Infoles 1 - Energiek


Infoles 1

1 / 26
next
Slide 1: Slide
New lesson editorHoogbegaafdheidBasisschoolGroep 7,8

This lesson contains 26 slides, with text slides.

Report this lesson

Items in this lesson


Infoles 1


Energiek




Na vandaag weet je

  • Wat het broeikaseffect is

  • Alles over CO2 en het effect op de opwarming van de aarde

  • Hoe het zit met de opwarming van de aarde

  • Leuke alternatieven voor fossiele brandstof






Wat hebben we gezien?

  • Waarom is het belangrijk iets te weten over het broeikaseffect of CO2?

  • Is het broeikaseffect alleen maar slecht?

  • Hoe wordt het broeikaseffect versterkt?

  • Wat zou er kunnen gebeuren als de CO2 blijft toenemen?





Uitstoot van koeien


  • Wij eten (veel) koeien

  • Koeien stoten methaan uit.

  • 1 koe = 100 kg methaangas per jaar

  • Een auto kan hiervoor 10.000 km rijden



Fossiele brandstoffen


  • Wat zijn fossiele brandstoffen?

  • Waarom is het belangrijk voor ons om hier iets van te weten?

  • Welke invloed heb jij hierop?

  • En je ouders?


  • Met welke vervoersmiddelen gebruiken we allemaal fossiele brandstoffen?

Wat zijn andere opties voor energie?




Leestekst




Klimaatverandering & CO2



Hoe kan het anders ?


Vind iets nieuws uit!

Nederlander Richard de Vos zag een oplossing waar anderen niks zagen.


Sprinklertank tot warmtebron.

Water uit de sprinklertank met warmtepompen rondpompen.


En zo een groot gebouw verwarmen van bijv. de HEMA!

Besparing = 60% gasverbruik!



Hoe kan het anders ?


Zonnepanelen op school!


Op naar een Nederland waarin alle kinderen leren over zonne-energie van hun eigen schooldak.


Zonne-energie is de opstap naar een duurzaam schoolgebouw.

Computers worden opgeladen, zónder fossiele brandstoffen



Wat kan jij doen?

Vanaf

morgen


Vind iets nieuws uit

Ga toch fietsen

Wees bewust van je energie verbruik




QUIZ


Vraag 1

Wat is het klimaat?

  1. Het verschil tussen zomer en winter

  2. De atmosfeer en de CO2

  3. De variatie van temperatuur tussen dag en nacht

  4. De conditie van de atmosfeer (temperatuur en regenval) over een lange periode.



Vraag 1

Wat is het klimaat?

  1. Het verschil tussen zomer en winter

  2. De atmosfeer en de CO2

  3. De variatie van temperatuur tussen dag en nacht

  4. De conditie van de atmosfeer (temperatuur en regenval) over een lange periode.



Wat zijn ijstijden?

  1. Periodes waarin er veel bossen in Nederland waren

  2. Periodes waarin de aarde veel kouder was dan nu

  3. Periodes waarin er overal ijswinkels waren

  4. Periodes waarin het CO2 niveau hoger was dan nu

Vraag 2



Wat zijn ijstijden?

  1. Periodes waarin er veel bossen in Nederland waren.

  2. Periodes waarin de aarde veel kouder was dan nu.

  3. Periodes waarin er overal ijswinkels waren.

  4. Periodes waarin de CO2 hoger was dan nu.

Vraag 2



Hoeveel kouder was het 20.000 jaar geleden op de aarde?

  1. 1 graad

  2. 10 graden

  3. 50 graden

  4. Ik moet dit aan een dinosaurus vragen

Vraag 3



Hoeveel kouder was het 20.000 jaar geleden op de aarde?

  1. 1 graad

  2. 10 graden

  3. 50 graden

  4. Ik moet dit aan een dinosaurus vragen.

Vraag 3



Wat zorgt voor extra klimaatverandering?

  1. Insecten, CO2 en fietsen

  2. Vulkanen, uitstoot van water door mens en rekenlessen

  3. Schommelingen in de baan van de aarde, vulkanen, methaangas en uitstoot CO2 door de mens

  4. Schommelingen in de baan van de aarde, stormen en hittegolven

Vraag 4



Wat zorgt voor extra klimaatverandering?

  1. Insecten, CO2 en fietsen.

  2. Vulkanen, uitstoot van water door mens en rekenlessen.

  3. Schommelingen in de baan van de aarde, vulkanen, methaangas en uitstoot CO2 door de mens.

  4. Schommelingen in de baan van de aarde, stormen en hittegolven.

Vraag 4



Hoe beïnvloedt de mens het klimaat?

  1. Door te fietsen en door windenergie te gebruiken

  2. Door zeespiegelstijging en bloemen plukken

  3. Door CO2 en andere broeikasgassen uit te stoten

  4. Door lava en gas uit te stoten

Vraag 5



Hoe beïnvloedt de mens het klimaat?

  1. Door te fietsen en door windenergie te gebruiken.

  2. Door zeespiegelstijging en bloemen plukken.

  3. Door CO2 en andere broeikasgassen uit te stoten.

  4. Door lava en gas uit te stoten.

Vraag 5