SVO nv3 - Voedingstechnologie (SPVI)

1 / 40
next
Slide 1: Slide
VoedingMBOStudiejaar 1

This lesson contains 40 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Programma vandaag
9:00 - 9:15    Opstart lesdag
9:15 - 9:45    Voedingstechnologie
9:45 - 11:00  Zelf aan de slag met gegeven opdrachten
11:00 - 12:00 Voedingstechnologie, deel 2
12:00 - 12:30 Lunchpauze
12:30 - 13:30 Afsluitende opdracht maken
13:00 - 14:00 Mentorgesprekken

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Voedingstechnologie
Voedingsleer

Hoofdstuk 1  van je E-book

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Waarom eten we?
  • Fysiologische functie
  • Psychische functie
  • Sociale functie
  • Culturele/religieuze functie

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Na de bingo gaan de deelnemers eten Aise geeft aan dat ze geen varkensvlees eet, omdat ze moslim is.
Mw. Arends kot vaak eten in het restaurant. Zij is pas haar man verloren. Zij heeft overgewicht en moet afvallen. Toch bestelt e vaak lekkere dingen. Zij is toch al zo eenzaam, mag ze dan ook niets lekkers meer?
Men. Tieleman woont in een WZC. Hij is verdrietig over het verlies van zijn vrouw. De verzorgenden stimuleren hem om beneden in het restaurant te eten. Ze hopen dat meneer beter gaat eten als hij met andere bewoners eet.
Sociale functie
Psychische functie
Culturele/religieuze functie

Slide 5 - Drag question

This item has no instructions

Fysiologische functie
Voedingswaarde

Genotwaarde

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Genotwaarde

Eten omdat we het lekker vinden

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Genotwaarde
- Smaak
- Geur
- Uiterlijk
- Mondgevoel
- Knapperigheid (geluid)

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Genotsstoffen

  1. Genotstoffen die van nature in voedsel voorkomen
  2. Genotstoffen die bij de bereiding van voedsel kunnen ontstaan
  3. Genotstoffen die bij bereiding worden toegevoegd

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Een E-nummer is door de Europese Unie:
A
Goedgekeurd
B
Afgekeurd

Slide 10 - Quiz

This item has no instructions

Functies van E-nummers
kleurstoffen;
conserveermiddelen; antioxidanten; emulgatoren, stabilisatoren, geleermiddelen en verdikkingsmiddelen; zuurteregelaars, antiklontermiddelen en rijsmiddelen; smaakversterkers; Zoetstoffen; geur- en smaakstoffen; vitamines en mineralen als toevoegingen; 

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Welk E-nummer zag je en waar dient het voor?

Slide 13 - Open question

This item has no instructions

Het gevoel wanneer je honger gestild is
Een leeg gevoel dat ons aanzet tot eten
Honger
Verzadiging
Eetlust
De aantrekkingskracht van voedsel

Slide 14 - Drag question

This item has no instructions

Fysiologische functie
Voedingswaarde

Genotwaarde

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Welke voedingstoffen kennen jullie?

Slide 16 - Mind map

This item has no instructions

Voedingsstoffen
       Vetten
       Koolhydraten
       Eiwitten
       Water
       Mineralen
       Vitamines

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Welk van deze voedingsstoffen zit er vooral in pasta?
A
Koolhydraten
B
Eiwitten
C
Vetten
D
Water

Slide 18 - Quiz

This item has no instructions

Welk van deze voedingsstoffen zit er vooral in zuivelproducten?
A
Koolhydraten
B
Eiwitten
C
Vetten
D
Water

Slide 19 - Quiz

This item has no instructions

Vetten
  • Energieleverancier (namelijk 9kcal per gram)
  • Warmte-isolatie 
  • Drager van vitamines (K, A, D en E)
  • Bescherming
 

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Verschillende soorten vet
Verzadigd vet (Verkeerd)

Onverzadigd vet (Oké)

Cholesterol

Transvetten

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Plantaardig vet
Dierlijk vet

