Clase 4.08 - mhv2 - reflexión, repaso para la prueba

Clase 4.08
Hacer:
- preparar para la prueba
Aprender:
- de tegenwoordige tijd van ser en tener, página 26 (TB) + aantekeningen (HERHALING)
- de ontkenning, página 26 (TB) + aantekeningen (HERHALING)
- de vragend voornaamwoorden, página 26 (TB) + aantekeningen
- regelmatige werkwoorden in de tegenwoordige tijd (el presente), página 40 (TB) + aantekeningen (HERHALING)
- de tijd (la hora), página 72 (TB) + aantekeningen
- werkwoorden met een klinkerwisseling (cambios vocales), página 73 (TB) + aantekeningen
- het werkwoord ir in de tegenwoordige tijd, página 73 (TB) + aantekeningen
- los números hasta 100, página 103 (TB) + aantekeningen
- los meses (de maanden), página 29 (TB) + aantekeningen
- los días (de dagen), página 75 (TB) + aantekeningen
- woordenlijst Reporteros 1 – unidad 4 NL/SP & SP/NL
1 / 50
next
Slide 1: Slide
SpaansMiddelbare schoolmavo, havo, vwoLeerjaar 2

This lesson contains 50 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 55 min

Items in this lesson

Clase 4.08
Hacer:
- preparar para la prueba
Aprender:
- de tegenwoordige tijd van ser en tener, página 26 (TB) + aantekeningen (HERHALING)
- de ontkenning, página 26 (TB) + aantekeningen (HERHALING)
- de vragend voornaamwoorden, página 26 (TB) + aantekeningen
- regelmatige werkwoorden in de tegenwoordige tijd (el presente), página 40 (TB) + aantekeningen (HERHALING)
- de tijd (la hora), página 72 (TB) + aantekeningen
- werkwoorden met een klinkerwisseling (cambios vocales), página 73 (TB) + aantekeningen
- het werkwoord ir in de tegenwoordige tijd, página 73 (TB) + aantekeningen
- los números hasta 100, página 103 (TB) + aantekeningen
- los meses (de maanden), página 29 (TB) + aantekeningen
- los días (de dagen), página 75 (TB) + aantekeningen
- woordenlijst Reporteros 1 – unidad 4 NL/SP & SP/NL

Slide 1 - Slide

Planificación
1. Reflexión
2. Repasar para la prueba
3. Evaluación & la próxima clase

Después de esta clase...
... weet je waar je nog aan moet werken voor de toets.
... weet je wat er in de toets gaat komen.
8 min
37 min
10 min

Slide 2 - Slide

Reflexión
Coge tu dispositivo y entra en el LessonUp.
1. Reflexión
2. Repasar para la prueba
3.  Evaluación & próxima clase
8 min
37 min
10 min
timer
1:00

Slide 3 - Slide

de tegenwoordige tijd (el presente) van ser en tener
😒🙁😐🙂😃

Slide 4 - Poll

de ontkenning
😒🙁😐🙂😃

Slide 5 - Poll

de vragend voornaamwoorden
😒🙁😐🙂😃

Slide 6 - Poll

regelmatige werkwoorden in de tegenwoordige tijd (el presente)
😒🙁😐🙂😃

Slide 7 - Poll

de tijd (la hora)
😒🙁😐🙂😃

Slide 8 - Poll

werkwoorden met een klinkerwisseling (cambios vocales)
😒🙁😐🙂😃

Slide 9 - Poll

werkwoorden met een klinkerwisseling (cambios vocales)
😒🙁😐🙂😃

Slide 10 - Poll

het werkwoord ir in de tegenwoordige tijd
😒🙁😐🙂😃

Slide 11 - Poll

de getallen t/m 100
😒🙁😐🙂😃

Slide 12 - Poll

los meses (de maanden)
😒🙁😐🙂😃

Slide 13 - Poll

los días (de dagen)
😒🙁😐🙂😃

Slide 14 - Poll

woordenlijst Reporteros 1 – unidad 4 NL/SP & SP/NL
😒🙁😐🙂😃

Slide 15 - Poll

Repasar para la prueba
  1. Ga uit deze les en dan naar de klas in LessonUp
    (2C: code jxvdu, 2F: code khjbv)
  2. Maak de opdrachten uit Clase 4.08
  3. Klaar? Leren voor de toets.
1. Reflexión
2. Repasar para la prueba
3.  Evaluación & próxima clase
8 min
37 min
10 min
timer
30:00

Slide 16 - Slide

Repasar para la prueba
de tegenwoordige tijd (el presente) van ser en tener en ir
1. Reflexión
2. Repasar para la prueba
3.  Evaluación & próxima clase
8 min
37 min
10 min

Slide 17 - Slide

Vervoeg het werkwoord:
ser

Slide 18 - Open question

Vervoeg het werkwoord:
tener

Slide 19 - Open question

timer
1:30
vamos
voy
van
vas
vais
va

Slide 20 - Drag question

Repasar para la prueba
de ontkenning
1. Reflexión
2. Repasar para la prueba
3.  Evaluación & próxima clase
8 min
37 min
10 min

Slide 21 - Slide

Antwoord:
Hoe maak je een zin ontkennend?

