen, (kans)armoede, solidariteit, emoties en verbeelding;
… maakten jullie een storyboard of dagboekpagina

MEER DOEN?


optioneel, verlenging of tweede les:


Mini‑stopmotion met telefoon/tablet, Stop Motion Studio of KomaKoma.

Zet poppetjes of papierfiguren millimeter voor millimeter;

houd de camera vast of op een statief.


Maker talk: laat het “achter de schermen” materiaal zien

Bijvoorbeeld: poppen, decors, licht.