Les 1 Communicatie

SV Periode 3
Communiceren, weerstand, irritaties, ergernissen, ruzies, ontploffingsgevaar, luisteren, aanvoelen begrijpen etc..

1 / 41
next
Slide 1: Slide
CommunicatieMBOStudiejaar 1

This lesson contains 41 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

SV Periode 3
Communiceren, weerstand, irritaties, ergernissen, ruzies, ontploffingsgevaar, luisteren, aanvoelen begrijpen etc..

Slide 1 - Slide

Hoe oud denk je dat ik ben?

Slide 2 - Open question

Heb ik kinderen?
A
Nee
B
Ja, 1
C
Ja, 2
D
Ja, 3

Slide 3 - Quiz

Heb ik huisdieren?
A
Nee
B
Ja, 1 kat
C
Ja, 2 katten
D
Ja, 1 hond

Slide 4 - Quiz

Ben ik getrouwd?
A
Ja
B
Nee

Slide 5 - Quiz

Ben ik ooit grafisch ontwerper geweest?
A
Ja
B
Nee

Slide 6 - Quiz

Hoeveel jaar ervaring heb ik in het onderwijs?
A
2
B
3
C
5
D
8

Slide 7 - Quiz

Waarom heb jij gekozen voor deze opleiding?

Slide 8 - Open question

Wat verwacht je van mij als docent?

Slide 9 - Open question

Wat kan ik tijdens de les van jou verwachten?

Slide 10 - Open question

COMMUNICATIE
Studievaardigheden periode 3.

Slide 11 - Slide

Programma 

  • Lesdoelen​
  • Theorie​
  • Opdracht​
  • Theorie​
  • Evalueren





Slide 12 - Slide

Lesdoelen
1. Aan het einde van de les kan je benoemen wat communicatie is;

2. Je kan de begrippen interactie, medium & feedback omschrijven​;

3. Je benoemt verschillende soorten communicatie;




Slide 13 - Slide

Waar denk jij aan bij
communicatie?

Slide 14 - Mind map

Slide 15 - Video

Wat is communicatie?
Communicatie is het overbrengen van informatie van de een naar de ander.

Bij communicatie gaat het altijd om het uitwisselen van woorden en signalen tussen mensen. Dat kan rechtstreeks, maar steeds vaker gebruiken we hier een medium voor.

Slide 16 - Slide

Soorten communicatie
  1. Eenzijdige communicatie
  2. Tweezijdige communicatie
  3. Verbale communicatie
  4. Non-verbale communicatie

Slide 17 - Slide

Eenzijdige communicatie

  • Eenrichtingsverkeer
  • De zender is nooit tegelijk de ontvanger
  • Vaak via een tussenweg en niet rechtstreeks
Tweezijdige communicatie

  • De ontvanger heeft de mogelijkheid om te reageren op wat de ander zegt
  • Er is sprake van interactie

Slide 18 - Slide


A
Eenzijdige communicatie
B
Tweezijdige communicatie

Slide 19 - Quiz


A
Eenzijdige communicatie
B
Tweezijdige communicatie

Slide 20 - Quiz

Het lezen van een informatiebrochure
Intakegesprek met een student
Chat in een groepsapp
Eenzijdige communicatie 
Tweezijdige communicatie 
Meerzijdige communicatie 

Slide 21 - Drag question

Verbale communicatie

Verbale communicatie is de communicatie waarbij iemand met woorden (gesproken of geschreven) informatie overbrengt.
Non-verbale communicatie

Alle communicatie die niet via woorden verloopt, valt onder non-verbale communicatie.

  • Bewust: Bijv.: zwaaien
  • Onbewust: Bijv.: Zweten, blozen

Slide 22 - Slide

Noem verschillende manieren van non-verbaal communiceren

Slide 23 - Open question

In de communicatie heb je in de basis 3 kernbegrippen: zender - boodschap - ontvanger.
Jeroen legt aan Trudy de nieuwe protocollen uit.
Wie/wat is hier de zender, ontvanger, boodschap?

Slide 24 - Open question


A
Verbale communicatie
B
Non-verbale communicatie

Slide 25 - Quiz


A
Verbale communicatie
B
Non-verbale communicatie

Slide 26 - Quiz

Interactie
Is een ander woord voor wisselwerking, wederzijdse beïnvloeding.

Bij interactie reageert de een op de ander en gaan boodschappen heen en weer.

Slide 27 - Slide

Medium
Communicatie kan direct plaatsvinden tussen twee mensen, maar communicatie kan ook indirect plaatsvinden. Er is dan sprake van een medium: e-mails, telefoontjes, sociale media, radio, televisie en gedrukte media zoals kranten en tijdschriften

Een medium is een informatiedrager die zorgt voor de overdracht van de boodschap.

Wat zijn voordelen? Wat zijn nadelen?

Slide 28 - Slide

Benoem een medium

Slide 29 - Open question

Je gaat langs bij een vriendin, ze vertelt dat ze een sombere dag heeft. Jij luistert aandachtig naar haar. Is hier sprake van communicatie?
A
Ja
B
Nee

Slide 30 - Quiz

De stagebegeleider geeft feedback aan de stagiaire die onderuitgezakt zit en boos kijkt.

Is hier sprake van communicatie?
A
Ja
B
Nee

Slide 31 - Quiz

De stagebegeleider maakt middels een gebaar duidelijk dat de student nog even moet wachten op de gang.
Is hier sprake van communicatie?
A
Ja
B
Nee

Slide 32 - Quiz

De docent mailt een student dat zij een onvoldoende heeft voor haar opdracht.

Is hier sprake van communicatie?
A
Ja
B
Nee

Slide 33 - Quiz

Luister opdracht 
Link voor docenten: 

luister aandac

Slide 34 - Slide

Slide 35 - Slide

Slide 36 - Slide

Dirk zegt tegen collega Jamila: 'Ik ga zo meneer Driesen helpen. Help jij mevr. Reus?'



Wie is de zender? Wie is de ontvanger? Wat is de boodschap?

Slide 37 - Slide

Slide 38 - Slide

Woorden
Wat wordt er letterlijk gezegd.
Intonatie
Hoe wordt iets gezegd (stemgebruik).


Lichaamstaal
Welke houding, gezichtsuitdrukking en gebaren heeft iemand.

Slide 39 - Slide

Vragen/opmerkingen


Slide 40 - Mind map

Tot de volgende keer!

Slide 41 - Slide