Slide 22 - Open question

Maak de zin ontkennend:
Hablo italiano.

Slide 23 - Open question

Maak de zin ontkennend:
Somos de Argentina.

Slide 24 - Open question

Repasar para la prueba
de vragend voornaamwoorden
1. Reflexión
2. Repasar para la prueba
3.  Evaluación & próxima clase
8 min
37 min
10 min

Slide 25 - Slide

Verplaats het Spaanse vragende voornaamwoord naar de juiste Nederlandse vertaling.
hoe?
welk(e)?
wanneer?
hoeveel?
waar?
wat?
wie?
¿dónde?
¿cuándo?
¿cómo?
¿quién(es)?
¿cuál(es)?
¿qué?
¿cuánto/a/os/as?

Slide 26 - Drag question

Repasar para la prueba
regelmatige werkwoorden in de tegenwoordige tijd (el presente)
1. Reflexión
2. Repasar para la prueba
3.  Evaluación & próxima clase
8 min
37 min
10 min

Slide 27 - Slide

Persoonlijk voornaamwoorden / Pronombres personales
ik
jij
hij
zij (enkelvoud)
u (enkelvoud)
wij
jullie
zij (meervoud)
(meervoud)
nosotros/-as
ellos
yo
usted
vosotros/-as
ellas
ella
ustedes
él

Slide 28 - Drag question

-AR
-ER
-IR
yo
él, ella, usted
nosotros/as
vosotros/as
ellos, ellas, ustedes
Sleep de uitgangen naar de juiste plaats in de tabel.
-o
-o
-o
-amos
-emos
-imos
-a
-e
-e
-es
-es
-as
-áis
-éis
-ís
-an
-en
-en

Slide 29 - Drag question

Repasar para la prueba
de tijd (la hora)
1. Reflexión
2. Repasar para la prueba
3.  Evaluación & próxima clase
8 min
37 min
10 min

Slide 30 - Slide

¿Qué hora es?
09:10

Slide 31 - Open question

¿Qué hora es?
18:55

Slide 32 - Open question

¿Qué hora es?
03:25

Slide 33 - Open question

¿Qué hora es?
21:05

Slide 34 - Open question

Repasar para la prueba
werkwoorden met een klinkerwisseling (cambios vocales)
1. Reflexión
2. Repasar para la prueba
3.  Evaluación & próxima clase
8 min
37 min
10 min

Slide 35 - Slide

Bij welke personen vindt de klinkerwisseling NIET plaats?
A
yo y tú
B
él, ella, usted
C
usted y ustedes
D
nosotros y vosotros

Slide 36 - Quiz

Conjuga:
dormir (ue), yo

Slide 37 - Open question

Conjuga:
jugar (ue), nosotros

Slide 38 - Open question

Conjuga:
vestir (i), ustedes

Slide 39 - Open question

Repasar para la prueba
los números hasta 100
1. Reflexión
2. Repasar para la prueba
3.  Evaluación & próxima clase
8 min
37 min
10 min

Slide 40 - Slide

Schrijf 0 tot en met 15 uit

Slide 41 - Open question

Schrijf 16 tot en met 29 uit

Slide 42 - Open question

Schrijf de tientallen op:
30, 40, etc.

Slide 43 - Open question

Schrijf op:
45

Slide 44 - Open question

Schrijf op:
84

Slide 45 - Open question

Repasar para la prueba
los meses (de maanden) y los días (de dagen)
1. Reflexión
2. Repasar para la prueba
3.  Evaluación & próxima clase
8 min
37 min
10 min

Slide 46 - Slide

marzo
julio
mayo
enero
abril
febrero
junio
noviembre
agosto
octubre
diciembre
septiembre

Slide 47 - Drag question

Schrijf de dagen van de week op

Slide 48 - Open question

La próxima clase
Vamos a...
... leer Juliana.
... repasar el verbo ir.
Hacer:
- preparar para la prueba
Aprender:
- de tegenwoordige tijd van ser en tener, página 26 (TB) + aantekeningen (HERHALING)
- de ontkenning, página 26 (TB) + aantekeningen (HERHALING)
- de vragend voornaamwoorden, página 26 (TB) + aantekeningen
- regelmatige werkwoorden in de tegenwoordige tijd (el presente), página 40 (TB) + aantekeningen (HERHALING)
- de tijd (la hora), página 72 (TB) + aantekeningen
- werkwoorden met een klinkerwisseling (cambios vocales), página 73 (TB) + aantekeningen
- het werkwoord ir in de tegenwoordige tijd, página 73 (TB) + aantekeningen
- los números hasta 100, página 103 (TB) + aantekeningen
- los meses (de maanden), página 29 (TB) + aantekeningen
- los días (de dagen), página 75 (TB) + aantekeningen
- woordenlijst Reporteros 1 – unidad 4 NL/SP & SP/NL

Slide 49 - Slide

Hasta la próxima clase
  • Stoel netjes aanschuiven.
  • Papieren van de grond / tafels. 

Slide 50 - Slide