Klaar voor de les met boek + schrift + schrijfgerei
1 / 27
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1
This lesson contains 27 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.
Items in this lesson
Bienvenue :)
Telefoon thuis of in de kluis
Kauwgom in de prullenbak
Jas uit, over je rugleuning
Petje/capuchon af
Tas op de grond naast je
Klaar voor de les met boek + schrift + schrijfgerei
Slide 1 - Slide
Bienvenue :)
Telefoon thuis of in de kluis
Kauwgom in de prullenbak
Jas uit, over je rugleuning
Petje/capuchon af
Tas op de grond naast je
Klaar voor de les met boek + schrift + schrijfgerei
Slide 2 - Slide
Bienvenue :)
Telefoon thuis of in de kluis
Kauwgom in de prullenbak
Jas uit, over je rugleuning
Petje/capuchon af
Tas op de grond naast je
Klaar voor de les met boek + schrift + schrijfgerei
Slide 3 - Slide
Slide 4 - Video
Bonjour!
Bonjour!
Slide 5 - Slide
Le programme
Correction: 67 + 68
Herhaling: Le verbe aller!
Les pronoms personnels
Les nombres
Les couleurs
Faire: 69 + 70 + 71
Slide 6 - Slide
Les objectifs
Aan het eind van deze les heb je...
het werkwoord "aller" herhaald
de persoonlijk voornaamwoorden herhaald, net als de cijfers en de kleuren
en heb je geleerd over voorzetsels i.c.m. het werkwoord aller
Slide 7 - Slide
SO FIX 1 t/m 150 FN/NF
Séparez vos tables!
Prenez vos cahiers.
Zoek in je schrift de pagina voor SO's op.
Ik noem 10 woordjes (of een kort zinnetje).
Na afloop neem ik 5 schriften in, de rest kijkt het schrift na van de buurman of buurvrouw.
5 mensen krijgen deze keer dus een cijfer voor het verzamelcijfer Cahier Voca!
timer
5:00
Slide 8 - Slide
ALLER is een
A
regelmatig werkwoord
B
onregelmatig werkwoord
Slide 9 - Quiz
Vul de juiste vorm van aller: Nous ________ (aller)
A
vais
B
va
C
allons
D
allez
Slide 10 - Quiz
Vul de juiste vorm van aller: Ils ________ (aller)
A
ont
B
sont
C
vont
D
font
Slide 11 - Quiz
Vul de juiste vorm van aller: Vous ________ (aller)
A
vais
B
va
C
allons
D
allez
Slide 12 - Quiz
Vul de juiste vorm van aller: Il ________ (aller)
A
vais
B
va
C
allons
D
allez
Slide 13 - Quiz
ALLER - GAAN
Wat betekent Aller?
Slide 14 - Slide
Aller + voorzetsels - plaatsen/ mensen
Voorzetsels kun je gebruiken in combinatie met hetww. aller om aan te geven waar je naartoe gaat:
bijvoorbeeld: au / à l' / a la / aux
à / en / chez
Slide 15 - Slide
Slide 16 - Video
correction: 67 + 68
Klaar?
Oefen dan de werkwoorden être en avoir met Verbuga!
login: leerlinglkr
wachtwoord: pxmnax
Kies 1V: être, avoir
timer
5:00
Slide 17 - Slide
Slide 18 - Video
Sleep het Franse woord naar de Nederlandse kleur
blauw
bruin
groen
wit
geel
rood
zwart
oranje
grijs
bleu
vert
noir
gris
marron
jaune
orange
rouge
blanc
Slide 19 - Drag question
Welk cijfer moet dit zijn? De klinkers zijn weggelaten ... q --- tr -
Slide 20 - Open question
Welk cijfer moet dit zijn? Er zijn wat letters weggelaten ... dix-s ---
Slide 21 - Open question
Allez-y!
Werk nu verder aan exercice 69 + 70 + 71 Lees heel goed de instructie in je boek. Je combineert het werkwoord met de juiste vervoeging en vertaalt daarna de zinnen in je schrift!
Fini? Doe verbuga of ga je woordjes trainen van FIX 1 t/m 180