Breuken: rekenen & begrijpen

Breuken: rekenen & begrijpen

1 / 12
next
Slide 1: Slide
New lesson editorRekenenLager onderwijs

This lesson contains 12 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 20 min

Items in this lesson

Breuken: rekenen & begrijpen

Wat weet je al over breuken en ermee rekenen?

Leerdoel

Aan het einde van de les kun je breuken optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen en kun je uitleggen wat een breuk is.

Wat is een breuk?

Een breuk laat een deel van een geheel zien. Het cijfer boven is de teller; onder is de noemer.

Optellen & aftrekken van breuken

Optel of trek alleen de tellers bij elkaar. De noemer blijft gelijk.

verschillende noemers

Maak eerst de noemers gelijk met gelijknamig maken.

zelfde noemer

Voorbeeld: optellen van breuken

1/4 + 2/4 = 3/4. De noemer blijft 4, teller bij elkaar optellen.

Vermenigvuldigen van breuken

Vermenigvuldig de tellers met elkaar en de noemers met elkaar. Bijvoorbeeld: 2/3 × 1/4 = 2/12.

Delen van breuken

Delen door een breuk? Draai de tweede breuk om en vermenigvuldig. 1/2 : 1/4 = 1/2 × 4/1 = 4/2 = 2.

Reflectie

Welke stap bij rekenen met breuken vind je het makkelijkst? Welke het moeilijkst?

Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.

Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.

Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.