TC A2 2.8 (het weer)

TC 2.8 Het weer
1 / 19
next
Slide 1: Slide
NT2MBOStudiejaar 1

This lesson contains 19 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 135 min

Items in this lesson

TC 2.8 Het weer

Slide 1 - Slide

Het weer 
  • Ik kan het weer op de radio en televisie verstaan en begrijpen
  • Ik kan zinnen maken die beginnen met een tijd of een plaats
  • Ik kan praten over het weer

Slide 2 - Slide

Kijk naar buienradar.
  1. Hoe wordt het weer vandaag?
  2. Wat is is voor jou het perfecte weer?

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Link

Het regent... Het waait... De zon schijnt...
1 = nooit
2 = soms
3 = meestal
4 = vaak
5 = altijd

Slide 5 - Slide

Als je praat over het weer gebruik je 'het'
Het is koud.
Het is warm.
Het regent.
Het is lente.
Het is slecht weer.

Slide 6 - Slide

We gaan luisteren: opdracht 66 bladzijde 68

Slide 7 - Slide

Maak: opdracht 68, 69, 70, 71,
72, 74, 75, 76 en 77

Slide 8 - Slide

Het regent ...
Zet de woorden op volgorde van 1 naar 5. Begin met: nooit.
nooit
altijd
vaak
soms
meestal

Slide 9 - Drag question

7

Slide 10 - Video

00:33
Wat zoeken de beren?
A
de snuit
B
lekkers
C
leuks
D
de tijger

Slide 11 - Quiz

01:17
Waar is Debora?
A
In de grote studio
B
Bij een grote heuvel
C
Bij de grootste sneeuwpop
D
Bij een winkel

Slide 12 - Quiz

01:33
Alle scholen waren dicht.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 13 - Quiz

02:13
Waarom blijft de school open?
A
De kinderen hadden een belangrijke toets.
B
Er lag geen sneeuw.
C
De school is leuk.
D
De docenten en ouders wonen dichtbij.

Slide 14 - Quiz

03:18
De basisscholen waren meer dicht dan de middelbare scholen.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 15 - Quiz

03:49
Scholen mogen zelf kiezen of ze open of dicht gaan.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 16 - Quiz

04:23
Hoe hoog is de sneeuwpop?
A
2 meter
B
22 meter
C
11 meter
D
12 meter

Slide 17 - Quiz

Het weerbericht: buienradar
Maak een weerbericht van 1 minuut.  Bespreek het volgende:
  • temperatuur
  • schijnt de zon/bewolkt
  • neerslag (regen/sneeuw/hagel)
  • benoem het seizoen
  • Windkracht (hoe hard waait het)

B1 let op (blz 39):
-zorg ervoor dat het niet saai klinkt
-gebruik je lichaam
-praat rustig en duidelijk
-Bij stress iets vasthouden

timer
15:00

Slide 18 - Slide

Terugblik
  • Ik kan het weer op de radio en televisie verstaan en begrijpen
  • Ik kan zinnen maken die beginnen met een tijd of een plaats
  • Ik kan praten over het weer

Slide 19 - Slide