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Voedingsvezels
Koolhydraten
Energieleverancier(4 kcal per gram)


Te verdelen in:
  • Suikers
  • Zetmeel
  • Voedingsvezels

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Eiwitten
Bouwstof
Regelende stof
Energieleverancier
(4kcal per gram)

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Wat zijn enzymen?
A
Splitsingsstoffen
B
Verteringssappen
C
Vetzuren
D
Zetmeelmoleculen

Slide 25 - Quiz

This item has no instructions

Amylase     > koolhydraten
Lipase         > vetten
Peptidase  > eiwitten

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

Water
Bouwstof
Oplosmiddel
Transportmiddel
Warmteregulator
Bescherming

Gemiddeld heeft een mens 1½ tot 2 liter water per dag nodig

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

Vitamines en mineralen
Het woord vitamine komt van het Latijnse woord 'vita' wat 'leven' betekent en 'amine'. 

Regulerende stoffen die belangrijk zijn in veel processen in ons lichaam

Een voorbeeld van een mineraal is: calcium, dit komt
vooral voor in zuivelproducten zoals melk en kaas. 

Slide 28 - Slide

This item has no instructions

Beta-caroteen    Lichaam zet dit om in vitamine A
Vitamine A          O.a. voor de ogen en tegen nachtblindheid
Vitamine D          Voor de botten en de tanden
Vitamine B1         Prikkeloverdracht
Vitamine B6        Afbraak/opbouw eiwitten en vetten
Vitamine B12      Opbouw/instandhouding zenuwstelsel/ hersenen,                                  celdeling, voorkomt hart en vaatziekten
Vitamine C          Voor onze weerstand en immuunsysteem
Vitamine E           Aanmaak van rode bloedcellen en het in stand                                        houden van spier- en andere weefsels
Vitamine K         Bloedstolling, maar ook voor de botstofwisseling

Slide 29 - Slide

This item has no instructions

Gezonde voeding
Geeft ons energie 

Voor groei, ontwikkeling en herstel 

Beschermt tegen ziektes

Slide 30 - Slide

This item has no instructions

Slide 31 - Slide

This item has no instructions

Gezonde voeding
Voedingscentrum Nederland heeft de schijf van vijf ontworpen. ​


Helpt mensen om gezond te eten. Maar hoe eet je nou gezond?​


De schijf van vijf is verdeeld in vijf vakken. ​
Als je elke dag uit alle vakken genoeg eet en drinkt en hierbij genoeg varieert, krijgt je lijf de benodigde voedingsstoffen binnen en eet je gezond.

Slide 32 - Slide

This item has no instructions

Opdracht voor straks
Waarom zijn de producten uit jouw leerbedrijf gezond?
Prijs die producten aan om mensen te stimuleren deze gezonde producten bij jullie te kopen.

Zoek hier informatie over en gebruik passende plaatjes.
Maak hier een poster over

Slide 33 - Slide

This item has no instructions

Laatste deel
Allergenen

Slide 34 - Slide

This item has no instructions

Slide 35 - Slide

This item has no instructions

Wat geven de ingrediënten die in CAPS LOCK zijn geschreven aan?
A
Dat zijn vitamines
B
Dat zijn ongezonde ingredienten
C
Dat zijn allergenen
D
Dat zijn mineralen

Slide 36 - Quiz

This item has no instructions

Allergieën komen vaker voor bij...
A
Kinderen
B
Jongeren
C
Volwassenen
D
Ouderen

Slide 37 - Quiz

This item has no instructions

Leg in het kort uit wat er gebeurt tijdens een allergische reactie

Slide 38 - Open question

This item has no instructions

Aan de slag
1. Maak de e-learning 'Voedingsleer'

2. Maak een poster voor jouw leerbedrijf waarbij je de gezondheid van jullie producten aanprijst.

Slide 39 - Slide

This item has no instructions

Succes! En tot 11:00.

Slide 40 - Slide

De zender wilt een boodschap overbrengen die aankomt bij de ontvanger. Daar heeft hij een middel voor nodig om te kunnen communiceren.