Clase 18 Unidad 4. Gramática

¡Bienvenidos chicos y chicas!





Jueves,  14 de enero de 2021
1 / 26
next
Slide 1: Slide
SpaansMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1

This lesson contains 26 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

¡Bienvenidos chicos y chicas!





Jueves,  14 de enero de 2021

Slide 1 - Slide

¿Qué vamos a hacer hoy?
  1. Somtoday.
  2. Objetivos de la unidad 4.
  3. Comidas/Bebidas
  4. Seguimos con la unidad 4. Gramática
  5.  ¡A trabajar!
  6. Final de la clase. ¿Qué has aprendio hoy?

Slide 2 - Slide

Aan het einde van dit hoofdstuk:
-    ik ken Spaanse gerechten.
-    ik ken de namen van levensmiddelen.
-    ik kan over eten/drinken en eetgewoontes vertellen.
-    ik kan aangeven of ik iets wel of niet leuk/lekker vind door middel van het ww gustar.



Slide 3 - Slide

comidas

Slide 4 - Mind map

bebidas

Slide 5 - Mind map

Unidad 4. Gramática
1. Het werkwoord "querer" (willen)
2. Onbepaalde lidwoorden
3.  Telbare/no telbare woorden
4. Hay (er is/er zijn)
5. Het werkwoord "gustar" (leuk/lekker vinden)

Slide 6 - Slide

Unidad 4. Gramática

Slide 7 - Slide

Unidad 4. Gramática

Slide 8 - Slide

Plaats de zelfstandige naamwoorden bij het juiste lidwoord.
una
unos
unas
un
chico
carpeta
diccionarios
amigo
bolígrafos
sillas
alumno
chicas
tijeras
lápiz

Slide 9 - Drag question

Unidad 4. Gramática
Telbare woorden:
Kunnen enkelvoud of meervoud zijn:
"Quiero una manzana/ Quiero unas manzanas.
Niet telbare woorden:
Zijn altijd enkelvoud en hebben geen lidwoord:
"Quiero leche"   (Ik wil melk)
"Quiero azúcar" (Ik wil suiker)

Slide 10 - Slide

Unidad 4. Gramática
Hay: Er is/Er zijn
Gebruik jij voor onbepaalde zaken of personen in zowel enkelvoud en meervoud.

"Hay unas manzanas encima de la mesa."
"Hay leche en la nevera."
"Hay un profesor en la clase"


Slide 11 - Slide

Slide 12 - Video

Slide 13 - Slide

Stap 1
Het meewerkend voorwerp bepaalt de persoon. Zie het blauwe rijtje in de afbeelding. Hoe weet je welke persoon je moet gebruiken?

Dit kun je zien aan de namen in de zin of de persoonsvorm (zie het  zwarte kolommetje).

vb. IK hou van pizza.

Het gaat om persoon ik, dan gaan we het meewerkend voorwerp ME gebruiken. 

Slide 14 - Slide

Stap 2
Kijk naar het woord wat achter 'gustar' staat.

  1. Is het een zelfstandig nw enkelvoud of een werkwoord, dan gebruik je GUSTA.   vb: me gusta el libro. of Te gusta comer pizza.
  2. Is het een zelfstandig nw. wat achter 'gustar' staat in meervoud of staan er 2 zelfstandige nw in enkelvoud, dan gebruik je GUSTAN. bijv: Me gustan los libros, of Me gustan el libro y la pizza.

Slide 15 - Slide

Voorbeelden
Ik hou van voetballen (jugar al fútbol)

het gaat om de 'ik' persoon. 
Dus: ME ....jugar al fútbol

Nu nog gustar: Voetballen = ww --> dus GUSTA
me GUSTA jugar al fútbol


Slide 16 - Slide

Voorbeelden
Wij houden van de pizza (la pizza)

het gaat om de 'wij' persoon. 
Dus: NOS .....la pizza

Nu nog gustar: pizza = zelfstand nw ENKelvoud--> dus GUSTA
nos GUSTA la pizza


Slide 17 - Slide

Voorbeelden
Jij houdt van de dieren (los animales)

Het gaat om de 'jij' persoon.
Dus: TE ..... los animales

Nu nog gustar: dieren = zelfstand nw MEERVOUD--> dus GUSTAN
te GUSTAN los animales


Slide 18 - Slide

Voorbeelden
zij houdt van pizza en chocolade (la pizza Y el chocolate)

Het gaat om de 'zij' persoon. 
Dus: (a ella) LE .... la pizza y el chocolate

Nu nog gustar: pizza en chocolade = twee zelfstandig naamwoorden enkelvoud, meer dan één
 dus --> dus GUSTAN
le GUSTAN la pizza y el chocolate

Slide 19 - Slide

Ontkenning
Als je wil zeggen dat je iets NIET leuk vindt of ergens NIET van houdt.

Ontkenning in het Spaans = No

De ontkenning zet je ALTIJD voor het werkwoord neer.  Dus:
(a mí) No me gusta(n)
(a ti) No te gusta(n)
(A ella) No le gusta(n)

Slide 20 - Slide

Verplichte opdrachten:

Unidad 4.  TB Actividades Gramática
Opdracht 1, 2, 3, 4,6 en 7


Si terminas/Als je klaar bent?
Unidad 4. TB Actividades Vocabulario AFMAKEN
Quizlet vocabulario unidad 4
Quizlet Frases claves unidad 4





Optionele opdrachten:
(verdieping / verbreding)
Unidad 4.  WB Actividades Gramática
Opdracht 1 t/m 13




Slide 21 - Slide

Deberes para la próxima clase...
Verplichte opdrachten:

Unidad 4. TB. Actividades gramática:
Opdracht 1,2,3,4, 6 en 7
Optionele opdrachten:
(verdieping / verbreding)
Unidad 4. WB Actividades gramática: opdracht. 1 t/ 13
Leer ook:
Vocabulario unidad 4 en frases claves unidad 4

Slide 22 - Slide

¿Cómo has trabajado hoy en clase?
😒🙁😐🙂😃

Slide 23 - Poll

1. Wat heb je geleerd in deze les?Had je meer kunnen leren?Hoe kun je ervoor zorgen dat je meer opsteekt?
2. Wat ging goed?Wat kan beter?
3. Hoe ga je dat aanpakken?

Slide 24 - Open question

En la próxima clase...

Seguimos con la unidad 4.



¡Muchas gracias y hasta la próxima clase!

Slide 25 - Slide

0

Slide 26 - Video